Maandag 20 mei 2019

De herziening van de deal met Iamgold en de 30% aandeel zijn zeer actueel. Er zou een besluit liggen om de aandelen van Suriname van de hand te doen. Het zou gaan om de aandelen, die Suriname heeft voor de uitbreidingsplannen en wel voor 30%. De coalitie in DNA vroeg aan de regering om deze plannen wederom te bekijken. De minister van NH heeft gisteren zijn functie ter beschikking gesteld aan de president en dit is aanvaard. Enkele dagen terug heeft deze zelfde minister in eenvoudige termen geprobeerd uit te leggen waarom het goed zou zijn om de 30% verkregen aandelen van de hand te doen. Het was voor een deel te volgen en voor een deel erg onlogisch. Nu wordt online bericht dat dit besluit om de aandelen van de hand te doen, ten grondslag liggen aan zijn besluit om zijn functie ter beschikking te stellen. Dat is dus tegenstrijdig met wat de minister zelf heeft proberen te verkopen op de radio. Onze aandacht is in het kader hiervan gewezen om een bericht van Iamgold uit april 2013. In dat bericht wordt verwezen naar november 2012 toen een definitieve overeenkomst zou zijn bereikt met de regering van Suriname over onder andere de toekomstige ontwikkeling van de hulpbronnen en de kosten van energie. In april 2013 werd deze overeenkomst goedgekeurd door DNA. Deze overeenkomst heeft de bedoeling om de Mineraalovereenkomst/Delfstoffenovereenkomst (Mineral Agreement) over de Rosebelmijn in Suriname te wijzigen. Iamgold was ingenomen met de ontwikkelingen, omdat de duur van de Rosebelmijn zou zijn verlengd en het bedrijf beweerde dat dit in het belang was van de aandeelhouders en van de Surinaamse bevolking. Toegang tot andere concessies schept ruimte om op zoek te gaan naar zachtere ertsen, die goedkoper verwerkt kunnen worden. De lagere energieprijs zou het wel economisch haalbaar hebben gemaakt om bepaalde hulpbronnen toch te ontginnen. In het bericht van april 2013 meldde Iamgold dat het bedrijf alle bestaande aanspraken en rechten in de ‘Rosebel operations’ en in de ‘Gross Rosebel’ exploitatieconcessie zal behouden. De looptijd van de Mineraalovereenkomst is verlengd met 15 jaar tot 2042. De overeenkomst voorziet ook in een nieuwe joint venture (JV) voor de uitbreiding, waarbij Rosebel een participatie heeft van 70% en Suriname 30% en wel op basis van volledige betaling (van investeringen die gepleegd moeten worden). Dus er moet keihard meebetaald moeten worden in de uitbreidingsinvesteringen. De overeenkomst van 2013 voorziet in 300 x 106 kWh per jaar aan het bedrijf voor de prijs van 11 cent per kilowattuur (een lagere prijs). Deze prijs zal gelden voor elke productie in het gebied dat onder de JV valt. Dit gebied is een cirkelvormig gebied 45 kilometer van de Rosebel verwerkingsplant groot ca 6.190 km2. Tot dit gebied behoort niet de Gross Rosebel concessie. De JV zal een nieuw gebied van 20.000 hectare (200 km2) omvatten voor exploratie in het JV-gebied, voor verwerking bij Rosebel. Onder de nieuwe voorwaarden zal alle toekomstige productie vanuit het joint venture gebied, toekomen aan de JV voor 100%. De JV staat het Rosebel en de regering toe om op deze zelfde manier toekomstige uitbreidingen bij Rosebel met elkaar te delen. Rosebel zou ook de uitbreiding van de verwerkingscapaciteit van de plant van 12 miljoen naar 14 miljoen per jaar in overweging hebben. Deze capaciteit wil men verder uitbreiden na een feasibility studie over de uitbreiding. Als de uitbreiding wordt goedgekeurd, zal Suriname ook hier een aandeel in kunnen krijgen tegen een redelijke marktprijs. Opmerkelijk is dat Rosebel het recht zal hebben om door te gaan als Suriname bij de uitbreiding niet participeert via de JV. Iamgold zal in alle gevallen toegang hebben tot de energie voor de lagere prijs van 11 cent. De onderhandelingen voor verdere verlaging van de energiekosten zouden in 2013 worden voortgezet. Uit dit bericht blijkt dus dat alleen de nieuwe extra exploratie onderdeel zal zijn van de joint venture (JV). De rest blijft conform de oude overeenkomst (die verlengd wordt tot 2042). Verder is opvallend dat de 30% aandeel pas vruchten afwerpt als voor de participatie betaald wordt aan de investeringen. Het probleem is nu dat de regering het geld niet zou hebben om te betalen bij de investeringen. Verder is het praktisch onmogelijk om nu uit te maken welk goud afkomstig is van welke concessie, dus om het gescheiden te houden. Het is onbekend hoe men het goud gegraven onder verschillende voorwaarden gescheiden zal houden. Een vraag is hoe de aandeelhouder zal worden betaald. Opvallend is ook dat in de overeenkomst is opgenomen dat de zogenaamde ‘NV 1’ een stille vennoot zal zijn, dus niets in de melk te brokkelen zal hebben. Het is te vergelijken met de positie van Staatsolie, die ook niets te bepalen heeft in de goudoperatie. Het is dus zaak dat de regering de zaak objectief aan het brede publiek uitlegt en beter is het als neutrale partijen deze uitleg geven.