Maandag 25 september 2017

Gisteren is wereldwijd de Internationale Dag voor Herdenking van de Slavenhandel en haar Afschaffing herdacht. In Suriname wordt niet veel aandacht aan deze dag besteed, omdat de Surinamers ervan uitgaan dat de slavernij allang is afgeschaft, voor hun realiteit in 1863. Niets is echter minder waar. De mentale slavernij onder de bevolking maar meer nog onder de regeerders over alle periodes en de ondernemers tiert nog welig. Deze Surinamers struinen de wereld af, maar weigeren om mondiaal allang gangbare concepten in Suriname toe te passen. Dan zegt men heel vaak ‘dat Suriname er niet rijp voor is’, niet rijp om een moderne en vrije samenleving te worden. Wanneer men zelf faciliteiten voor zichzelf moet claimen, dan zegt men nooit dat men niet zover is. Afgeven op een koloniaal verleden en een voormalig moederland alle schuld geven voor wat fout gaat, is onderdeel van de mentale slavernij die voortduurt. Naast de mentale slavernij, heerst ook de echte slavernij, ook in Suriname. In de relatief jonge Staat Suriname begon de slavernij met de komst van de Europeanen in en na 1492, waarvan de Inheemsen het slachtoffer werden. De Inheemsen van Suriname waren niet geschikt voor de arbeid welke men nodig had, dus werden Afrikaanse slaven gegijzeld, verkocht en zwaar uitgebuit en gemarteld in Suriname. De Afrikaanse koningen hebben de Europese koningen wel eens geschreven over de onwenselijkheid van de slavernij, mede omdat ook leden van koninklijke huizen werden gegijzeld en onderworpen aan mensonterende slavernij. In Suriname en de overige landen kwamen slaven in opstand, maar ook in het intellectuele establishment in de koloniale landen gingen stemmen op om de slavernij af te schaffen. Europeanen die slavernij om zich heen zagen voltrekken, zoals de verkoop van de slaven en hun transport, schreven erover. Door hun druk waren staten verplicht de slavernij van de Afrikanen af te schaffen, maar intussen hadden ze de slaven ontdaan van alle cultuur en religiositeit die hun eigen waren. De slaven kregen allerlei goede en denigrerende namen in ons geval in het Nederlands, waaraan de nakomelingen zich zo vastklampen in de veronderstelling dat ze door de Europeanen, tot een meer verheven mens, een Europeaan, waren gemaakt. De nakomelingen van de slaven zijn door de slaveneigenaren gedwongen om een vals leven eropna te houden en dat duurt nog voort. Na de periode van het staatstoezicht (1863-1873) werden de vervangers van de slaven geïmporteerd, de Hindoestanen die twee contracten van 5 jaar mochten uitdienen en daarna blijven of vertrekken. Op deze Hindoestanen die hun identiteit mochten behouden, werd door de ex-slaven neergekeken, kennelijk uit jaloezie. De ex-slaven die zelfs slachtoffer waren van discriminatie, discrimineerden de Hindoestanen, omdat bij hun de mentale slavernij doorging. De Hindoestanen kwamen vrij vroeg op tegen uitbuiting van de plantage-eigenaren. Ze kwamen op als een sterke groep die haar identiteit behield en zich via arbeid, onderwijs en ondernemerschap profileerde als een dominante groep, waarvan de groei tijdens Venetiaan 2 en Venetiaan 3 werd onderdrukt om evenwicht te bewaren. Deze regeringen konden de nazaten van de slaven niet vooruit krijgen en dus moest evenwicht worden bewaard door de andere groep tot staan te brengen. Hierover is door de toenmalige USA-ambassadeur een cable gestuurd naar het thuisfront die in de Wiki-leaks uitlekte. Deze benadering binnen de NPS was onderdeel van het voortduren van de mentale slavernij in Suriname. De mentale slavernij manifesteert zich nu in de massa en de vitale onderdelen en de PR van de regeringspartij. Het resultaat is een rijk land dat in wezen toch niet erin slaagt om welvarend te worden. De mentale slavernij binnen de NF-segmenten, bracht de letterlijke slavernij naar Suriname, met name de slavernij van de Chinese groepen. Over deze Chinese groepen in de bouw en constructie en de dienstensector wordt door de Amerikaanse regering geschreven in haar jaarlijkse mensenrechten- en mensenhandelrapporten. Mensenhandel komt voor in Suriname, ondanks de slavernij werd afgeschaft in 1863. Er zijn internationale ngo’s die ook aangeven dat moderne slavernij in Suriname voorkomt en dat haar niveau tot de hoogste behoort in de Amerika’s. Van moderne slavernij is sprake wanneer een persoon bezit of onder controle staat van een ander persoon en verstoken is van zijn persoonlijke vrijheid. Deze andere persoon heeft het oogmerk om de persoon uit te buiten door hem direct te gebruiken of in te zetten, de persoon te beheren, winst aan hem te hebben, hem te verplaatsen en aan te bieden voor prostitutie, dwangarbeid, slavernij(achtige praktijken), lijfeigenschap en zelfs het verwijderen van organen. Minister Van Dijk-Silos deelde in haar Juspol-periode mee dat meer dan 30.000 Brazilianen slavenarbeid verrichten in het binnenland. Zij benadrukte dat zowel kinderen als volwassenen slachtoffer zijn hiervan, maar het tegelijkertijd de taak is van de gemeenschap om melding te maken van zulke gevallen. Door de inspanningen van deze minister is Suriname door de Amerikaanse regering niet meer geclassificeerd in de ergste categorie sinds dit jaar. Suriname moet meer vorderingen maken om de moderne slavernij en mensenhandel grondig aan te pakken. Veel moeilijker is om de mentale slavernij aan te pakken. Een groot deel van de politiek aan beide zijden en een groot deel van de bevolking dat buitenlandse producten van Europese of Amerikaanse makelij aanbidt en adoreert bijvoorbeeld, zijn daar slachtoffer van.