Vrijdag 19 april 2019

De 39-jarige getuige G.P. verklaarde ten overstaan van kantonrechter Maureen Dayala dat de verdachte Orpheo Daniels, meer bekend als Lowie, op hem heeft geschoten op 15 maart van dit jaar. De verdachte daarentegen ontkent dit verwijt met klem en beweert dat zijn vriend, ene Domme, met een jachtgeweer in de lucht heeft geschoten. Op die bewuste ochtend, iets over 6.00 uur, sprak de getuige met zijn zus dat inbrekers niet werken en dat zij vaak thuis bij seniorenburgers stelen. De verdachte Daniels was thuis op het balkon. Hij voelde zich aangesproken. Hij pakte een bruin jachtgeweer en schoot daarmee op het slachtoffer. Echter raakte het schot niemand. De aangever was toen bij de politie geweest om zijn beklag te doen. Toen de getuige terugkwam van de politie werd hij door de verdachte met de dood bedreigd. Zoals eerder door de politie gevraagd, stelde de aangever de politie hierover gelijk in kennis. Binnen 10 minuten was de politie aan de Badoelaweg, alwaar het feit zich had voorgedaan. De verdachte trok zich terug en sloot zich op in een kamer. Hij verschool zich onder een bed. De politie hield hem op aanwijzing van zijn broer aan. In diezelfde kamer trof de politie ook het jachtgeweer aan, waarmee er eerder was geschoten. Dit jachtgeweer is niet gedekt middels een machtiging. “Luku mi tnap dja, mi no dede. Mi ano wan busimeti”, merkte de getuige op.

Het Openbaar Ministerie, vertegenwoordigd door Mirella Van Dijk, achtte het feit wettig en overtuigend bewezen en eiste een straf van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met aftrek, en een proeftijd van 2 jaar, onttrekking van het jachtgeweer en verbeurdverklaring van de 3 aangetroffen scherpe patronen c.q. munitie. De magistraat was kort ten aanzien van het bewijs. Zij nam de bewijsmiddelen van de vervolging over en veroordeelde conform de eis. De veroordeelde is een recidivist. Uit buurtonderzoek blijkt dat hij de buurtbewoners vaker heeft bedreigd met een wapen.

Saskia Bandhan