Dinsdag 16 oktober 2018

Er is iets geheimzinnigs gaande met betrekking tot de ontmanteling van de Suralco plant. Eigenlijk mag gerust gezegd worden dat er iets geheimzinnigs gaande is met de hele afwikkeling van het vertrek van Suralco/Alcoa uit het land. Het is allemaal begonnen met een verkeerde aanpak door de regering door een commissie samen te stellen zonder een duidelijk mandaat althans zonder de wil of de capaciteit om zich aan een mandaat te houden. De commissie heeft zich ongevoelig getoond voor de taakverdeling binnen de regering en heeft bijvoorbeeld de minister van NH als een kleine jongen behandeld en deze heeft het ook nog geaccepteerd. De Amerikaanse aanwezigheid in de bauxietsector van Suriname gaat terug naar de dertiger jaren van de vorige eeuw toen het aluminium nodig was voor het maken van de vliegtuigen voor de oorlog. Suriname werd afhankelijk van de inkomsten, de Amerikaanse multinational was hier om winst te maken. Via werkgelegenheid en belastingheffingen had de Staat Suriname enorme voordelen aan het bedrijf. In de laatste periode van de NF-regering ontstond een negatieve sentiment tegenover het Amerikaanse bedrijf, gevoed door de aversie die wereldwijd begon te ontstaan tegen multinationals die machtiger waren geworden dan vele regeringen en allerlei concepten – zoals duurzame ontwikkeling en carbon credits – misbruikten om hun greep op regeringen en hun winsten te blijven behouden. Het negatieve sentiment resulteerde in de periode 2005-2010 tot een verstoring van de relatie tussen Alcoa en de regering. De nieuwe regering met een nieuwe politieke signatuur erfde een verstoorde relatie in gevorderde fase tussen de Surinaamse regering (als vertegenwoordiger van de Staat Suriname) en de multinational. Het lukte de nieuwe regering niet om zaken op rails te krijgen. Vrij snel belandde de nieuwe regering in een penibele positie en ontstonden er om de regering heen informele financiers die bloed roken in de vastgelopen kwestie van Suralco. Intussen degradeerde de rol van Suralco in Suriname van een mijnbouwmaatschappij tot een energieverkoopmaatschappij. Er is vaker kritiek geuit vanuit de burgerij over de niet-zuivere houding van de commissie althans commissieleden onder andere met betrekking tot de bezittingen van Suralco. Hetgeen Suralco zal achterlaten vertegenwoordigt een waarde in tweeërlei opzicht. Ten eerste kunnen de achtergelaten middelen (de plant) aangewend worden om nieuwe werkgelegenheid te creëren. De middelen zijn dan de inzet van de regering in een joint venture of in een overheidsbedrijf. Degenen die daar voordeel aan hebben zijn burgers van Suriname en de Staat Suriname middels belastingen en heffingen en dividend. Maar de middelen vertegenwoordigen op zich ook een zekere waarde als het wordt ontmanteld en verkocht. Daar hebben bijvoorbeeld schuldeisers van de regering voordeel, want uit de inkomsten kunnen hun schulden afgelost worden. De vraag rijst waarvoor wij uiteindelijk kiezen. Er is recent weer zware kritiek geuit op de commissie die namens de Staat Suriname onderhandelt met de multinational. Er is opgeroepen om een nieuwe commissie te benoemen met deskundigen die weet van zaken hebben en over de nodige expertise beschikken. Daarmee is gezegd dat de regering de commissie niet heeft benoemd op basis van expertise, maar op basis van een zekere verbondenheid met de mensen. Het kan dat enkele leden zichzelf opgedrongen hebben aan de commissie. De KKF houdt in het kader van de ontmanteling van de Suralco plant een discussieavond met een paar heel opmerkelijke punten. KKF zegt bezorgd te zijn over de ontwikkelingen rond het ontbinden, dan wel aanpassen van de Brokopondo-overeenkomst. De discussieavond gaat concreet over de ontmanteling van het Suralco emplacement en de impact op het Surinaamse bedrijfsleven. Het voortijdig beëindigen van de bij wet geëffectueerde Brokopondo overeenkomst is een van de punten. Al tijdens de NF-periode is deze zaak besproken in DNA, maar er is geen oplossing ervoor gevonden die uitgevoerd kan worden. Een ander punt is de mogelijke bevriezing van de bauxietvoorraden in het Bakhuysgebergte door de Alcoa. De vraag rijst of dit mogelijk is en of dat niet opgeheven kan worden. Indien het niet mogelijk is om het juridisch op te lossen, hoe moet het dan worden aangepakt? De ontmanteling van de raffinaderij en de omslag naar een industriepark is een van de punten voor discussie. Er zouden binnen de regering plannen bestaan om een industriepark op te zetten, maar er komen geen concrete stappen. Door voorzichtigheid komen veel projecten voortijdig aan een einden, uitvoerders raken gedemotiveerd en poetsen de plaat. Het continueren van de bauxietindustrie in eigen beheer was een van de laatste opties waarvan leek dat het een goede optie was in het belang van de kleine man en de fiscus. Ook deze zaken lijken on hold, zaken gaan te traag in Suriname en dat komt voor een deel door voorzichtigheid binnen de bureaucratie (lees: bij ambtenaren). Het woord ‘nationaliseren’ (van de Afobakadam en de
de Paranam raffinaderij) is een gevaarlijk woord dat ook aan de orde komt bij de KKF-avond. Uit de geschiedenis weten we dat vele politieke ruzies die decennialang voortduren te maken hebben met nationalisaties van eigendommen van Amerikaanse bedrijven. Dat is ook een teken dat Amerikaanse bedrijven behoorlijk hardvochtig zijn en meedogenloos. De avond wil exploreren wat de kansen van Grassalco zijn bij een toekomstige bauxietexport. De bureaucratie en voorzichtigheid gevoed door onwetendheid blijft ons parten spelen. Er komen geen nieuwe bedrijven van de grond die banen creëren en de regering schijnt er geen last van te hebben.