Donderdag 16 mei 2019

Twee leden van het bondsbestuur van de politiebond zijn geen hulpofficier van justitie meer. En dat is volkomen terecht genomen. De leden van het bondsbestuur leveren het bewijs voor een aantal zaken. Ten eerste, dat een verjonging niet per se de verbetering in de bemensing van een organisatie kan betekenen. Ten tweede, dat een academische graad geen garantie is voor intelligentie en rationeel denken. En misschien ook wel ten derde, dat scholing op het gebied van de vakbeweging belangrijk blijkt voor het functioneren van vertegenwoordigers vooral in grote bonden. En misschien ook nog een vierde punt, iets dat we vaker hebben benadrukt, en dat is dat de getto diep geïnfiltreerd is in het politioneel systeem. En we weten dat in de getto er een behoorlijke afkeer bestaat tegenover het rechterlijk systeem en tegen het politioneel systeem. De leden van deze nieuwe bond zijn enkele keren en eigenlijk steeds negatief in het nieuws gekomen. Tact en diplomatie zijn deze bestuursleden onbekend, het ontbreken van vakbond scholing is meer dan evident. Deze leden moeten snel ingeschreven worden op de basisopleiding van Sivis, waardoor het beeld over het vakbondswezen bij hen in een breder context ontstaat. Bij de bondsbestuursleden van de politiebond bestaat een bekrompen beeld over de samenleving en het vakbondswerk. De korpschef heeft zich gedistantieerd van de recente uitspraken gedaan door deze bestuursleden. Twee afdelingen hebben massaal het lidmaatschap bij de politiebond ingetrokken. Daarnaast hebben vele leden ook hun lidmaatschap bij deze bond opgezegd. Nu heeft de minister van Justitie en Politie, op schrijven van het OM en de officieren van justitie, dus de status van hulpofficier van justitie ingetrokken. Het vertrouwen in deze politieambtenaren is dus niet meer aanwezig. Deze intrekking is gebeurd bij beschikking van 13 mei 2019 en betreft twee leden van de politiebond. De officieren van justitie hebben aan de minister van Juspol een brief gericht d.d. 10 mei 2019. Als gevolg van dit schrijven heeft ook de pg een brief gericht aan de minister op 13 mei 2019 inzake ‘standpunt vervolgingsambtenaren’. Uit de beschikking van de Juspol-minister blijkt dat bij de beschikking van 2016 en 2017 waarschijnlijk deze hulpofficieren hun bevoegdheid hebben gekregen. Artikel 143 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ter plaatse waar en binnen de grenzen binnen welke zij bevoegd zijn tot opsporing zijn hulpofficieren van justitie onder andere de ambtenaren van politie, daartoe door de Minister van Justitie en Politie aangewezen. In de beschikking van de minister staat dat uit het schrijven van 10 mei van de vervolgingsambtenaren (officieren van justitie) blijkt dat de 3 bestuursleden van de politiebond, grove uitlatingen hebben gedaan aan het adres van het OM en de pg en dit merken zij aan als desavouering van het gezag van het OM en aantasting van de integriteit van het instituut. De vraag is wel waarom de bestuursleden van een politiebond deze inbreuken niet hadden mogen doen in hun specifieke hoedanigheid. Verder wordt in de beschikking overwogen dat twee van de bestuursleden en politieambtenaren rijkelijk te kort zijn geschoten in hun functioneren als hulpofficier van justitie. Wat deze tekortkoming in de hoedanigheid van hulpofficier is, wordt in de beschikking niet concreet genoemd, tenzij men verwijst naar de uitspraken over het OM en de pg. De beschikking haalt ook aan dat in de beschikking tot aanstelling als hulpofficier, was vermeld dat bij gebleken ongeschiktheid de bevoegdheid zou worden ingetrokken. De minister van Juspol constateert dat de bondsbestuursleden Hellings en Gentle ongeschikt zijn om de bevoegdheid van hulpofficier te dragen. Daarom wordt hen bij deze beschikking die bevoegdheid ontnomen. Deze maatregel is van kracht ‘tot nader order’. Welnu, wanneer een politieman door zijn gedrag zodanig zijn boekje te buiten gaat en persisteert in zijn verwerpelijke standpunten, de reikwijdte daarvan niet kan inschatten en uiteindelijk als gevolg daarvan aan hem een belangrijke bevoegdheid in het kader van de strafvordering wordt ontnomen, dan rijst wel de vraag of zulke politieambtenaren wel in alle redelijkheid nog bestuurslid kunnen zijn van een politiebond. Ons lijkt het niet, deze bestuursleden moeten de eer aan zichzelf houden en zich ter beschikking stellen voor een ernstige begeleiding waardoor hun maatschappijbeeld tot normaal kan worden begeleid. Uiteraard is het de algemene ledenvergadering die zich over de eigen bestuursleden moet uitspreken, maar we zeggen wel dat het nu ongepast is geworden. De politieorganisatie heeft een dienst die ontspoorde politieagenten moet begeleiden. Gezien de problematiek binnen het KPS moet deze dienst niet onderbemand zijn en is externe hulp misschien ook wel nodig. Agenten ontsporen en de oorzaak daarvan moet goed onderzocht worden. Maar het heeft de laatste tijd ook behoorlijk gelegen aan de werving van politieagenten. De foute jongens hebben door een gepolitiseerd wervingsbeleid veel meer dan voorheen toegang gehad tot het korps. Het gevolg is de disfunctie die we nu op alle niveaus merken, ook bij de bond helaas.