Maandag 20 mei 2019

De minister van toerisme heeft een antwoord gegeven op een vraag van een journalist over de Toerismewet, die wel tot denken aanzet. Er wordt door alle stakeholders al jaren aangegeven dat de Toerismewet dringend noodzakelijk is. Met de Toerismewet zal waarschijnlijk een Toerismeautoriteit worden ingesteld. Daardoor zullen alle stakeholders meedoen aan het besturen en het maken van beleid met betrekking tot toerisme. De minister zegt dat hij bij zijn aantreden een concept van de toerismewet heeft gezien, maar dat hij de tijd niet heeft gehad om deze wet nog te bestuderen. Intussen zit de nieuwe minister al enige tijd. De vraag rijst wanneer de minister de tijd zal hebben om deze wet te gaan bestuderen. Wanneer het veld vraagt naar een wet, waarin ook regels zullen staan over productaansprakelijkheid en standaarden, dan doet de minister de sector geen genoegen door de wet onaangetast te laten. Nu weten we dat ministers weleens de neiging hebben om werk dat door een vorige minister is gedaan, te schuwen of af te wijzen. Zelf zetten die ministers niets in de plaats. Ook zien we vaak dat er verschuivingen in het personeel plaatsvinden. Dus er is vaak geen sprake van continuïteit van beleid, soms niet eens binnen een dezelfde regering. We hopen niet dat dit het geval is op HIT. De minister zegt dat hij bezig is een toerismeplan te maken. Maar in het plan zal verwezen worden naar de noodzaak om wetgeving aan te nemen. Er is door deskundigen behoorlijk veel werk verzet om de toerismewet te ontwerpen. Dat zal plaats hebben gevonden met medewerking van deskundigen en directe stakeholders. De minister kan de Toerismewet niet in zijn lade houden. Als hij geen tijd heeft, moet hij de deskundigen die het hebben voorbereid vragen om een presentatie voor hem te houden. Dan kan hij de zaak goed vatten en kan hij ook vragen stellen. Dan heeft hij de ruimte om de zaak bij te stellen en door te sturen naar de volgende halte. We weten dat het wetgevingstraject in Suriname een langdurig proces is. Maar ook andere wetgeving die van HIT moet komen, blijft hangen. De vorige minister had een aanvang gemaakt om wetgeving, die te maken heeft met investeringen en ondernemerschap, in orde te maken. Het Wetboek van Koophandel was aangepast, en ook de wet die gaat over de oprichting van coöperaties. Deze minister had een lijst van wetten gepresenteerd, die nog aangepast hadden moeten worden of nog moeten worden gemaakt. De minister is voortijdig bedankt, en we zien geen tekenen dat deze minister de zaak oppakt. Er wordt door ondernemers geklaagd over het afwezig zijn van stimulerend beleid naar het ondernemerschap toe, maar we zien dat vanuit de regering er weinig maatregelen komen of die zijn niet bekend. Het is van belang dat de wetgeving voor het ondernemerschap in orde wordt gemaakt. Deze ondernemers zorgen namelijk voor de werkgelegenheid en er vinden door hen ook belastingafdrachten plaats. De regering heeft er belang bij om het ondernemerschap te stimuleren. Daarbij moet HIT een voorname rol spelen. De minister is afkomstig uit de gelederen van de handel. De minister heeft vaker gesteld dat hij de toerismesector een warm hart toedraagt, maar we missen de acties. De toerismesector wordt gezien als een belangrijke sector om de economie van Suriname te ondersteunen. Een agressievere houding van de minister is noodzakelijk. En laat hij de Toerismewet doorsturen naar de DNA. De ondervoorzitter van de DNA zei eerder op de radio nog dat hij de garantie gaf dat de Toerismewet prioriteit zou krijgen, zo gauw het wetsvoorstel klaar is voor behandeling in het parlement. Dit zei hij tijdens de feestelijke persconferentie in verband met de inaugurele vlucht van de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM) naar Miami. De radio tekende op dat volgens het DNA-lid de wet belangrijk is voor het ontwikkelen van de toerismesector. De minister van TCT (in de periode 2010-2015) heeft al verklaard dat de conceptwet al af was en binnenkort naar het parlement zou worden gestuurd. Hij onderstreepte daarbij dat ruim 8 miljoen Amerikaanse toeristen het Caribische Gebied in het jaar daarvoor hadden bezocht. Als Suriname daarvan een fractie van 3, 4 of 5 procent zou kunnen binnenhalen, dan zou dat volgens de toenmalige minister voor onze sector, onze ontwikkeling en voor werkgelegenheid een pré zijn. Hij gaf daarbij aan dat Amerikanen steeds meer geïnteresseerd zijn in ‘green tourism’ en dat Suriname op dat gebied veel te bieden heeft. De minister onderstreepte dat het voordeel van Suriname op alle andere Caribische landen is dat wij Suriname het groenste land ter wereld mag worden genoemd in termen van bosbedekking. Deze bosbedekking wordt nu weer onderzocht. In begrotingen heeft de regering steeds genoemd de instelling van de Toerisme Autoriteit en de Suriname Tourism Board, uiteraard bij wet. De instelling van een orgaan werd al in de jaarrede van 2008/2009 genoemd, dus in de Front-periode. Dat wil zeggen dat er genoeg draagvlak is om dit orgaan in te stellen.