Vrijdag 23 februari 2018

In Suriname moeten organisaties en ook de media vaker overgaan tot het houden van peilingen. Door een bekende opiniepeiler is onlangs weer een peiling verricht in de maanden november – december 2017. Toen werden “at random” (willekeurig)1000 personen middels een vragenlijst geïnterviewd. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in ressorten in de districten: Paramaribo, Wanica, Commewijne en Nickerie. Uitgangspunt in het onderzoek was dat de meeste mensen wonen in het kustgebied. Interviews werden ‘face to face’ afgenomen met behulp van een gestructureerde vragenlijst. Een hoofdvraag die aan de orde kwam, was om aan te geven op welke dag van de maand men het gevoel heeft dat men niet meer uitkomt met het geld dat men maandelijks ter beschikking heeft. De peiling komt op het resultaat van de 15de van de maand. De lonen worden in Suriname wat betreft de maandloners gestort rond de 25ste van de maand. Dat betekent dat de Surinamers ongeveer 20 dagen van de maand met hun loon rond kunnen komen. Dat betekent dus dat er een loonsverhoging nodig is van 33% om de gap op te vullen. Het resultaat zal zijn dat werknemers met meer tevredenheid aan het werk zullen komen en de productiviteit in de bedrijven zal omhoog gaan, hetgeen zal leiden tot meer winst. Eens moet worden nagegaan wat de productiviteit is in de bedrijven na de 15de van de maand. De kans is groot dat deze heel laag is vanaf de 15de tot de 25ste van de maand dus als de lonen worden gestort. Een andere vraag was welke cijfer men de regering zou geven voor het regeren. Het cijfer is een onvoldoende namelijk 4. Dit cijfer wordt ook gegeven aan de president over de manier waarop hij het land regeert, aldus de opiniepeiling. Dit cijfer betekent dat de burger echt ontevreden is met de regering en de president. Het cijfer 4 betekent dat er geen twijfel over moet bestaan dat het cijfer een echte onvoldoende is, daarom hebben de burger de regering en de president niet beoordeeld met een 5. Een 3 en 2 zijn niet gegeven, omdat er burgers zijn die hoop hebben en willen geloven dat het goed zal komen met Suriname. Er zijn burgers in Suriname die weg kunnen emigreren naar andere landen maar daarvoor nog niet kiezen. Een 3 zou betekenen dat het tijd is om in te pakken, een 4 is echter niet ver van een 3 en geeft aan dat er in de verkiezingen iets drastisch kan gaan gebeuren als er geen goed nieuws te melden valt over onze toekomst. Interessant was de vraag welke partij de meeste sympathie zou genieten als er nu verkiezingen zouden worden gehouden. Hier is duidelijk dat de twee grootste partijen de NDP en de VHP zijn. Opvallend is dat de groep die niet weet ongeveer 35% is. De groep die niet zou stemmen ging van een jaar eerder van 18 terug naar 15%. Het draagvlak voor de NDP is gedropt van 17 naar 14%. De VHP steeg van 12 naar 15%. De NPS dropte ook van 4.8 naar 4.4%, ook de Doe van 3.7 naar 1.6% en ook de PL van 3.4 naar 1.2%. De Abop maakte vergeleken met een jaar eerder een stijging mee van 2.5 naar 2.8%. Opvallend is dat bekeken naar leeftijd vanaf 35 jaar de burgers eerder kiezen voor de VHP, daaronder is de NDP populairder. Mensen met een lager inkomen kiezen ook eerder voor de VHP. Qua etnische voorkeuren bekeken stemmen creolen het meest op de NDP (meer dan 20%), maar veel minder dan de Hindoestanen die op de VHP stemmen (meer dan 40%). Javanen schijnen meer op de NDP te stemmen dan de Hindoestaan. In Paramaribo is NDP sterker, en concurrentie van de VHP krijgt deze partij in Commewijne en veel sterker in Nickerie. Opvallend is dat in Commewijne een heel hoog aantal burgers niet weet op wie te stemmen, dus eigenlijk voorzichtig is in het uiten van een voorkeur uit misschien vrees voor verwaarlozing van het district of bepaalde ressorten. Die vrees is er wel voor de ressorten die de NDP afwijzen.
In landen met een significante aanwezigheid van geschoolde mensen bij de private organisaties worden peilingen vaker gehouden en dan gaat het niet alleen op populariteitspeilingen van een zittende president of draagvlak dat een regerende coalitie ook heeft. Mediabedrijven hebben in Suriname wel de infrastructuur en het netwerk, maar niet de drive en de kennis om ook opiniepeilingen te houden. De medewerkers in de mediabedrijven tonen vaak een passieve houding en doen hun werk bijna dwangmatig voor het salaris om hun hoofd net boven water te kunnen houden. De media in Suriname zijn niet doordrongen van hun belangrijke rol in de veranderingsprocessen in de samenleving. De mediaopleidingen falen ook om een aparte klasse van kritische burgers af te leveren. De mediaopleidingen zijn een ‘last ressort’ voor burgers die niet verder kunnen studeren op mbo of hbo-niveau, maar dat graag wensen. Suriname moet nog kennis maken met peilingen, tot nu toe worden alleen politieke peilingen in Suriname gehouden door maar enkele organisaties. In 2015 steeg corruptie van 6 naar 5.