Woensdag 23 januari 2019

Ter afhandeling van een vlotte en efficiënte uitbetaling van de brandstofcompensatie aan de particuliere bushouders, heeft het ministerie van Openbare Werken, Transport en Communicatie (OWT&C) een bekendmaking de deur doen uitgaan op 19 november jl. Daarin roept Joyce Blokland-Wijnstein, directeur van Transport, de bushouders op om hun bankrekeningnummers tot uiterlijk 17 december 2018 schriftelijk of per email te deponeren bij het ministerie. Dit, in het kader van ordening van het particulier vervoer. Geruchten deden de ronde dat de Particuliere Lijnbushouders Organisatie (PLO) niet achter dit model staat. Echter verklaart John Mahadewsing, voorzitter van PLO, het tegendeel in gesprek met Dagblad Suriname.

“We hebben de bushouders al meegedeeld dat ze hun bankrekeningnummer mogen doorgeven aan OWT&C. Er is niets aan de hand daarmee; dit is niet bedoeld om de bushouders te duperen. Het ministerie zal de bankrekeningnummers pas volgend jaar nodig hebben als de brandstofcompensatie nog doorgaat.” Er wordt al geruime tijd gesproken over de afbouw van deze financiële tegemoetkoming, echter is het niet duidelijk wanneer precies dit het geval zal zijn. Na de prikactie op 5 december volgde er een onderhoud met de leiding van het ministerie op 7 december jl. Blijkbaar heeft dit gesprek de gedachtegang van het PLO-bestuur enorm beïnvloed. Waar zij voorheen spraken over een landelijke lamlegging van het particulier vervoer, wordt er ineens een ander koers gevolgd. “Na dit gesprek hebben we besloten om mee te werken aan de oproep van het ministerie om de bankrekeningnummers door te geven”, aldus Mahadewsing.

KSR