Woensdag 29 maart 2017

Dagblad Suriname verneemt dat EBS-directeur Rabin Parmessar niet op non-actief is gesteld vanwege het afsluiten van de stroomtoevoer naar diverse poliklinieken van het Diakonessenhuis. Deze kwestie is slechts als een drogreden gebruikt om hem te onthoofden. Er zouden andere diepliggende en belanghebbende zaken aan de maatregel ten grondslag liggen. Zo zou Parmesar diverse personen die zich voordoen als olieleveranciers, maar deze in feite niet zijn, hebben geweigerd. Deze personen zouden slechts erop uit zijn om een ‘njan’ te maken. Hun contracten zouden bovendien onvolledig zijn om met deze personen in zee te gaan. Ook heeft Parmessar vanaf zijn aantreden als EBS-directeur pertinent geweigerd om persoonlijke zaken van derden te realiseren.

Dagblad Suriname sprak met NDP-hoofdbestuurslid en DNA-volksvertegenwoordiger uit Nickerie, Rachied Doekhie. Op de dieperliggende oorzaken voor het ‘wegwerken’ van de EBS-directeur, geeft hij geen commentaar. Wel schroomt Doekhie er niet voor om aan te geven dat de president-commissaris bij de EBS, de tweelingbroer van Onderwijsminister Peneux, Patrick Peneux, vanaf het prille begin erop uit was om Parmesar te onthoofden. ‘En iedereen weet wat voor ellende en malaise Patrick Peneux heeft aangericht bij Bruynzeel. Wanneer iemand als hij een zwaar kaliber als Parmesar schorst, is dit wel een ernstige schande voor ons allemaal’, zegt Doekhie. De NDP’er neemt geen blad voor zijn mond en geeft mee dat er tal van heilige huisjes zijn die achter het vertrek van Parmesar hebben gestaan. ‘Ze lusten Parmessar niet omdat hij goed werk doet en niet naar hun pijpen wilde dansen.’

Doekhie zegt met klem dat Parmessar vanaf zijn aantreden als EBS-directeur, goed werk heeft verzet. De feiten liegen er niet om. Tal van gebieden die tientallen jaren op stroom zaten te wachten, kregen elektriciteit. Ook het bedrijf werd uit de rode cijfers gehaald. Er kwam een strak beleid ten opzichte van de dienstvoertuigen die veelal voor privédoeleinden werden gebruikt. Al deze positieve zaken die het nutsbedrijf opfleurde, zorgden tegelijkertijd ook voor jaloezie bij degenen die Parmessar eerder zagen verdwijnen dan zijn werk blijven doen als directeur. Dat het op non-actief stellen van Parmessar wordt aangeduid als te zijn een antwoord op de stroomafsluiting bij de poliklinieken van het Diakonessenhuis, ‘dit is gewoon flauwekul’, reageert Doekhie. Hij zegt met klem dat ook het ziekenhuis een bedrijf is dat aan zijn betalingsverplichtingen moet voldoen. Er moet geen emotioneel verhaal gekoppeld worden aan het niet willen betalen van de stroomrekening. Volgens Doekhie moet het ziekenhuis verweten worden van slecht management en niet de EBS-directeur. ‘Want wanneer een ziek persoon zonder geld of geldige dokterskaart naar het ziekenhuis gaat, wordt die niet behandeld maar weggestuurd. Ook al is de persoon doodziek. De artsen en specialisten behandelen patiënten niet gratis. Ze worden ervoor betaald.’

Asha Gajadien-Bhagwat