Donderdag 19 juli 2018

De minister van Minowc heeft met haar optreden op de staatsradio gisteren een flinke ruk in de goede richting gegeven aan de ongelukkig gevallen eerste woorden die ze heeft geuit in haar nieuwe hoedanigheid als minister. Ook wij hebben toen ons kritisch uitgelaten over de minister, maar haar uitleg nu snijdt wel hout. De minister heeft haar uitspraak over haar prioriteit in veel meer woorden uitgelegd. De minister zegt dat haar topprioriteit is het basisonderwijs, maar de minister zegt ook dat haar allereerste prioriteit is de onderwijswetgeving. De minister zegt niet dat de andere onderwijsniveaus haar belangstelling niet genieten. Zij gaf aan dat nauwelijks de helft van de Surinaamse kinderen die op de glo worden ingeschreven, uiteindelijk met een glo-getuigschrift de school verlaten. En de vraag is inderdaad welke kant je op moet met een bevolking waarvan 1 op de 2 niet eens een glo-getuigschrift heeft. Dat cijfer is veel te laag en in principe is het uitzicht van armoede en penarie onvermijdelijk voor deze groep. Het is onacceptabel dat 1 op de 2 Surinaamse burgers niet eens een glo-getuigschrift heeft. Het klopt dus niet dat Suriname een geschoolde beroepsbevolking heeft. Het kan wel zo zijn dat het aantal kinderen dat ingeschreven wordt op de glo hoog is, maar het aantal dat die eerste basisschool ook afmaakt is schandalig. We hebben hier telkens een lans gebroken voor de drop-outs in Suriname. Het aantal drop-outs in Suriname is te groot en het cijfer is nog groter voor de Surinaamse jongens. We hebben hier herhaaldelijk geschreven dat Minowc en zijn ministers nog nooit echt zijn opgekomen voor de drop-outs. We hebben hier ook enkele keren aangehaald dat we de BvL en de ALS niet hebben horen praten over de output van de onderwijzers en de drop-outs en de vele bijlessen waarvan de behoefte kunstmatig wordt gecreëerd alleen al zodat men meer geld kan verdienen. We hebben het ook opgenomen voor de onderwijzers wanneer ze in de verdrukking hebben gestaan, maar een aantal waarheden blijven overeind staan. De onderwijsvakbonden zien het niet als hun verantwoordelijkheid om de productiviteit van de onderwijzers omhoog te krikken en dan is er wel sprake van een eenzijdige benadering. Een ander punt waar de minister zeker ondersteuning in verdient is dat niet alle vernieuwingen en veranderingen geld kosten. Er wordt al geld besteed aan onderwijs en een deel gaat naar de salarissen die aan het onderwijskader wordt betaald. Het salaris aan het onderwijskader mag niet geweldig zijn, maar het moet wel voorkomen dat het ministerie telkens moet rennen naar dure consultants die toch alleen doen aan ‘awareness raising’. Het is inderdaad mogelijk om een heleboel veranderingen door te voeren zonder dat miljoenen extra eraan moet worden besteed, samen kan het onderwijskader in multidisciplinair commissieverband een heleboel zelf realiseren als de departementsleiding het goed aanstuurt. De minister zegt terecht dat het kader geen excuus van ‘moni no de’ moet aandragen om geen beleid uit te voeren, de salarissen zijn tot nu toe keurig uitbetaald. De nieuwe onderwijswetgeving klaarmaken hoeft bijvoorbeeld geen kapitalen te kosten. De minister heeft er moeite mee dat onderwijzers alleen naar geld kijken en niet praten over de schamele prestaties van de kinderen. De minister zegt dat veel onderwijzers een slechte instelling hebben en niet houden van het onderwijs, ze voelen zich niet geroepen om onderwijzer te zijn. Zij gaan ervan uit dat het maar een baan is. De minister heeft gelijk als ze zegt dat een onderwijzers die alleen aan geld en bijlessen denkt, geen goede onderwijzer kan zijn. Er zijn mensen die gelukkig worden van hun bijdrage aan het onderwijs, zij zijn trots als onderwijzer, maar helaas zijn er vele onderwijzers in Suriname die dat niet zijn. Door hun verkeerde inborst hebben ze veel krediet verloren in de Surinaamse samenleving. Onderwijzers zijn over het algemeen extravert en naar buiten gericht en heer en meester in hun woonomgeving; onze onderwijzers zijn dat niet meer, omdat ze veel krediet hebben verspeeld door hun foute inborst. De minister heeft verder groot gelijk dat het afgelopen moet zijn met het vergaderen tijdens werktijd door de onderwijzers. De vakbonden moeten hun vergaderingen en hun meetings houden buiten de werktijd en niet de schaarse onderwijsuren van de kinderen afpikken. Er is nergens een recht dat onderwijzers of werkers in het algemeen recht hebben om tijdens werkuren te vergaderen. Voor deze vergaderingen moet Minowc voortaan het loon over de betreffende uren inhouden en ook sancties treffen als het kind wordt benadeeld en dit laatste is haast onvermijdelijk. Door de minister van Arbeid is een kinderarbeidswet ingediend bij DNA en nu moet ook de onderwijsminister gelijke tred houden en ook komen met die onderwijswetgeving waarnaar jaren wordt uitgekeken, omdat ze hand in hand gaan. Samen moeten wij ervoor zorgen dat alle Surinaamse kinderen zoveel als mogelijk onderwijs genieten. Minder dan een afgeronde voj is onacceptabel. We zijn voorstander van een kind-volg-systeem, waardoor de regering van elk kind weet hoe die groeit en waar die groei stagneert. Suriname heeft niet veel kinderen dus het is te doen. Laten we alle Surinaamse kinderen koesteren en ze behoeden van kinderarbeid en uitvallen uit het onderwijssysteem. Het is onze enige manier als samenleving om te overleven.