Vrijdag 15 maart 2019

De minister van Milieu en Energie van Costa Rica, Carlos Manuel Rodriguez, zegt in een gesprek met de Surinaamse minister van Handel en Industrie, Stephan Tsang, onder de indruk te zijn van het 1.6 miljoen hectare bos dat Suriname conserveert. “Dat is meer dan alle nationale parken van Costa Rica bij elkaar”, zegt Rodriguez. Costa Rica heeft een florerende toerismesector. In de periode van de hervormingen ging dat in Costa Rica gepaard met ontbossing. “Op een bepaald moment is er voor ecotoerisme gekozen”, laat Rodriguez weten in het gesprek. “We werden voortvarend in het bouwen van infrastructuur, luchthavens, en het promoten van de infrastructuur in de private sector. Deze sector creëerde een handelsmerk voor ecotoerisme. Nu is toerisme een van onze grootste bronnen van inkomsten. Toeristen kunnen kennis maken met onze biodiversiteit, cultuur en beschermde gebieden. En de toeristen dragen substantieel bij aan de economie van Costa Rica. Wat we geleerd hebben, is om in plaats van een boom te kappen en het te verkopen, we het vele malen meer kunnen verkopen aan de toeristen.”

Minister Tsang zegt in het gesprek dat Suriname zich over het algemeen nog niet bewust is van de eigen mogelijkheden op dit vlak. De minister van Costa Rica zegt dat een belangrijke reden om deel te nemen aan de afgelopen driedaagse conferentie van de High Forestation, Low Deforestation (HFLF)-landen, is om het idee onder de aandacht te brengen dat deze landen zich beter moeten groeperen om een hogere compensatie voor hun CO2-voorraden te vragen aan de rest van de wereld. De ‘climate change’ doelen kunnen alleen gehaald worden als de bossen van de HFLD-landen in tact blijven. Op dit moment wil men een compensatie van USD 5 per ton CO2 aan compensatie geven.

Koloniale tijd
Volgens Rodriguez is het bod van USD 5 vergelijkbaar met de koloniale tijd. De kosten om 1 ton CO2 te produceren bedragen USD 17, zegt de Costa Ricaanse minister. De bewindsman kan zich dan ook niet terugvinden in dit bedrag en ziet samenbundeling van de HFLD-landen, net zoals de olieproducerende landen dat voorheen hebben gedaan, als de oplossing voor een hogere compensatie.

RB