Dinsdag 16 oktober 2018

Kantonrechter Cynthia Valstein-Montnor heeft woensdag een getuige gehoord in de strafzaak tegen de verdachte Nadima H. Aan deze verdachte zijn diverse strafbare feiten ten laste gelegd, te weten valsheid in geschrifte en diefstal c.q. verduistering en het onttrekken van goederen aan het beslag. Op de zitting verklaarde de getuige Sharmila dat zij in contact is gekomen via mr. M. met de verdachte Nadima en haar ex-partner. In eerste instantie hadden zij USD 90.000 bij haar geleend. Dat geld is zonder enig probleem terugbetaald. Bij de tweede keer ging het mis. Toen was er een bedrag van USD 230.000 geleend op vertrouwensbasis. De getuige verklaarde slechts USD 25.000 te hebben ontvangen en dat er een toezegging is gedaan van USD 69.000. De getuige had in eerste instantie op de zitting verklaard dat zij het geld nog niet heeft gezien. Later kwam zij hierop terug en verklaarde dat de ex-partner van de verdachte Nadima vier vrachtwagens als onderpand had gezet bij de benadeelde. Dit kwam aan het licht toen de verdachte tijdens haar verhoor op de zitting met deze feiten kwam. De verdachte verklaarde dat haar ex-partner minimaal 10 vrachtwagens en minimaal 10 opleggers op naam van de benadeelde, dus Sharmila, heeft overgeschreven.

Het verschuldigde bedrag is in ieder geval geminimaliseerd. De rechter nodigde de getuige Sharmila opnieuw uit om deze verklaring van de verdachte te toetsen. De getuige Sharmila erkende dat er vrachtwagens op haar naam zijn overgeschreven. Het geld welke zij aan de verdachte en haar ex-partner had geleend, betreft een familiekapitaal. Zij heeft toen de heer M. gemachtigd om al haar zaken te doen. Na het verhoor van deze getuige bleek dat deze zaak een civiel karakter heeft. Deze zaak is ook bij de civiele rechter. Er is een vonnis gekomen over de in beslag genomen goederen die in een loods waren bewaard. De rechter had de verdachte Nadima de toegang tot de loods niet verboden, echter mocht zij de goederen niet verkopen. Nadat Sharmila door kreeg dat de loods die vol zat met goederen leeg was, deed zij aangifte bij de politie althans haar gemachtigde deed de aangifte.

Nadima ontkent de valsheid in geschrifte. Zij heeft nimmer de handtekening van haar ex-partner nagebootst. In 2008 was Nadima het enig bestuurslid. Nadat zij een relatie met haar partner S. begon, trad ook hij in het bestuur. Dat was in 2010. Vanwege relationele problemen trad hij later af als bestuurslid. In 2013 trad hij weer in het bestuur, maar toen als voorzitter. Echter bleek dat het schuldbedrag zowel bij de bank als bij de stichting en de schuld van Sharmila steeds hoger werden, omdat de schuld niet door hem werd afgelost. Nadima heeft tot september de bank betaald. Kantonrechter Cynthia Valstein-Montnor wil graag de stukken zien die reeds zijn overgeschreven op naam van Sharmila. Op 15 augustus komt het Openbaar Ministerie met haar strafvoorstel. De verdachte Nadima is reeds eerder in vrijheid gesteld. Zij werd bij deze aangezegd om aanwezig te zijn.

Saskia Bandhan