Woensdag 14 november 2018

Er is heibel op het onderwijsfront waarvoor veel energie, tact en wijsheid van de onderwijsminister en de hoge functionarissen is vereist. Er is een staking op de universiteit gaande, verder is er een abrupte transformatie op het IOL gaande waarvoor er verzet is. Maar terwijl we weer onrust hebben op het onderwijsfront, constateren wij dat de hervormingen en vernieuwingen die doorgevoerd moeten worden in het onderwijs, uitblijven. De vorige minister gaf een verkeerde invulling aan de uitdrukking ‘sterke minister’ door de nadruk te leggen op fysieke kracht. Hij liet zich “Rambo” noemen, zijn beleidsperiode omvatte daarom geen wapenfeiten. De huidige minister heeft ook een valse start gehad, maar ze herstelde door te pleiten voor het basisonderwijs. De vraag rijst wat de minister zal doen voor het basisonderwijs. Er is een lange roep om de leerplicht die in de oude regelgeving voorkomt en stamt uit de koloniale periode, om te zetten in schoolplicht. Dat is een plicht (voor de ouders en verzorgers) om de kinderen, op straffe van een boete, in te schrijven op een school en ervoor te zorgen dat ze daadwerkelijk de school bezoeken en de schoolverplichtingen kunnen nakomen. De onderwijswetgeving is verouderd en de vorige minister van onderwijs heeft dat onderkend. Hij heeft benadrukt dat de wetgeving moet worden aangepakt, zijn periode was kennelijk te kort, hij kwam er niet aan toe. De huidige minister heeft proberen een lijn te zetten, maar de contouren zijn nog niet duidelijk. Verder moet de leeftijd voor verplicht onderwijs opgetrokken worden naar de internationale norm van 16 jaar. Daarvoor moeten de structuren van het onderwijs in orde worden gebracht en in elk geval moet de Staat zover zijn om kinderen tot en met 16 jaar te faciliteren dat ze tot 16 jaar zonder te blijven zitten gratis onderwijs kunnen volgen. In Suriname moet gratis onderwijs worden aangeboden aan alle kinderen over het gehele grondgebied van tot en met 16 jaar. Inschrijfgelden zijn een barriere in grote gezinnen en dienen te worden afgeschaft. Bovendien moet de Staat ervoor zorgen dat het klimaat thuis zodanig is dat de kinderen hun schoolwerk kunnen doen en dat er genoeg tijd is om te spelen en thuis of in het familiebedrijf een handje te helpen. Dat betekent dat het onderwijs verpicht moet zijn tot en met mulo en lts. Daarna mogen Surinamers de arbeidsmarkt betreden maar idealer zou het zijn als ze doorstuderen en dat een groot deel van de Surinaamse bevolking minimaal een middelbaar schooldiploma op zak heeft. Dan valt er met de bevolking te praten en dan kunnen ze aangezet worden om een productieve en welvarende samenleving te worden. De regering heeft deze visie en dit beleid niet, de minister van onderwijs ook niet. Er is een behoorlijke percentage drop-outs onder de jongens en dat is landelijk het geval. De gap tussen de jongens en de meisjes wordt zichtbaar vanaf voj en wordt steeds groter tot schrikbarende tekorten op het middelbaar en het universitair niveau. Er is geen beleid ontwikkeld door de regering om de jongens te ‘targeten’. Jongens worden in Suriname verwaarloosd en wanneer het verkeerd gaat dan worden ze opgesloten. Voor de ontwikkeling van een land zijn ook mannen nodig die behoorlijk geschoold zijn. De minister van onderwijs heeft zich niet uitgesproken over een programma voor de jongens. In het maatschappelijk middenveld zijn er geen maatschappelijk organisaties die zch specifiek richten op de jongens om te voorkomen dat ze uit het onderwijssysteem uitvallen. Er is een heleboel werk te verzetten op het ministerie van onderwijs maar er zijn weinig vorderingen te merken. Veel aandacht gaat naar de conflicten op het ministerie. In principe leert dit departement zijn les niet en dat is het ontwikkelen van een beleid om conflicten met stakeholders te voorkomen. Daarvoor moet een permanent forum voor dialoog worden opgezet en moet het ministerie zich een cultuur eigen maken om dialoog te voeren. Dat is een advies dat we wederom geven aan het ministerie. Omdat de onderwijsssector zo omvangrijk is, is het voeren van overleg en consultaties een core business van het ministerie. Er moet een speciale afdeling worden opgezet die conflicten beheert en voorkomt. Nu zijn er stakingen gaande op de universiteit en dreigen studenten hun studiejaar te verliezen, ze gaan onnodig studiegeld moeten betalen. Verder kunnen aansluitingsprogramma’s in gevaar komen. De stakingen op de universiteit duren te lang. Ook het conflict op het IOL had voorkomen kunnen worden als er dialoog was gevoerd.