Maandag 22 oktober 2018

Er is een zeer positieve ontwikeling gaande in het Surinaamse voetbal die door de SVB zwaar moet worden ondersteund. Een aantal jonge Surinaamse voetballers heeft profcontracten gehad in de profcompetitie van Jamaica om als betaalde voetballer aan de slag te gaan. Cultureel moet het niet moeilijk zijn voor onze jongens om te aarden, maar de taal zal wellicht nog een uitdaging zijn en meer nog een professionele houding. Heimwee speelt bij jonge voetballers ook een grote rol, het kost niet veel om heimwee te ontwikkelen naar Suriname. Deze groep moet groter worden. Het zou een positieve zaak zijn als we tussen de 15 en de 20 jongens op korte termijn kunnen posteren in de profcempetities in Jamaica, Trinidad, Amerika, Mexico en Brazilie. Surinamers hebben in de jaren ’50 en ’60 nog regelmatig gespeeld in de Braziliaanse competities. De VSB, het Surinaams Bedrijsleven en de Surinaamse regering (de diplomatieke posten) moeten de handen in elkaar slaan om hun connecties te gebruiken om onze jongens de kans te geven om zich op het sportieve vlak te ontwikkelen en tegelijk daar een aardige boterham mee te verdienen. Het is goed dat de jongens min of meer in hetzelfde land zitten (Jamaica) zodat ze op moeilijke momenten elkaar in positieve zin kunnen versterken en aanmoedigen om overeind te blijven. De minister van Sport- en Jeugdzaken en de vp van Suriname zouden er goed aan doen om op gezette tijden, zij het telefonisch, persoonlijk een gesprek te hebben met deze jongens en hen aan te moedigen om door te zetten. Als de president ruimte daarvoor wil vrijmaken zou hij dat zeker ook moeten doen. Ook op Cuba overigens en in de Midden-Amerikaanse landen zouden onze jongens hun brood kunnen gaan verdienen bij de profverenigingen. Via de diplomatie moeten de clubs aangemoedigd worden om Surinaams talent in dienst te nemen. Ook in de Nederlandse eerste divisie of de eredivisie of de Belgische competitie zouden onze jonge spelers kunnen gaan voetballen. De SVB moet met de clubs die deze spelers kunnen leveren afstemmen dat er goede deals worden gemaakt met de profclubs en dat er een cooperatieve houding aan de dag wordt gelegd. Hoe meer Surinaamse voetballers in profcompetities gaan spelen, hoe beter. Het levert in elk geval twee voordelen op. In de eerste plaats kunnen deze voetballers meer tijd besteden aan de sportbeoefening en kunnen ze daarmee ook hun brood verdienen. Ze zullen beter worden als voetballer omdat ze meer en beter zullen trainen. Deze jongens moeten beseffen dat ze in een profcompetitie gaan spelen en dat ze een profhouding aan de dag moeten leggen. Dat betekent dat ze zich moeten neer leggen bij alle regels van de club zoals op tijd aanwezig zijn, uitgerust en attent zijn, de juiste levenswijze eropna houden, goed en bewust eten en drinken. In de tweede plaats zal Suriname en met name onze nationale voetbalselectie, meer hebben aan deze jongens. Deze profspelers zullen de elite gaan vormen in de nationale selectie aangevuld met de topjongens hier. Het zou zelfs kunnen voorkomen dat in de nationale selectie alle jongens uitkomen in buitenlandse profcompetities. De toekomst zal uitwijzen of de inbreng van de jongens uit de profcompetities al dan niet een meerwaarde zal opleveren voor de nationale selectie. De prestaties zullen beter worden. De SVB en de totale samenleving hebben er baat bij dat onze voetballers dus in profcompetities uitkomen. Er zijn allang plannen om een profcompetitie in Suriname te starten. Onder druk van de Fifa hebben alle clubs in de Topklasse een licentie, maar wat houdt dat in? Wat voor effect zal dat hebben op het tot stand brengen van een profcompetitie? Een profcompetitie betekent dat voetbalcubs als bedrijven gaan draaien, het probleem van Suriname is dat de markt heel klein is dat clubs vanwege de economische situatie de stadions niet zullen kunnen vullen. Burgers geven het tienvoudige uit aan het zuipen voor een winkel, maar vinden het heel zwaar om een toegangskaartje te kopen. Shirts worden hier als zodanig niet verkocht en zijn ook geen bron van inkomsten nog. Vanwege de kleinschaligheid zou die inkomstenpost te bescheiden zijn. De kaartenverkoop zou bij een redelijke opkomst (voor de helft gevulde stadions) de operationele kosten van de clubs (standiononderhoud/stadionhuur, oefenveldhuur/onderhoud, sporttenue arbitrage, trainersloon, brandstoftoelage spelers, masseurs en fysiotherapie, ongevallenverzekering, een klein deel van de sportschoenen) nog kunnen opbrengen, maar zeker niet de lonen van de spelers. Bedrijven zullen dus kapitaal aan de clubs moeten doneren naast de SVB die donaties krijgt jaarlijks van de Fifa. Ook via tv-rechten die opgekocht worden door de mediabedrijven bij de SVB kunnen de clubs hun inkomsten opkrikken. De tv-rechten kunnen eventueel overgeheveld worden op de kijkers, waardoor men via betaalde zenders wedstrijden kan volgen vanuit de huiskamer. De bedrijven zullen hun sponsoring terug zien te verdienen via de marketing (shirtsponsoring, billboards in de stadions). Professioneel voetbal zal van de Surinaamse samenleving een meer welvarende samenleving maken door een positieve spiraal die er dan ontstaat. Op het gebied van het ontwikkelen van een profcompetitie zien we weinig beweging. Met vereende krachten moeten wij derhalve blijven motiveren dat onze spelers buitenlandse profcontracten krijgen aangeboden.