Vrijdag 21 september 2018

Bedrog kom je overal tegen. In sommige landen veel meer dan in andere. In Suriname is het bedrog endemisch geworden. Aanwijzingen zijn de corruptieschandalen, het niet krachtig aanpakken van corruptie, het ongemak om zaken te doen, de vriendjespolitiek bij aanbestedingen en de omvang van de schaduweconomie (drugshandel, witwaspraktijken en belastingontduiking). Het gevolg is de piek van sociaaleconomische ellende. Kinderen zien hun ouders zwoegen als gatstoppers voor de verkwistende overheid. Aan de andere kant zijn er heel wat oneerlijke mensen die in luxe leven zonder zichtbare middelen van bestaan.

Het grote bedrog begon in 1980. Toen greep een stelletje normovertreders met geweld de macht en draaide de rechtstaat vlot de nek om. De decembermoorden waren het toppunt van de schending van mensenrechten. Als Janey Tetary toen geleefd had, was zij ongetwijfeld het zestiende slachtoffer geworden, ook al had ze geen ballen om af te schieten. In 2010 maakten de fameuze normovertreders een come back. Geholpen door andere bedriegers kregen ze weer de overhand. De normvervaging werd feestelijk ingeluid door het verheffen van de voormalige dictator tot president. Alleen in een dom land wordt een drugsveroordeelde en hoofdverdachte van een wrede moordpartij tot president verkozen; het is hetzelfde als de vos verheffen tot opzichter in het kippenhok. Wat een voorbeeld voor de kinderen! ‘Zoals de heerser is, zo valt te verwachten dat ook diens onderdanen zullen worden’. Ook de amnestiewet van 2012 is een schoolvoorbeeld van onethisch gedrag; maar liefst achtentwintig (!) leden van het hoogste Staatsorgaan stemden voor dat bedrog. Onethisch is eveneens het benoemen van personen met een strafblad of een kwalijke reputatie en onbekwame loyalisten in topfuncties. Het zijn allemaal aardige gozers, maar zodra ze macht proeven beginnen er wat schroefjes bij ze los te zitten. Ze denken dat ze god zijn en verliezen het contact met de werkelijkheid. Maar bedrog loont! De verkiezingen van 2015 werden grandioos gewonnen.
De normovertreders hebben een gespleten geest. De rechtstaat geldt voor iedereen, maar niet voor hen. In hun machtsdronken gemoed overtreden zij normen en waarden naar hartelust. Maar ze zijn zeer streng voor degenen die niet tot hun partij behoren. Zie maar hoe wordt omgegaan met het 8 decembermoordenproces, de vrije pers en andere instituties van de rechtsstaat. ‘Wie zijn wil niet gehoorzaamt, wordt te gronde gericht’. Dat lijkt de bedoeling te zijn.

Normovertreders opereren graag onder de radar, ze houden niet van controle. Ze verwaarlozen of verzwakken instituten die toezicht moeten houden op hun bedrog, net zoals men een historisch gebouw, op de hoek van historische straten, laat wegrotten, omdat de beproefde ethiek waar dat gebouw voor staat hen niet aanstaat. Of ze bemensen sterke instituten, de pilaren van de welvaart, met vriendjes en familie die zwijgen of meedoen als hun weldoeners de regels overtreden. Gelukkig zijn er ook wel burgers met een eerlijke inborst die de schending van regels aan de kaak stellen.

Het is niet gemakkelijk om eerlijk te blijven in een land waar onethisch (lees: oneerlijk) gedrag veel voorkomt. Eerlijke mensen komen in een lastige positie: ze kunnen zich gedwongen voelen om ook water in de wijn te doen. Hoe meer om hen heen de normen overschreden worden, hoe minder zij zich ook aan de regels gaan houden. ‘Ik ben eerlijk, maar ik zie zoveel bedrog om me heen, dat ik ook wel eens oneerlijk mag zijn’. Corruptie maakt corrupt.

Het gedrag van de bedriegers is besmettelijk. Het zijn net rotte appels. Ze hebben een vernietigende invloed op de jongeren die het risico lopen om besmet te raken door de normvervaging. Net als kinderen die agressief gedrag zien, en zich dan ook agressiever gaan gedragen. Vooral jongeren die zich identificeren met de bedriegers en tot hun partij toetreden, lopen het risico om besmet te worden door het oneerlijke gedrag, terwijl jongeren die afstand nemen van de bedriegerspartij hun eerlijke inborst kunnen behouden.

De oneerlijkheid in de samenleving neemt toe als rolmodellen zich onethisch gedragen. Ouders gaan hun kinderen stimuleren door positief te praten over de normovertreders: “kijk, dat is de weg naar succes”. Het bedrog wordt acceptabel. Wat de populaire leider zegt is niet in lijn met wat hij doet. Maar dat is niet erg meer. Het is net als iemand die roept: “verboden vuil te gooien!” maar zelf smijt met vuil. Het eindigt in chaos. Het verheffen van een veroordeelde of verdachte tot de hoogste status in het land, is het verheffen van onethisch gedrag tot de hoogste norm. Oneerlijk gedrag krijgt prestige. Het zegt ook iets over de meerderheid die het bedrog goedkeurt en normaal maakt. Dit gebeurt als bedrog ongestraft blijft. Mensen pikken het niet als een bedrieger 35000 SRD direct uit hun zakken steelt, maar ze accepteren het wel dat de regering ze 35000 SRD armer maakt.

“Ik ben corrupt, omdat iedereen corrupt is.” Als je dit veel hoort, dan is corruptie een cultuurverschijnsel geworden. Corruptie of bedrog – het is hetzelfde – wordt onderdeel van de cultuur als het maar meer oplevert dan het kost. Jongeren wennen eraan dat het overtreden van regels normaal is. Het wordt er niet beter op wanneer iemand een kruistocht tegen corruptie belooft, maar niet doet wat hij zegt; het is dan net als de slechte vader die de oneerlijkheid van zijn kinderen niet straft. We weten allemaal hoe het met die kinderen afloopt. Het worden bedriegers.

Er is een relatie tussen de bedriegers aan de top en het schuim op straat. Het bedrog druppelt als een infuus tot in alle lagen van de maatschappij. Volgens Sociologen leidt het overtreden van regels op het ene gebied, tot overtreding van regels op andere gebieden. Zo verspreidt wanorde zich. De culturele erfenis van de afgelopen jaren is: ‘A no mi!’ ‘Neks no fout!’ ‘Zand erover!’ en ‘Lulkoek!’. De domme kruimeldief twijfelt niet meer als hij de grote jongens met hun bedrog ziet wegkomen, dat is dan wijsheid, dus probeert hij het ook. De rotte appels hebben veel invloed op personen die ook de normen willen overtreden.

In de media verschijnen bijna op dagbasis voorbeelden van hooggeplaatste normovertreders. Een recent voorbeeld is de asfaltplant-met-een-luchtje. De deal is niet doorgegaan omdat oplettende volksvertegenwoordigers op tijd de morele alarmbel hebben laten rinkelen. Het lijkt alsof de verantwoordelijke personen herinnerd moesten worden aan wat zij als kind hebben geleerd: “Gij zult niet stelen!”. De opgegeven reden waarom de deal niet doorgaat, is ‘a red herring’ (een rode haring), zoiets als een rode kwiekwie; men komt met iets dat afleidt van het eigenlijke punt, te weten de geur van bedrog. Een ander voorbeeld van een lelijke maar geaccepteerde uitglijder is een minister die de goddelijke rechter speelt en een omroep wil straffen wegens belediging van het al. Vele vijftigplussers zullen automatisch weer denken aan het bedrog van de jaren 80.

Mensen gebruiken de omvang van het oneerlijke gedrag in de samenleving als maatstaf voor hun eigen oneerlijke gedrag. Daarom moeten de rotte appels die de mand bederven eruit worden gehaald – er kunnen dan wel heel weinig appels overblijven in de mand. De trap moet van boven naar beneden worden schoongeveegd. Een goed begin is de juridische afronding van het 8 decembermoordenproces. Bedrog kan nooit helemaal worden uitgeroeid, maar het kan wel door streng toezicht en hoge straffen onder controle worden gehouden. En preventie begint thuis, op school en in de tempel. Daar ontwikkelen kinderen een eerlijke inborst.

Sterke instituten en eerlijke burgers zijn met elkaar verbonden, zoals ijzer en beton. Ze zorgen voor een stevig fundament waarop gebouwd kan worden: verzwak je de een dan verzwak je ook de ander.

D. Balraadjsing