Donderdag 23 november 2017

De media in Suriname zijn net een klein kind dat de handen al snel vol heeft. Ze laten zich al een hele tijd voor de gek houden met een dode mus, een nepcorruptieverhaal van de oppositie en de coalitie. In Suriname is corruptie de norm in de politiek. De Surinaamse bevolking voedt die corruptie en verwacht van politici dat die corrupt zijn, want wanneer ze in de gelegenheid zijn moeten politici banen en overheidsopdrachten regelen voor politici. Er was een bekende politicus en vakbondsleider die vaak zei dat het Surinaams volk een godvrezend volk is. Nu weten we niet of hij dat serieus of schertsend heeft bedoeld. Maar onze observatie duidt niet erop dat het Surinaamse volk een gelovig volk is, anders zou corruptie niet in de mate voorkomen waarin het nu voorkomt in het land. Of dan hangen ze een onbekende godsdienst aan waar oneerlijkheid en het onderdrukken en het ontnemen van rechten van armen en zwakken in de samenleving is toegestaan. Met de laatste verklaringen van de VHP en de NDP is het duidelijk geworden dat geen van deze partijen er baat bij heeft dat de corruptie wordt aangepakt. Beide partijen worden gedreven omdat ze corruptie als essentiële norm kennen. Corruptie is geen maatschappelijk relevant begrip in Suriname, het is voor de Surinaamse bevolking geen issue, precies zoals kannibalisme geen issue is in een kannibalistische samenleving. Voor buitenstaanders en internationale organisaties is corruptie wel een issue, omdat ze weten dat door corruptie en oneerlijkheid uit te bannen, bijna alle landen in de wereld de potentie hebben om welvarend te zijn. De internationale ambtenaren komen uit christelijke landen waar door jarenlange religieuze leiders en hervormers als Calvijn, een samenleving is neergezet waar men de eerlijkheid, mensenrechten en vooral naastenliefde als grondhouding heeft. Deze internationale ambtenaren komen uit welvarende landen en vormen een belangrijk deel van de opiniemakers, de onderzoekers en de financiers. Zij gaan ervan uit dat de hele wereld beschaafd is en dat de hele wereld ernaar streeft om eerlijkheid als norm te hebben. Dat is echter niet zo. De burgers van niet alle landen streven naar eerlijkheid en redelijkheid en billijkheid en beschaafdheid. Suriname behoort tot die landen. Het Surinaams volk gaat wel naar kerken, tempels en moskeeën, maar is niet religieus. Het gaat meer om meedoen en om uiterlijkheden, het Surinaams volk is in essentie een corrupt volk en de corruptie komt ook voor in de religieuze organisaties. Wanneer er sprake is van een corrupt volk, komt corruptie in een heel ander licht te staan. Corruptie is een issue in landen waar de bevolking weet wat corruptie is en er een tegenstander van is, terwijl politici en ondernemers op verborgen wijze zich eraan schuldig maken. In Suriname is de corruptie openlijk en in de positie komen te verkeren waar men misbruik kan maken van bevoegdheden en kan stelen wordt gezien als een gevolg van slimheid. Een groot deel van de Surinaamse bevolking wil zelf ook in de positie komen om te stelen en misbruik te maken van de bevoegdheden. In Suriname wordt door beschaafde christelijke wetten en de grondwet, voor de internationale samenleving, de schijn opgehouden dat de Surinaamse natie een beschaafde natie is, afgespiegeld naar de Nederlandse samenleving. De echte normen van Suriname staan niet op papier, er zijn paralelwetten die niet op papier zijn. Daarnaar leeft de Surinaamse burger, de Surinaamse politici en de Surinaamse ambtenaren. Deze paralelnormen hebben als hoofdregels oneerlijkheid, misbruik van macht en bevoegdheden, rancune en onderdrukking. Door de VHP en de NDP zijn verklaringen uitgegeven over corruptie, en dat is alleen maar om het volk in de war te brengen. Het volk zelf laat zich voor de gek houden, waardoor men gaat geloven dat men een eerlijke samenleving is, maar dat is niet wat het volk wil. De corruptieverklaringen hebben een tweeledig doel. Dat is om internationale organisaties een herkenbaar verhaal over nagestreefd goed verhaal voor te houden en de ongeschoolde bevolking in de war te brengen. Het systeem zou werken wanneer iedereen onder de bevolking eens in de gelegenheid zou zijn om op niveau te stelen. Op gegeven moment zou dan iedereen een beurt hebben gehad en hebben gestolen. De Surinaamse middelen in brede zin zouden dan gelijkelijk ter beschikking zijn geweest van de totale bevolking, dat is echter niet zo. Een aantal mensen krijgt de gelegenheid om te stelen, een groot deel ligt op de loer maar krijgt de kans niet. Aan de politieke partijen wordt dus een beroep gedaan om nepverklaringen over corruptie achterwege te laten. Men moet de moed en de durf hebben om te verklaren dat corruptie behoort tot de politieke realiteit en de maatschappelijke realiteit van Suriname en dat het een aanvaarde norm is, dat is door een bepaalde politieke leider wel verklaard.