Zaterdag 16 december 2017

Tijdens de vrije dag gisteren is niet alleen de Dag der Inheemsen gevierd, maar is ook herdacht de Javaanse immigratie naar Suriname. Er zijn drie landen met een iets bijzondere geschiedenis in het Caribisch Gebied dan de rest, en dat komt door de immigratie die volgde na de afschaffing van de slavernij. In Suriname, Guyana en Trinidad komen aanzienlijke gemeenschappen Hindoestanen voor, en in veel kleinere getallen ook op Jamaica, Barbados en Martinique en Guadeloupe. De onderdrukking van de Hindoestanen door de nakomelingen van de slaven op de vier laatste eilanden was enorm, waardoor deze groep nagenoeg afstierf door de opgelegde assimilatiepolitiek. Een zeer uitzonderlijke groep die Suriname doet uitschieten boven alle Caribische en ook de Zuid-Amerikaanse landen zijn de Javanen. De Javanen zijn amper 127 jaren in Suriname en hebben in die tijd een ongekende groei meegemaakt in de Europees georiënteerde Suriname. De Javanen hebben met hun komst naar Suriname het land enorm verrijkt op alle gebieden. Ten eerste namen de Javanen een enorme schat aan culturele rijkdom met zich mee die zich kenmerkt door een uitzonderlijke schoonheid. De Javaanse taal is heel mooi, de ‘performing arts’ zijn uniek en ongekend in de regio. De Javanen hebben in de tijd die ze hier zijn, zeker de intentie getoond om zich open te stellen en hun rijkdom met de rest van de gemeenschap te delen, meer dan bijvoorbeeld de Hindoestanen en de Chinezen. Dat blijkt uit bijvoorbeeld de publieke uitvoeringen van de djarang kepang, een culturele opvoering met een strakke regie en geheime codes. Hetzelfde geldt voor de pentjak silat. De Javanen hebben de intentie getoond om blijvend onderdeel te zijn van de Surinaamse gemeenschap door op nationaal niveau te appelleren zoals met de Pop Jawa, een aangelegenheid die meer aandacht verdient omdat het deel uitmaakt van het Surinaams erfgoed. Javanen nemen in steeds grotere mate plaatsen in, in de sectoren waar specifieke skills opgedaan worden via onderwijs. De Javanen hebben hun plaats verworven in de publieke sector waar voorheen de hegemonie gold van de creolen. Dit heeft te maken met de vroege politieke ontwaking van de Surinaamse Javanen, veel vroeger in hun wortelingsfase dan de Hindoestanen. De Javanen zijn geen minderheid in Suriname en hebben door voornamelijk de politieke profilering het recht verworven om als een afzonderlijke bevolkingsgroep met eigen hoge en unieke waarden en normen en een door schoonheid gekenmerkte culturele en religieuze uitingen, voort te bestaan, zonder noodgedwongen te mengen met andere bevolkingsgroepen. We merken echter dat in de afgelopen 127 jaren de Javanen niet volledig doordrongen zijn van de enorme culturele dus ook economische bijdrage die zij aanleveren. Gelukkig wordt de laatste tijd vaker gesproken over het behoud van de Javaanse taal. Vanuit het directoraat Cultuur is er bitter weinig gedaan om de schoonheid van de Javaanse cultuur op een hoger niveau te tillen en prominenter te doen opnemen in het Surinaams cultureel erfgoed. De djarang kepang, het wajang spel en de gamelang zijn juwelen in het toerismekalender die door Cultuur zwaar zijn ondergewaardeerd en verwaarloosd. Ook de Javaanse taal is door Cultuur zwaar verwaarloosd. Toen de uit de Javaanse gelederen afkomstige Cultuur-directeur in een formele setting liet optekenen dat hij de Javaanse taal niet machtig was, werd dat opgevat als een kleinering, minachting en belediging van die unieke taal. De Cultuur-directeur betreurde het niet dat hij een beperkte ontwikkeling had meegemaakt, maar liet blijken met zijn woorden dat het niet erg is dat de Javaanse taal verdwijnt uit Suriname. De verdergaande integratie van de Surinaamse Javanen hoeft niet te betekenen dat het gepaard moet gaan met verlies van die taal en het overgaan op het Sranangtongo en/of het Nederlands. De Hindoestanen in Suriname hebben bewezen dat uitmuntende academische prestaties en behoud van het Sarnami hand in hand gaan. Suriname is een uniek land voor toeristen, maar deze zijn zich daar niet van bewust. De cultuuruitingen van de stadscreolen en de Marrons zijn het meest bekend bij de toeristen en zijn het meest ondersteund door de Surinaamse regering c.q. het directoraat Cultuur. De voormalige Cultuur-directeur is opgevolgd door een andere die enthousiast heeft gereageerd op haar nieuwe functie, maar is behoorlijk stil nog op een directoraat dat de ruimte wel heeft om zonder een heleboel geld een enorme djoegoedjoegoe te maken. Daarvoor moet ze gewoon goed partneren met de organisaties die delen van het Surinaamse erfgoed een warm hart toedragen. Voor Cultuur is er een mooie taak weggelegd, die de afgelopen jaren door de directeur zelf zwaar is verwaarloosd. We hopen dat het tij wel keert. We hopen dat de Indonesische ambassade ook een bijdrage levert om de Javaans-Surinaamse cultuursegmenten te helpen overleven en zich niet alleen focust op de Indonesische cultuur.