Donderdag 24 augustus 2017

In De Nationale Assemblee worden de laatste sessies van de begrotingsbehandeling gehouden. Het is opgevallen dat er in het parlement weinig door de DNA-leden op basis van thema’s vragen zijn gesteld. Bijna alle interventies van de DNA-leden zijn incidenteel en onsamenhangend. Er is bijna niet ingegaan op het Ontwikkelingsplan en is het OP niet behandeld zoals een plan of een programma moet worden behandeld. Vandaag wordt internationaal de dag van de jongeren herdacht, maar het is opgevallen dat in de DNA heel weinig aandacht is besteed aan de positie van de jongeren. De jonge Surinamers zijn onzeker en er is weer een grote verhuizing van jongeren aan de gang. Een heleboel van de jongeren die de middelbare school hebben afgemaakt en een heleboel bachelors gaan voor verdere studie naar het buitenland en komen niet meer terug. De jongedames zijn het minst gehecht aan Suriname en blijven veel meer weg dan de jongemannen. Procentueel bekeken hebben de mannelijke jongeren een nadeel boven de vrouwelijke jongeren. Er wordt relatief meer in de vrouwen dan in de mannen geïnvesteerd, met een heel lage ‘return of investment’. De investeringen die de regering pleegt in het onderwijs van jongedames komt het land Suriname niet ten goede, maar wel landen die Suriname niet goed gezind zijn en Suriname vijandig benaderen zoals Nederland en Amerika. Rond de dag van de jongeren pleiten we ervoor dat er meer wordt geïnvesteerd in de jongens en de jongemannen omdat deze eerder gehecht zijn aan Suriname en minder gauw geneigd zijn Suriname te verlaten dan de meisjes en de jongedames. Aan het eind van de dag is elke middelbare scholier of bachelor die gratis heeft gestudeerd en weggaat, een enorme verliespost en verspilling en weggegooid geld. Strikt principieel bekeken is hun vertrek in zekere mate verraad aan het land dat enorm verlegen zit om hoger geschoold kader. Het weinige kader dat gevormd wordt, trekt weg. Een deel van de DNA-leden heeft de kinderen zelf ook geposteerd in het buitenland en de andere jongeren interesseren hen niet. In principe is een deel van de DNA-leden ook met een been in het buitenland. Vandaar dat er heel weinig aandacht is gevraagd voor de positie van de jongeren. De Surinaamse jongeren willen op school blijven en hebben ondersteuning van de staat nodig. Het gaat dan vooral om de jongeren die het redelijk tot goed doen op school, maar geen ondersteuning kunnen krijgen van hun ouders, meestal zijn de vaders niet in zicht. We hebben het eerder gesteld dat de genderbeweging de jongens heeft verwaarloosd, terwijl men zelf zegt dat bij de genderbeweging het niet alleen gaat om meisjes en vrouwen. In DNA moet concreet gevraagd worden naar geld om de jongens en meisjes op voj- en vos-niveau op school te houden, met speciale aandacht voor de jongens. Deze groep denkt meer in termen van Suriname en de toekomst van Suriname houdt naar het blijkt jongens meer bezig dan meisjes. Deze laatste groep is minder honkvast en minder loyaal aan een buurt of een land, omdat men afgestemd is op het volgen van de mannelijke partner, naar een andere buurt of een ander land. Het lijkt dus erop dat de DNA-leden hebben gepleit voor zichzelf en niet de kinderen en de jongeren. Er is veel energie verkwist aan politieke ruzies die achterlijk overkomen en geen doel hebben. In het OP is er veel gesproken over abstracte zaken de jongeren rakende en heel weinig is concreet en herkenbaar. Er komen zijdelings hedendaagse problemen als verwaarlozing, molest, geweld of crimineel gedrag wel aan de orde. Het OP praat over een hervormd onderwijs dat beter in staat is de leerprestaties van de jongeren in de multiculturele en veeltalige samenleving succesvol te verhogen. Het OP heeft het over remedial onderwijs waardoor opgelopen achterstanden vroegtijdig ontdekt en verholpen kunnen worden. Er wordt verder gesproken over jeugdprogramma’s voor sport, cultuur en gemeenschapswerk, maar we weten dat dit alleen gefocust is op een deel van de bevolking. Hetzelfde geldt voor innovatieve actieve arbeidsmarktbeleidsprogramma’s voor jongeren. Er wordt melding gemaakt van een Presidentiële Commissie voor een Integraal Kind- en Jeugdbeleid uit 2013, maar deze commissie heeft niet veel impact gehad. Het OP zegt dat de problemen van jongeren kunnen niet los gezien worden van de problematiek van hun ouders of de gemeenschap waarin ze leven: armoede, onvoldoende werkgelegenheid, kinderarbeid, onderwijsproblematiek, huiselijk geweld en ernstig tekortschietende beleids- en uitvoeringscapaciteit van vooral het staatsapparaat. Dat betekent dus dat ambtenaren niet bereid en in staat zijn om de kinderen en de jongeren te helpen. In het OP wordt aangehaald de ‘steun, geld-transfers voor kinderen’. Hierover is er in het parlement heel weinig gesproken.