Donderdag 21 juni 2018

De illegaliteit in de visserijsector heeft directe lijnen naar de regeringspartij. Dat is de conclusie die getrokken kan worden uit de verklaring van de LVV-minister dat hij volgens politici zijn baan zou verliezen als hij een onderzoek zou instellen. En het is dus de regeringspartij die beslist over het lot van ministers. Er is een hele ophef ontstaan in DNA omtrent de uitgifte van visvergunningen van allerlei aard. Het gaat om zogenaamde SK- en BV-vergunningen, vergunningen voor het vangen van seabob en trawlervergunningen. Er komt veel vis voor voor de Surinaamse kust. Tegelijkertijd is er veel corruptie en een nagenoeg afwezige controle. De corruptie is er bij de afgifte van de vergunningen, het vaststellen van voorwaarden en het controleren op de naleving van de geldende wetgeving en de vergunningsvoorwaarden en de naleving van de vergunningsplicht op zich. Het onderdirectoraat Visserij is van alle drie beleidsgebieden van LVV wellicht de afdeling waarnaar de burgerij het minst kijkt. Surinamers houden van het eten van vis: een deel vangt men zelf in de kreken en rivieren en een deel koopt men. Er zijn weinig Surinamers die van beroep zeevisser zijn. De zeevisserijsector is qua bemensing een aangelegenheid van de buitenlanders. Visvergunningen zijn in handen van buitenlanders of buitenlanders worden als onderverhuurders en arbeiders ingezet in deze sector. De Surinaamse burgerij heeft geen idee wat er voor de kust van Suriname gebeurt, Surinamers zijn gewoon afwezig op zee. Ook de Surinaamse overheid is minimaal op het zeewater aanwezig. Voor de kust is het naar verluidt een wild west, dat is koren op de molen van malafide bestuurders die iets te maken hebben met visvergunningen en de controle. De vraag rijst of de LVV-minister – die gisteren onder zwaar vuur lag – ook behoort tot deze malafide bestuurders. De bewijzen zullen wellicht ooit op tafel komen, maar het zou niet veel kosten om aannemelijk te maken dat de LVV-minister een vuile rol speelt in het geheel van malversaties met visvergunningen. Voor ondernemersvergunningen is het in de wandelgangen bekend hoeveel men in valuta neertelt voor de autoriteiten die gaan over de betreffende vergunningen. In het algemeen wordt gesteld dat onze DNA-leden van de oppositie een milde houding aan de dag leggen de laatste tijd en de minister besparen. Wanneer DNA-leden echter blijven hameren op een bepaald punt, dan is het duidelijk dat de leden belastende informatie hebben. Het komt vaker voor dat DNA-leden informatie die ze ter beschikking hebben, al is het belastend voor de coalitie, achterwege houden. Alzo ontstaat een bepaalde collegialiteit tussen de oppositie en de coalitie, een uiteindelijk resultaat van de constructieve oppositievoering. Er zijn in DNA gisteren vragen gesteld over de visvergunningen in zijn algemeenheid. Het is duidelijk dat de huidige regering voortgegaan is op de weg van wanbestuur en corruptie die niet nu maar tijdens vorige regeerperiodes zijn ingezet. De minister heeft aanvankelijk niet genoeg informatie gegeven op vragen die heel eenvoudig waren geformuleerd. Op den duur werd een beroep gedaan op de minister om de vragen over de vergunningverlening toch te beantwoorden. Schoorvoetend is de informatie gegeven maar niet volledig. De minister zou nog lijsten naar DNA opsturen. Er zijn vergunningen verleend ‘voor Guyana’ waarvan de minister niet weet wie de vergunningen heeft ondertekend. In een brief van het Visserscollectief zou wel een naam zijn genoemd. De minister heeft uit zijn manier van beantwoording doen blijken dat niet alles koek en ei is met de vergunningverlening voor de visserij. De conclusie kan uit de beantwoording worden getrokken dat de minister een aantal personen uit eigen keuze heeft voorgetrokken en vergunningen heeft verstrekt. Ook kan de conclusie worden betrokken dat personen met veel politieke macht instructies geven aan de minister die hij verplicht is op te volgen. Als hij dat niet doet, dan verliest hij zijn ministerschap en dat is niet erg voor een minister die een eerlijk leven wil leiden. Er zijn veel personen die gelieerd zijn of beschermd worden door de regeringspartij die oneigenlijk in aanmerking zijn gekomen voor visvergunningen of die zich niet houden aan de visvergunningsvoorwaarden en de viswetgeving. De grootste boosdoener in deze illegaliteit is dus de regeringspartij, immers de minister heeft aangegeven dat hij volgens enkelen het risico liep om ontslagen te worden als hij bepaalde illegalen zou aanpakken. En de minister kan alleen ontslagen worden vanuit de regeringspartij. Indirect heeft de minister dus toegegeven dat de grootste zondaars in de visserijsector gelieerd zijn aan de regeringspartij. De minister liet zich ontvallen dat er ten minste 1 DNA-lid was dat hem vroeg om de visserijsector en de illegaliteit ongemoeid te laten. De minister noemde de naam niet en dat duidt op twee zaken. Dat lid is afkomstig van de regeringspartij of de minister wenst goede partijpolitieke banden te blijven behouden met de oppositiepartijen die in DNA zijn vertegenwoordigd, dus er zou enige mate van loyaliteit zijn van de minister naar zijn oude politieke huizen of combinaties toe. Ondanks een uitdrukkelijk vragen van de fractieleider van de regeringspartij weigerde de minister de naam van het DNA-lid dat voorstander is van de illegaliteit, bekend te maken. Behalve illegale vissers die geen documenten hebben, heeft Suriname te kampen met malafide ondernemers die de visvergunning die maar geldt voor 1 boot, gebruiken voor meerdere boten. Deze LVV-minister is bang om deze illegalen aan te pakken. Nogmaals blijkt dat malafide ondernemers zich diep genesteld hebben in de regeringstop.

Meer Binnenlands Nieuws