Donderdag 21 juni 2018

Niet onterecht is vanuit de oppositie zware kritiek geuit op het verlies van stemrecht van Suriname bij de VN. Er is terecht opgemerkt dat Suriname qua beleidsuitvoering veel heeft aan de specialistische organisaties die binnen de structuren van de VN voorkomen. Er is door verschillende DNA-leden en ook niet-parlementariërs gesteld dat het een schande is dat het zover is gekomen met Suriname, zo kan het inderdaad worden bestempeld. De Surinaamse politiek heeft zich in de jaren ’60 en ’70 inspanningen getroost om opgenomen te worden in de ‘rij der naties’, de rij van de soevereine staten. Nu komt Suriname door het verlies van stemrecht eventjes niet voor in de rij der naties. Binnen de VN worden er heel belangrijke statements gemaakt die van belang zijn op het wereldforum, zoals recent de stemming over het besluit van de USA om Jeruzalem aan te wijzen als de hoofdstad van Israël. Suriname heeft hier door tegen de USA te stemmen, een statement gemaakt welke veel lof heeft ontvangen van de regionale critici. Zonder stemrecht zou Suriname zijn statement niet kunnen maken. Zonder stemrecht is Suriname een onvolwaardige lid van de VN. Door de bekendmaking van de VN over het verlies van stemrecht van 12 landen, is Suriname op negatieve manier in het nieuws gekomen. De contributie van de VN en andere belangrijke VN-organisaties moet jaarlijks worden betaald. Dat is een zaak die dient te behoren tot de reguliere taken van Financiën en de betreffende ministeries. Bij de deskundigen is het genoegzaam bekend dat het niet betalen van contributie betekent dat het betreffende land zijn stemrecht verliest. Dat wordt ook standaard gedoceerd op bijvoorbeeld de universiteit wanneer het internationaal recht en de internationale organisaties worden behandeld. Wanneer de achterstand een aantal jaren betreft, dan wordt het stemrecht vervallen verklaard, totdat de betalingen zijn ontvangen door de VN. Wat moet begrepen worden uit het verlies van stemrecht door Suriname? Er zijn critici die spreken over slordigheid en nalatigheid, maar de vraag rijst bij wie. In het verenigingsrecht komt het voor dat leden ook hun stemrecht verliezen als ze hun contributie niet betalen. Het is waarschijnlijk dat de Surinaamse regering het verlies van stemrecht heeft zien aankomen. Het verliezen van stemrecht is een enorme imagoschade internationaal. In de media hebben politici zich afgevraagd waarom de regering niet om dispensaties heeft gevraagd. Echter blijkt dat in het geval van Suriname er geen dispensatie zou kunnen worden gegeven. Het VN Handvest geeft aan dat het stemrecht niet wordt verloren als een land aan kan tonen dat het niet betalen van de contributie buiten haar invloedsfeer ligt. In Suriname zijn de omstandigheden niet aanwezig dat de contributie niet kan worden betaald. In de eerste plaats is Suriname een lage-inkomens-land, maar nog steeds een hoger middeninkomensland. Er is geen gewapend conflict gaande in Suriname, noch is er sprake van een natuurramp of een hongersnood. Evenmin kan gesproken worden van het tijdelijk afwezig zijn van een regering in het land vanwege een regering die in ballingschap zou zijn of geen volledige controle zou hebben over grote delen van haar grondgebied. Een ‘precaire situatie’ is geen grond om de contributie niet te betalen. De contributie wordt bepaald aan de hand van de verdiensten van de verschillende landen, waardoor er balans is in hetgeen de landen moeten bijdragen. Onder de 12 landen die hun stemrecht hebben verloren komen er 3 Caribische landen voor: Suriname, Grenada en Dominica. Binnen Caricom is er eens een onderscheid gemaakt tussen de verschillende Caribische landen. Suriname behoort samen met Bahamas, Barbados, Guyana, Jamaica en Trinidad en Tobago tot de meest ontwikkelde landen van de organisaties. Dominica en Grenada zijn formeel minder ontwikkelde landen binnen de Caricom. De vraag rijst dus of Suriname nog binnen de Caricom aangemerkt kan worden als een hoog ontwikkeld land, er heeft zich namelijk een afbraak in het in potentie rijke land plaatsgehad. Zelfs Haïti waarop wordt neergekeken heeft ondanks natuurrampen toch zijn contributie betaald. Dominica is een land met 73.000 bewoners, Grenada heeft 107.000 inwoners en zijn veel kleiner dan Suriname. Er zijn 12 gediskwalificeerde landen op de lijst die in serieuze problemen zitten. In Jemen is er een burgeroorlog gaande, tussen de regering en de Houti rebellen, duizenden kinderen lijden honger en gaan dood. Een gewapend conflict is ook gaande in de Centraal Afrikaans Republiek. Equatoriaal Guinee en Venezuela zijn landen waarmee de Surinaamse regering vroeg bijzondere vriendschappen heeft gesloten op zelfs het persoonlijke vlak, maar er zijn geen omstandigheden bekend die zouden voorkomen dat deze landen hun contributie niet kunnen betalen. Van Venezuela is bekend dat het door een diepe recessie en crisis gaat. Libië heeft recent nog gewapende strubbelingen meegemaakt en is er sinds het afzetten de dictator Gaddafi sprake van politieke instabiliteit. De Comoren, Guinea-Bissau, Sao Tome & Principe en Somalië kregen dispensatie, omdat ze geen schuld hebben aan het niet kunnen betalen van de contributies. De vraag in deze rijst of Suriname tussen deze landen thuishoort. Als het antwoord bevestigend is, dan zijn we als land behoorlijk gezonken in of onze ontwikkeling of de kwaliteit van ons bestuur. Gezegd moet ook worden dat het argument van de NDP-fractieleider dat er grotere problemen zijn in Suriname, heel zwak is en de schade vanwege het verliezen van stemrecht niet op haar juiste waarde schat.

Meer Binnenlands Nieuws