Nederland gewezen op schending mensenrechten

Terwijl Nederlandse politici en diplomaten volop bezig zijn geweest en nog bezig zijn om Suriname internationaal in het diskrediet te brengen en schade te berokkenen, is de voormalige kolonisator laatst zelf onderwerp geweest van kritiek over de schending van mensenrechten in eigen land. Daarover zwijgen deze politici en diplomaten het liefst. Twee dagen terug besprak de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties de mensenrechtensituatie in Nederland. Dit gebeurde tijdens de zogenaamde Universal Periodic Review (UPR), ook wel bekend als het  ‘mensenrechtenexamen’. Wat heeft de internationale gemeenschap besloten met betrekking tot het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Tijdens de UPR werd Nederland vertegenwoordigd door minister Spies van Binnenlandse Zaken. Liefst 41 landen stelden kritische vragen over de mensenrechtensituatie. De landen deden ook aanbevelingen over de beleving van de mensenrechten in Nederland. Het blijkt dat het land dat zo hard staat te schreeuwen om Suriname, zelf behoorlijk fout zit als het gaat om de naleving van de mensenrechten. Niet vreemd eigenlijk als gekeken wordt naar de achtergrond van dit koloniserend land en de politieke ontwikkelingen in dit land zelf. Een van de grootste bezwaarpunten heeft gelegen bij de vreemdelingendetentie. Met name Europese landen als Zweden en Griekenland en voorts Brazilië en Ecuador spraken Nederland aan op de manier waarop de vreemdelingendetentie is geregeld. Vreemdelingen behoren wereldwijd tot de meest kwetsbare minderheidsgroepen in een land. Zij staan bloot aan onderdrukking, uitbuiting en exploitatie. De verklaring van de Nederlandse minister is geweest dat de vreemdelingendetentie in Nederland alleen gebruikt wordt als “laatste redmiddel”. Amnesty International merkt echter op dat uit opeenvolgende rapporten van de organisatie blijkt dat vreemdelingendetentie eerder regel dan uitzondering is. De regering van Zweden deed een oproep aan Nederland om het aantal mensen in detentie terug te dringen en alternatieven voor detentie te zoeken. Amnesty International hoopt dat Nederland de aanbevelingen van Zweden ten aanzien van het terugdringen van het aantal mensen in detentie en het inzetten van alternatieven voor detentie overneemt.  Een heleboel landen drongen verder erop aan dat Nederland discriminatie en intolerantie steviger aanpakt. Het antwoord van Nederland daarop was dat het land een actieplan klaar heeft. Daarmee erkende de minister dus dat er een serieus probleem bestaat over discriminatie en intolerantie. Amnesty International merkt daarover op dat hoewel er op het terrein van discriminatie wel een beleidsstuk bestaat, er geen sprake is van een concreet actieplan met een tijdspad, concrete doelstellingen en afspraken over evaluatie. Discriminatie van etnische minderheden en migranten was tijdens de UPR zorgpunt nummer een van tientallen landen.
Nederland voedt geen jeugd op met waarden over tolerantie. Het is slecht gesteld met de mensenrechteneducatie. Het land werd daarom gewezen op het ontbreken van volwaardige mensenrechteneducatie op scholen. Volgens de landen in de UPR is het op jonge leeftijd scholen van kinderen op het gebied van mensenrechten essentieel. In Nederland heeft mensenrechteneducatie volgens Amnesty een vrijblijvend karakter. En dat pas niet voor een land dat verklaart de mensenrechten zo hoog in zijn vaandel te houden. Waarvoor de internationale gemeenschap wel complimenten maakte, was de komst van een mensenrechteninstituut, de instelling van een kinderombudsman en de bijdrage van Nederland aan het VN- mensenrechtenbudget.
Uit de UPR is duidelijk gebleken dat Nederland nog behoorlijke tekortkomingen heeft met betrekking tot de mensenrechtensituatie. Eerder stelden wij dat een zeker racisme ten grondslag ligt aan de houding die Nederland aan de dag legde na aanname van de Amnestiewet in Suriname en de manier waarop de Nederlandse politiek daarop reageerde. Het was emotioneel, kortzichtig en niet professioneel. Nederland zet met zijn constante gezeur over de ACP-EU-vergadering ook de EU in een gênante positie. Evident is dat met de opmerkingen die in de UPR-sessie is gemaakt tegenover Nederland het woord zich dan wel ‘hypocrisie’ aan ons opdringt. De geschiedenis, waar men niet altijd zo trots op kan zijn, laten we dan nog even voor wat het is.
 

error: Kopiëren mag niet!