Maandag 18 februari 2019

De afgestudeerde student Economie, Gianni Smith BSc, met leden van de examencommissie Adekus: Ramdath Dwarka, Bisoenpersad Mathoera en Michiel Bilkerdijk

De afgestudeerde student Economie, Gianni Smith BSc, met leden van de examencommissie Adekus: Ramdath Dwarka, Bisoenpersad Mathoera en Michiel Bilkerdijk

De vele nieuwsberichten over onbehoorlijk financieel bestuur bij de overheid en de straat- en onlineprotesten met als wanhoopskreet ‘pé a moni de?’, waren voor de economiestudent Gianni Smith, de directe aanleiding om zijn afstudeeronderzoek te richten op de financiële controle bij de overheid. De titel van het onderzoek was: ‘De effectiviteit van audit bij de Surinaamse overheid’. Vrijdag heeft hij zijn onderzoeksresultaten op de Anton de Kom Universiteit gepresenteerd en met succes kunnen verdedigen. Hierdoor heeft hij de titel verkregen van Bachelor of Science in Economie. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de huidige financiële controlefunctie niet voldoende waarborging biedt om te voorkomen dat bestuurders en ambtenaren misbruik maken van publieke macht voor privaat gewin.

Volgens Smith duidt onbehoorlijk financieel bestuur op een systeem van controle en toezicht dat niet goed functioneert. Hij zegt dat corruptie een van de meest bekende uitspattingen hiervan is. Dit is volgens hem mede de oorzaak waarom ons land negatief gerangschikt is op de Corruption Perception Index van Transparency International (CPI). Deze organisatie beoordeelt jaarlijks 180 landen met een score van 0 tot 100. Suriname stond in 2017 op de 77steplaats gerangschikt met een score van 41 punten, terwijl het land bij de recente publicatie van de index op een gedeelde 73ste plaats staat, samen met nog 3 andere landen. Deze keer heeft Suriname 43 punten gescoord, 2 punten meer ten opzichte van het vorig onderzoek. Ook met deze minieme vooruitgang blijft ons land het predicaat van “corrupt land” behouden volgens de criteria van de organisatie. Uit deze index blijkt volgens de student ook dat vele landen in onze regio een betere rangschikking hebben op de index. Smith zegt dat Suriname een betere ranking kan bemachtigen op de index als de politieke wil nadrukkelijk aanwezig is om de kwaliteit van de financiële controlefunctie te verbeteren. Hoe beter de controle functioneert, hoe minder regeringen, bestuurders en ambtenaren volgens hem geneigd zullen zijn om hun vingers te branden aan het oneigenlijk besteden van gelden van de belastingbetaler.

Smith vindt dat een goede controle zeker ook ten bate is van de politiek en daarom gekoesterd zou moeten worden door politici. Zo zal volgens hem een goede controle bij de overheid leiden tot een bestuurskracht, om als overheid de eigen organisatie zodanig uit te bouwen dat een beleid wordt gevoerd dat aan de verwachtingen van de burgers tegemoet komt. Ook zal een goede controle de mogelijkheid bieden om als bestuur een zelfstandige politieke rol te spelen ten opzichte van de gemeenschap die het bestuur verkozen heeft. Een regering die volgens Smith het predicaat “goed bestuur” van zijn kiezersvolk krijgt, maakt een grote kans om steeds terug te komen. Als politici dit beseffen, zal volgens hem een cultuur ontstaan bij de overheid, waarbij controle en toezicht een belangrijke plaats zullen innemen. De student heeft daarom politici, bestuurders en ambtenaren opgeroepen om hun houding te verbeteren ten opzichte van controle-instanties. “Beschouw controle niet meer als een blok aan het been, maar als een kans om af te rekenen met onbehoorlijk financieel bestuur”, aldus Smith. Volgens de student zal verbetering van de financiële controle de overheid in staat stellen om de realisatie van beleidsvoornemens -en doelen nauwkeurig te volgen en waar nodig bij te sturen.

De financiële controlefunctie bij de overheid is volgens Smith met name toebedeeld aan zowel de Centrale Landsaccountantsdienst (Clad) als de Rekenkamer van Suriname (Rekenkamer). De student komt in zijn onderzoek tot de bevinding dat beide instanties zich voor 100% inzetten om controlewerkzaamheden goed uit te voeren, echter ontbreken volgens hem belangrijke randvoorwaarden om de kwaliteit van de controle te waarborgen. Zo noemt hij de verouderde wetten waar beide instanties hun mandaat aan ontlenen en de aantasting van hun onafhankelijkheid door opeenvolgende regeringen. Het wettelijk kader is volgens de student cruciaal voor beide entiteiten, omdat het enerzijds hun mandaat voorschrijft en anderzijds bepalend is voor de mate van objectiviteit of onafhankelijkheid, waarmee ze hun werk dienen te doen. Zo is uit zijn onderzoek gebleken dat de Rekenkamer teveel afhankelijk is van de overheid. In de praktijk functioneert het instituut volgens hem als een afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De Rekenkamer trekt door tussenkomst van het ministerie van Binnenlandse Zaken haar eigen personeel aan, maar beheert niet haar eigen fondsen. Dit is niet in lijn met de internationale standaarden, zegt hij, want het betekent dat het budget van de Kamer afhankelijk is van entiteiten die onder haar controlemandaat vallen. Dit ondermijnt de kwaliteit van de controlefunctie, zegt Smith.

Herziening van de Comptabiliteitswet van 1953 en de Wet op de Rekenkamer 1952 is daarom van groot belang, vindt de student. Het stemt hem goed dat beide wetten nu in behandeling zijn bij De Nationale Assemblee. Smith heeft aanbevolen dat bij herziening van de wetgeving, de regering nadrukkelijk de plicht moet worden opgelegd tot het opvolgen van uitgebrachte adviezen door zowel de Clad als de Rekenkamer. Uit zijn onderzoek is gebleken dat opeenvolgende regeringen het niet altijd nauw hebben genomen met adviezen van de controle-instanties. Smith heeft met het succesvol verdedigen van zijn afstudeeronderzoek, zijn studie binnen de nominale tijd afgerond. Hij heeft hiermee de titel verkregen van Bachelor of Science in de Economie. Zijn specialisatie is Accountancy. Hij zal zich verder bekwamen in de financiële branche. Nu doet hij praktijkervaring op bij het accountantskantoor Tjong A Hung.