Dinsdag 21 augustus 2018

De gemeenschap is recentelijk opgeschrikt met berichten over aanvallen van katachtigen op de mens. Het laatste geval, welke plaats heeft gehad te Poesoegroenoe, waarbij een kind is aangevallen door een Poema, wordt door het ministerie van Regionale Ordening, Grond en Bosbeheer (RGB) ten zeerste betreurd. De Poema, in Suriname ook wel bekend als de Redi Tigri, is één van de zes katachtigen die in ons land voorkomen. De vijf andere zijn de Jaguar, Ocelot, Margay, Yaguarondi en de Ocelot kat. Het ministerie constateert dat er een hetze is ontstaan tegen deze diersoorten. Echter, katachtigen vallen niet zonder reden aan. Een aanval van katachtigen ontstaat onder andere wanneer ze in het paringsproces zijn, wanneer hun jongen worden bedreigd of wanneer hun habitat wordt verstoord.

Volgens artikel 16 van de Jachtwet mag een persoon, die in een positie komt te verkeren waarbij hij noodzakelijkerwijs direct bescherming moet bieden aan zijn eigen of andermans goed, het dier onschadelijk maken. Betrokkene moet dit wel terstond melden aan de daartoe behorende instanties, waaronder de dichtstbijzijnde politie, bestuursdienst en bosbeheerpersoneel (jachtopzieners of boswachters). Daarnaast moet het kadaver ook worden overgedragen.

Het ministerie doet een beroep op de gemeenschap om geen hetze te creëren tegen de katachtigen. Deze dieren behoren tot het natuurlijk erfgoed van Suriname en dienen ook als zodanig beschermd te worden. Zij hebben een belangrijke functie en zijn bij wet beschermd. Katachtigen worden internationaal met uitsterven bedreigd en hun populatie neemt sterk af vanwege o.a. verstoring van hun habitat. Jagen op deze diersoorten is bij wet verboden en op overtreding van de Jachtwet worden sancties toegepast. Bij het betreden van een gebied waar katachtigen kunnen voorkomen, is raadzaam dat kinderen onder toezicht blijven van volwassenen en men in groepen verblijft. Let wel: een katachtige zal nooit onnodig aanvallen! Het ministerie doet een beroep op de gemeenschap om altijd alert te blijven bij het betreden van natuurgebieden.