Donderdag 19 oktober 2017

De politie-eenheden waren op volle sterkte aanwezig tijdens de protestacties (foto: Ricky Bahadoersingh)

De politie-eenheden waren op volle sterkte aanwezig tijdens de protestacties (foto: Ricky Bahadoersingh)

‘Intimidatie’ was het begrip dat afgelopen woensdag het meest werd gebezigd door de actievoerenden bij Theater Unique. Bij sommigen heeft de ‘intimidatiepoging’ van de regering, zoals beweerd word, inderdaad gewerkt. Hier wordt gewezen op het optreden van de politie jegens enkele actievoerenden. Dat bleek ook uit afwezigheid van enkele gezichten die vaker te zien waren bij acties van zowel de vakbeweging als ‘We zijn Moe’. Natuurlijk zijn er ook boze gezichten bij gekomen, waardoor de groep protestanten op woensdag groter was dan op dinsdag. De vraag waar critici mee zitten, is wat precies het gevolg is van het weer op straat komen, mogelijk, zonder toestemming (een vergunning) van de burgervader van het district. Het houden, leiden of organiseren van en het deelne¬men aan optochten of demonstraties in het openbaar, van welke aard of welke strekking ook, is verboden, tenzij vooraf voor die optocht of demonstratie de betrokken districtscommissaris schriftelijk vergunning heeft verleend. De autoriteit, die een zodanige vergunning heeft ver¬leend, is bevoegd haar te allen tijde in te trekken. Dit stelt artikel 49 van de Politiestrafwet.

Geldboete maximaal SRD 300
Dagblad Suriname vroeg gewezen buurtmanager Keshopersad Gangaram Panday over zijn ervaringen bij vroegere acties in de binnenstad van Paramaribo. Naar zijn weten waren er in het verleden niet zulke noemenswaardige confrontaties tussen actievoerenden en de politie. Hij praat hier over de periode van regering Venetiaan III. Over de huidige acties is hij kort. “Als de politie zegt dat de mensen geen vergunning hebben, calamiteiten verwacht, en als gevolg daarvan zegt dat er opengebroken moet worden, moet er opengebroken worden. Als je geen gevolg geeft aan de bevelen van de politie, kun je meegenomen worden. Als je de bevelen niet uitvoert, past men desnoods geweld toe”, stelt Gangaram Panday.
Voorschriften in de Politiestrafwet bieden een iets duidelijker beeld. Personen die bij gelegenheid van een optocht of demonstratie of van een druk verkeer of een opeenhoping van mensen op de openbare weg niet voldoen aan een bevel van de politie, gegeven in het belang der openbare orde om door te lopen, stil te staan of zich in een bepaalde richting te begeven of te verwijderen, riskeren een geldboete van de categorie 1 (maximaal SRD 300). Er staat geen inverzekeringstelling bij deze overtreding. Dit geeft Gangaram Panday ook toe. Het voorgaande zeker in acht nemende dat de personen in kwestie alleen de overtreding van artikel 50 van de Politiestrafwet ten laste werd gesteld.

“Tijdens de Front-regering had je bijkans elke week acties. Als buurtmanager heb ik in het verleden langer dan 8 jaren bij bijkans alle acties het voortouw genomen om bijstand te verlenen. Ik was constant in gesprek met de actievoerders. De meesten waren niet in het bezit van een vergunning. Toch gingen de acties na overleg met hogerhand door. Geen één is toen uit de hand gelopen”, stelt Gangaram Panday. Hij merkt op dat de politie zou hebben ingezien dat de acties sinds dag 3 grimmiger werden, waardoor het beleid bij de politie werd aangepast. De politie dient op haar beurt de nodige maatregelen te treffen.

Ongewenste situaties
Het Wetboek van Strafrecht gaat verder in op andere ongewenste situaties. Vernieling of beschadiging van goederen zijn wel ernstige strafbare feiten conform het strafrecht. Over dit deel is er geen discussie. De leiding van de protestdemonstraties roept ook telkens op tot vreedzaamheid van de demonstraties. Een ieder heeft volgens de grondwet recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering, met inachtneming van bij wet vast te stellen bepalingen in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en goede zeden.

Dit voorbehoud levert enkele beperkingen op de rechten van iedere burger op
Het uiten van bepaalde specifieke gevoelens wordt door het Wetboek van Strafrecht ook aan banden gelegd. Artikel 169 bijvoorbeeld richt zich op personen, die zich opzettelijk in woord, geschrift of afbeelding uiten, waarin, zij het ook zijdelings, voorwaardelijk of in bedekte termen, verstoring van de openbare orde of omverwerping dan wel aanranding van het in Suriname gevestigd gezag wordt aangeprezen of daarvoor stemming wordt gemaakt. Deze personen worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 6 jaren of een geldboete. Personen die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beledigende vorm uitlaten over het openbaar gezag in Suriname, over een openbaar lichaam of over een openbare instelling, riskeren krachtens artikel 173 een gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaren of geldboete. Artikel 171 stelt dat personen die in het openbaar uiting geven aan gevoelens van vijandschap, haat of minachting tegen de regering van Suriname, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 7 jaren of een geldboete.

Kavish Ganesh