Woensdag 19 september 2018

Aan: Zijne Excellentie de heer D.D. Bouterse,
President van de Republiek Suriname

Betreft: Onacceptabele explosieve situaties in de Marrongemeenschappen in het binnenland

Geachte President,

Gelezen ten eerste de Regeringsverklaring 2015 – 2020, waarin is aangegeven in ‘OVERWEGENDE’ in:
• Punt F: DAT het ontwikkelen van gemeenschappen, zowel in urbane gebieden, landelijke gebieden en in het binnenland, prioriteit zal genieten ter verwerkelijking van welvaart en welzijn en productieve capaciteit;
• Punt J: DAT het respect voor onze natuurlijke omgeving in relatie tot onze ontwikkelingsinspanningen een gezond evenwicht vertoont;

Gelezen ten tweede de Regeringsverklaring 2015 – 2020, waarin is aangegeven in ‘KOMEN OVEREEN ALS VOLGT’ in:
• I. Behoud van evenwichtige ecosystemen in het kader van duurzame ontwikkeling: dat het beschermen van de door de Schepper aan ons geschonken natuurlijke omgeving, dient een geïntegreerd deel uit te maken van onze economische politiek gericht op de versnelde ontwikkeling van Suriname.
• III. Bevordering van welzijn: dat bijzondere aandacht zal voorts gegeven worden aan het binnenland en de tribale volkeren die daar wonen, met het uiteindelijke doel het binnenland te transformeren van een verzorgingsgebied naar een productiegebied. Het grondenrechten vraagstuk tegen de achtergrond van (1) het verkrijgen van zakelijke rechten, (2) het spanningsveld dat bestaat rondom de uitgifte van mijnbouw- en bosbouwrechten, en (3) behoud van de traditionele leefgemeenschappen, moet in deze regeerperiode een finale oplossing vinden. Hierbij zal een rol spelen de grondwettelijke erkenning van tribale volkeren, het bij wet vaststellen van de criteria waaraan voldaan moet worden om als zodanig gekwalificeerd te worden, en de verdere ordening van de goudsector. Deze elementen moeten bijdragen tot het behoud van enerzijds de rijkdom van traditionele culturen, en anderzijds het stimuleren van een diepgaand respect voor de ontwikkeling van Suriname en Surinamers in hun natuurlijke omgeving.

Gelezen ten derde de ‘Wet Bescherming Leef- & Woongebieden’ welke was ingediend op 21 juli 2017 door de DNA-leden J. Simons, J. Vreedzaam, M. Bee en S. Tsang en met algemene 37 stemmen is goedgekeurd op 22 december 2017.

Wanneer de volgende artikelen t.w.
• ‘Scalians mogen goudzoeken; voorwaarden verscherpt’
• ‘Kwik is niet het enige probleem van scalians’
• ‘Bewoners Matawai zijn houtkapactiviteiten zat; ‘Wij zullen strijden tot het bittere eind’’ dat de bovengenoemde regeringsverklaring en wet niet in letter en geest worden door U en Uw regering.

De bedoeling van de ‘Wet Bescherming Leef- & Woongebieden’ is om de binnenlandse bewoners de nodige rust te geven, zodat wij gezamenlijk kunnen werken naar de oplossing van het grondenrechten vraagstuk. Ik ben geschrokken om in het artikel in DWT te lezen dat DC Yvonne Pinas uit gaat vragen om deze wet af te kondigen, terwijl dat al lang had moeten gebeurd, omdat U op 29 juni 2018 de opdracht heeft gegeven om het ‘Stappenplan ter Realisatie van het Grondenrechten vraagstuk’ uit te voeren. Het is overduidelijk in deze dat de belangen van de marrongemeenschappen niet series worden genomen door U en Uw regering.

Momenteel heersen binnen drie Marrongemeenschappen grote problemen vanwege het niet naleven van het regeerakkoord en afkondiging van de wet t.w.:
• De marrongemeenschappen langs de Marowijnerivier en in het Sarakreekgebied hebben ernstig te lijden onder de negatieve gevolgen van de werkzaamheden van de skalians.
• De Matawai gemeenschap heeft ernstig te lijden onder de negatieve gevolgen van houtkap in hun leef- en woongebieden.
Ik kom er niet onderuit om U ook erop te wijzen dat er grote verdeeldheid heerst onder de marrongemeenschap vanwege de politieke bemoeienis en inmenging van U binnen het traditioneel gezag, waarbij u een granman van uw keus heeft aangewezen en geïnstalleerd. De brief waarna U en Uw mensen verwijzen om Uw handelingen in deze kwestie te rechtvaardigen heb ik in handen gekregen. Ik mag U als oprechte Marron nakomeling meedelen dat de brief eerder in de papierversnipperaar thuis hoort dan in Uw beleidsdocumenten.

Geachte President, als oprechte marron nakomeling verzoek ik U om het daarheen te leiden dat de bovengenoemde problemen binnen de marrongemeenschap zo snel als mogelijk worden opgelost. De desbetreffende marrongemeenschappen verlangen om zo snel als mogelijk over te gaan tot de orde van de dag ter normalisatie van hun leef- en woongewoontes.

Rekenend op Uw begrip en uitkijkend naar Uw duurzame beleidsbeslissingen ter oplossing van de aangehaalde onprettige situaties in dit schrijven, verblijf ik.

Ruben Ravenberg, Ph.D, MBA
Marron nakomeling van het Misidjan Lo der Ndjuka