Zondag 21 april 2019

De bijenteelt in Suriname blijkt te zijn gegroeid in de afgelopen jaren. In vergelijking met 2013 waren er 4 meer bijentelers geregistreerd in 2017 door het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV).

Opmerkelijk is dat er in deze periode een grote fluctuatie was in de productie van honing. Het aantal bijentelers ging van 30 in 2013 naar een piek van 42 in 2016, en daalde vervolgens naar 34. Deze fluctuatie is ook te merken bij de productie van honing. Waar de productie in 2013 ruim 23.000 liters honing was, steeg die in 2015 en 2016 naar boven de 39.500 liters, om vervolgens in 2017 te dalen naar ruim 31.000 liters. De piek van 2015 en 2016 was echter niet het beste dat Suriname heeft gedaan. Het land heeft in de jaren 90 producties gekend van boven de 84.000 liters honing per jaar. De huidige productie is dus op nog niet eens de helft van wat Suriname eerder kon leveren.

Suriname exporteert haar honing naar Nederland, Guyana, Duitsland, België en India. Guyana is met ruim 8% de kleinste afnemers terwijl Nederland met ruim 28% de grootste is.

Wat de bijenteelt betreft, is de consumptie van honing geschat op 50.000 liter per jaar, waarvan een deel wordt verkregen uit de import. De meeste bijenteelt wordt verricht in de districten Coronie, Wanica, Saramacca en Commewijne. De verschillende soorten honing ontlenen hun namen aan de boom of bloem waaruit de bijen honing winnen, zoals Parwa, Mira-Udu, Bebe, Djamun, Tapirira en Swiet Syrië. De meest voorkomende honing is Parwa.

Deze laatste cijfers uit de ABS Milieu statistieken doen concluderen dat in ieder geval de productie van de bijentelers is toegenomen. Waar in 2013 een individuele bijenteler in staat zou zijn om 790 liters per jaar te produceren, was die in 2017 instaat om 910 liters per jaar te produceren.

Kavish Ganesh