Maandag 22 oktober 2018

Dictee

09-03- 2018

Meestal rond de Kerst vindt op de Hollandse televisie het ‘Groot Dictee van de Nederlandse Taal’ plaats. Het is een gebeurtenis waarnaar tal van taalenthousiasten in Nederland, Vlaanderen en wie weet ook in Suriname al lang van tevoren uitkijken. De happening mag er dan ook zijn. Een zaal vol bekende en onbekende Hollanders zet zich schrap met pen en papier om een door de presentator uitgesproken tekst met zo min mogelijk taalfouten op te schrijven. Die presentator trekt er zijn slimste gezicht bij en het lijkt dan ook wel alsof hij de vreemde woorden op zijn papiertje allemaal zelf heeft verzonnen. Als het klaar is worden de teksten ingeleverd, nagekeken en de winnaars worden bekend gemaakt. Er zijn twee soorten winnaars: degenen die de minste fouten hebben gemaakt en de bekende Hollanders met de minste fouten. Uit de eerste categorie zijn het vaak de Vlamingen die met de eer gaan strijken en dat is niet zo verwonderlijk. Zij zijn door het samenleven met hun Franstalige landgenoten meer gespitst op het zuiver houden van hun taal en daarin zo min mogelijk vreemde invloeden toe te laten. Het gaat bij het Groot Dictee overigens om een eenmalig gebeuren. Er worden vreemd genoeg geen voorronden gehouden waar de besten uitrollen zodat de finale in de Hilversumse studio een werkelijke bollebozenstrijd zou zijn. Niets van dat al: de winnaar of winnaars in de afgelopen jaren presteerden het om meestal nog zo’n tien tot vijftien fouten te maken!

Begin jaren tachtig van de afgelopen eeuw werd door de Vlaamse en Nederlandse overheden de zogenoemde ‘Taalunie’ opgericht. Doel ervan was het nastreven van een ‘gemeenschappelijk beleid’ op het gebied van de Nederlandse taal. Sinds 2004 zijn ook Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten geassocieerde leden van de Taalunie. Daarnaast zijn er banden met de voormalige Nederlandse kolonie die nu Indonesië heet en met Zuid Afrika en Namibië, waar ook een vorm van het Nederlands wordt gesproken. Deze Taalunie nu heeft verordonneerd dat haar taal elke tien jaar ‘geactualiseerd’ wordt, en wel door de uitgifte van een zogenoemd ‘Groen Boekje’. Daarin staan de meest recente bedenksels van de Vlaams-Nederlandse spellingcommissie. In 2005 is het voor het laatst uitgebracht. In 2015 is – de Heer zij geloofd en geprezen – geen nieuw Groen Boekje verschenen.

Wat moet men zich in vredesnaam voorstellen bij een ‘gemeenschappelijk beleid’ op taalgebied? De Fransen, Britten of Spanjaarden veranderen hun taal nooit. Toch is het verspreidingsgebied van die talen oneindig veel groter dan dat van het Nederlands, inclusief het verwante Zuid-Afrikaans. Ook andere talen zijn voor zover bekend niet aan verandering onderhevig anders dan dat in het gewone spraakgebruik nieuwe woorden of zegswijzen ontstaan terwijl andere verdwijnen: de normale ontwikkeling van de taal door de gebruikers en niet door van hogerhand opgelegde wijzigingen.

Velen zijn dan ook het Nederlands blijven schrijven zoals zij dat op de lagere school hebben geleerd en dat Nederlands zal daarom vast en zeker afwijken van de taal die door de presentator van het Groot Dictee zo olijk wordt gedeclameerd. Dat geldt in het bijzonder voor zaken die de Spellingscommissie erg belangrijk vindt: accenten, koppelstreepjes, apostrofen, meervouds s’en of n’en en dergelijke randverschijnselen.

Een taalliefhebber met de ambitie om ooit het Groot Dictee der Nederlandse Taal te winnen maakt daarop dan ook uitsluitend kans door de meest recente versie van het Groene Boekje uit zijn hoofd te leren. Maar als iedereen dat zou doen is de aardigheid van het Groot Dictee er al gauw vanaf. Datzelfde is het geval als je de spelling van de Nederlandse taal onveranderd zou laten zoals ze doen in Engeland, Frankrijk, Duitsland en alle andere landen. Als je daar zo’n dictee-wedstrijd zou houden zouden er duizenden foutloze inzendingen zijn. En ook dan is de wedstrijd niet zo spannend meer en die evenementen worden daar dan ook niet gehouden.

Anton van den Broek (jurist/bioloog)