Vrijdag 19 april 2019

Het is aangenaam vertoeven in Singapore. De stad is schoon en groen. Je schoenen worden niet vuil. De Singaporese dollars (SGD) zijn altijd spiksplinternieuw. Ik heb geen vieze SGD-biljetten in handen gehad. Nergens wordt afval op straat gegooid en nergens word je opgeschrikt door plotselinge keiharde muziek uit auto’s. Vroeger was het hier gebruikelijk om te spugen, te schelden, te plassen en te poepen, waar of wanneer dan ook, zoals nog gebeurt in vele arme delen van Azië. Er kwamen regels en die regels werden streng gehandhaafd. Wie zich misdroeg, werd zwaar beboet en de pakkans was groot. Zo is het asociale gedrag uit de Singaporezen getimmerd. Handhaving is niet meer nodig: iedereen houdt zich vanzelf aan de regels. De overheid wordt serieus genomen, omdat de overheid serieus is. Dit draagt bij aan het economisch succes.
Singaporezen zeggen dat ze veiligheid hoger waarderen dan een schone omgeving. Vrouwen vinden het prettig om te wandelen in de stad, zonder bang te zijn om te worden lastiggevallen, beroofd, mishandeld of verkracht. Lekker als je je geen zorgen hoeft te maken over criminaliteit. Singapore is een van de veiligste plekken op aarde. Op straat heb ik vrijwel geen politie gezien of sirene gehoord, wat uitzonderlijk is voor een metropool à la New York. Ik vroeg iemand waarom en hij wees me op de kleine zwarte oogjes die overal onopvallend hangen, camera’s die alles in de gaten houden. Drugsgebruikers kom je ook niet tegen. In de jaren zeventig hebben ze een paar opgeknoopt. Probleem opgelost.
Singapore heeft een paar overeenkomsten met Suriname. Beide landen hebben een koloniaal verleden en waren arm bij de onafhankelijkheid; beide zijn multi-etnisch en multireligieus. Er zijn ook tegenstellingen. Singapore is qua oppervlakte een dwerg, Suriname een reus; Singapore heeft tien keer zoveel inwoners als Suriname en geen binnenland. Wie in Singapore niet werkt, overleeft niet. Surinamers zijn betrekkelijk lui (er heerst een productiviteitsprobleem).
De Singaporezen zijn zachtaardig en dociel, deels door hun Aziatische cultuur, deels omdat al meer dan vijftig jaar één partij, als een autoritaire vader, boven hun hoofd alles voor ze bepaalt. Surinamers genieten meer vrijheid en zijn zelfs een beetje bandeloos. De Singaporezen accepteren minder vrijheid in ruil voor een goed dak boven het hoofd, airco in huis en goede baanzekerheid. Maar er zijn groepen die het zwaar hebben. Zelfmoord is de voornaamste doodsoorzaak onder jongeren – net als in Suriname -, ondanks het wettelijk verbod op zelfmoord in Singapore. Er is een verband met hoge prestatiedruk en examenstress. Ook bij ouderen is er een toename door eenzaamheid.
In een gezellige, rommelige ‘hawker centre’ – knooppunt voor goedkope straatvoedsel – probeer ik de chicken rice en duck noodle. Het eten is redelijk. Een stokoud vrouwtje, haar rug zo krom als een winkelhaak, duwt een karretje langs de eettafeltjes om af te ruimen. Na de lunch met de taxi naar het oude koloniale centrum. De taxichauffeur heeft zin om te kletsen. Hij klaagt over zijn jicht in zijn moeilijk verstaanbare Engels dialect (dolla! Sing-ka-po!). Hij moet doorwerken omdat hij geen toereikend pensioen heeft. Hij is al over de zeventig.
In het oude centrum zien de gebouwen in koloniale stijl en alles eromheen er schoon en fris uit alsof alles gisteren is gebouwd. Singapore doet niet moeilijk over zijn koloniale geschiedenis. Er is geen rancune tegen de voormalige kolonisator. Het standbeeld van de stichter van Singapore, tweehonderd jaar geleden, Stamford Raffles, is even iconisch als de indrukwekkende Marina Bay Sands, een schip dat rust op drie grote wolkenkrabbers, een van de vele hightech attracties in de stad, gebouwd met geld van buitenlandse investeerders (zoals ook andere blikvangers als Sentosa eiland en de dertig meter hoge “supertrees” in Gardens by the Bay die de achtergrond vormen voor een nachtelijke lasershow). Overigens zijn deze attracties voorbeelden van de geslaagde pogingen van de overheid om buitenlands kapitaal aan te trekken. Kapitaal komt alleen als men de overheid vertrouwt. De goed onderhouden bomen en parken, de goed geordende stad, de veiligheid en de slimme infrastructuur scheppen ook vertrouwen. Dit alles zegt tegen beleggers: het land wordt goed beheerd en onderhouden. In vergelijking met Singapore is Suriname een broko parnassi.
Aan de Singapore rivier staat tussen koloniale gebouwen enerzijds en hoge bankgebouwen anderzijds een bronzen beeldhouwwerk. Het laat een prominente Engelse handelaar zien die onderhandelt met een Chinese of Maleise handelaar terwijl Indische en Chinese koelies zakken laden op een ossenwagen. Honderd jaar geleden keek de Engelsman neer op deze minderwaardige koelies. Nu zitten die ‘koelies’ op gelijke niveau aan tafel te onderhandelen met de buitenlandse investeerders.
Singapore is eenvoudiger te besturen dan Suriname. Het is klein, overzichtelijk en heeft inwoners die zich makkelijk aan de regels houden. De Singaporese politici zijn betrouwbaar, ze doen wat ze zeggen. Surinaamse politici zeggen alleen wat ze ‘willen’ doen, het is vaak niet meer dan holle retoriek. In Suriname worden politici gekozen omdat ze mooi klinken op radio of tv, niet omdat ze deugen, met rampzalige gevolgen voor de kiezers. Suriname heeft een president verkozen die verdacht wordt van de moord op ruim een dozijn onschuldigen – ‘onschuldig’, want ze hebben zich niet kunnen verdedigen en zijn niet zijn gehoord door de rechter. En om dat kwaad te verbergen werd nog meer kwaad gedaan (zelfamnestiewet). Suriname heeft een drugsveroordeelde tot president verkozen. Dit is toch een fundamenteel verschil met Singapore. Daar worden zulke figuren voor het leven verbannen. In Suriname is het verlangen van de machthebber primair gericht op het eigen belang, niet op ontwikkeling, daarom keer op keer devaluatie en dit zal voorlopig zo blijven. De premier van Singapore kan vrij reizen en is overal welkom. De president van Suriname heeft huisarrest. Hij kan alleen met een korjaal naar het binnenland om daar een praatje te houden. De Surinaamse machthebber huurt voor een stukje brood of voedselbonnen kletskousen om te zwijgen of te spreken. Singapore huurt alleen mensen die het waard zijn op grond van talent, opleiding en prestatie. Suriname blijft in de modder steken, omdat straffeloos kwaad doen en liegen door hooggeplaatste figuren normaal zijn geworden. Hoe wil men vooruitgaan wanneer nooit een aanbesteding wordt gehouden voor grote overheidsopdrachten, wanneer loyalisten in hoge posities worden gezet om de staat te roven, wanneer buit verkregen door corruptie of uit opbrengsten van de natuurlijke hulpbronnen wordt verdeeld onder een klein groepje vrienden, wanneer honderd miljoenen worden geroofd van het volk (Carifesta, Naschoolse opvang, Sport en Jeugdzaken, EBS, etc.), wanneer vrienden en familie van de machthebber in staat worden gesteld om het grote geld binnen te halen en in hun diepe zakken te stoppen? Schrappen! opsluiten! zou je denken. Nee. In Suriname worden de kleine dieven in de boeien en ketenen geslagen en gaan de dieven van staatsbezit in goud en purper. (Wordt vervolgd).

D. Balraadjsing