Zaterdag 15 december 2018

Op de social media rouleren er video’s van leerlingen die een leraar mishandelen met de blote vuist. Concreet gaat het om een voj-leerling die in de klas een leraar die door omstandigheden niet tegen de leerling opgewassen is. In de wandelgangen circuleert het bericht dat de leerkracht met enig fysiek contact getracht zou hebben om deze leerling, die kennelijk de klas aan het storen zou zijn geweest, uit de klas te krijgen, zodat hij zijn lessen kon voortzetten. De leerling zou op het fysieke contact hebben gereageerd en daarbij veel verder zijn gegaan dan wat de leerkracht had gedaan. Dit alles voltrok zich tijdens de les dus voor het aangezicht van andere leerlingen. Deze leerlingen, althans een belangrijk deel daarvan, hebben de ene leerling die bezig was de inmiddels op de grond belande leraar af te takelen, aangemoedigd om door te gaan en de leraar te mishandelen. Enkele leerlingen hebben de hele zaak gefilmd en het gerouleerd. In de wandelgangen circuleert ook het bericht van niet-voorbeeldig gedrag van de leraar zelf, maar deze berichten zijn afkomstig van leerlingen en niet door ons geverifieerd. Uit het bovenstaande zijn drie zaken waarnaar goed gekeken moet worden. Ten eerste is er het punt van de veiligheid van de leerkracht in de uitoefening van zijn beroep. Ten tweede gaat het om voorbeeldzettend gedrag van leraren die voor de klas staan. Ten derde gaat het om de schoolregels ten aanzien van het gebruik van fysiek contact of geweld. Ten vierde is ook van belang de cultuur van geweld waarmee bepaalde kinderen worden opgebracht en in dit kader dus het sociaal gedrag dat we van kleins af aanleren. Al geruime tijd leggen leerkrachten steeds op tafel een onveiliger geworden werkplek. Door veranderde opvoedingsbenaderingen en de opkomst van de rechten van het kind, is de benadering van de leraar zodanig veranderd, dat zijn beroep meer gevaar oplevert dan voorheen. Leraren zijn geen heilige mensen meer die op een voetstuk staan. Dat komt mede door het gedrag van leraren zelf, omdat ze steeds meer op leerlingen willen gaan lijken. Uit het incident is gebleken dat leraren in de gesloten omgeving van een klas mishandeld kunnen worden en daaraan zelfs zodanige letsels zouden kunnen oplopen die levensbedreigend hadden kunnen zijn. Er zijn jongeren uit bepaalde buurten die met geweld worden opgevoed. Dat geweld zien ze in het gezin, in de familie en in hun buurt. Volwassenen lossen bijna alles op met geweld onderling, zowel de mannen als de vrouwen. De jongeren in de zogenaamde creoolse volksbuurten en de buurten waar de marron-jongeren geconcentreerd bij elkaar leven lopen velen malen meer kans om vanaf jonge leeftijd gewelddadig gedrag mee te maken en aan te leren om zo problemen op te lossen. Er wordt veel met messen gestoken, door jongens en meisjes uit deze buurten. Er is door de school aangegeven dat de betrokken leerlingen geschorst dan wel geroyeerd zullen worden. Verder zou de hele klas geschorst zijn en zouden de leerlingen eerst langs moeten komen met hun ouders of verzorgers. Er zijn veel jongens en meisjes die van heel kleins af zelf slachtoffer zijn geweest van geweld van oudere kinderen en gezins- en familieleden en ook buurtgenoten. Het telkens ondergaan van mishandeling verandert iets in kinderen en de wijze waarop ze op bepaalde gedragingen van anderen reageren. Er is een regel terecht op ook de Surinaamse scholen geïntroduceerd dat het verboden is om fysiek geweld toe te passen om leerlingen, ook de zeer jonge leerlingen. Dat is een hele aanpassing geweest voor leraren die in hun oudere opleiding niet de tools direct hebben meegekregen voor tucht op de moderne manier. Door trainingen en sessies heeft Onderwijs toch getracht om alle leraren zover te krijgen dat men niet meer aan het lichaam van de leerling komt. Dat betekent dat de leraar alternatieve manieren moet aanwenden om sancties toe te passen op school. Die alternatieve sancties bestaan er wel en worden elders in de wereld met succes toegepast. De leraren die fysiek geweld nog toepassen en daarmee tegenreacties ontlokken, verdienen geen mishandeling maar kunnen wel verweten worden van medeschuld in enige mate. De vraag rijst wel hoe om te gaan met een compleet andere opvoedingscultuur die buiten heerst en de opvoedingscultuur die op basis van de internationale standaarden op school geldt. De regering bijvoorbeeld (Binnenlandse Zaken) ziet het nog niet als zijn taak om het gedrag van de burgerij (seksueel gedrag, buurtgedrag, opvoedersgedrag) te beïnvloeden met bijvoorbeeld incentives. In principe behoort het gedrag in de buurten te gaan veranderen en te gaan richting de opvoedingsbenadering die op school gehanteerd wordt, dus het opvoedingsgedrag gebaseerd op het Kinderrechtenverdrag. Er is een behoorlijke urbanisatie op gang gekomen waarbij kinderen die nauwelijks hun vader kennen en voor wie vaderliefde onbekend is en die opgegroeid zijn met behoorlijke pak slaag, nu steeds meer de scholen bevolken. Onderwijs, Biza en RO moeten programma’s ontwikkelen om het geweld op straat en op scholen aan banden te leggen. De hoofdoorzaak van het gebruiken van geweld zoals hier sprake van is, is zelfhaat. Men haat het bestaan waarin men is geboren en waarin men zich bevindt. Het eigenbeeld van een groot deel van de Surinaamse bevolking moet veranderen en de regering dient een handje te helpen met programma’s die men samen met kerken en sportorganisaties kan uitvoeren. Frappant in dit geheel is toch dat er geen medelijden is geweest voor een mens die weerloos op de vloer lag en een pak slaag onderging. Er werd steeds aangespoord om door te gaan ‘tot het einde’. Dit gedrag is zelfs kwalijker dan het gedrag van de jongen die bezig was met de mishandeling. Dit asociaal gedrag is overal in de samenleving te zien en standaardprocedure in bepaalde buurten. Ook hier is er een taak voor de regering weggelegd om burgers dit laf en laag-bij-de-gronds gedrag af te leren.