Maandag 10 december 2018

De Cedaw Vrouwenrechtencommissie van de Verenigde Naties die gaat over de monitoring van de implementatie van het Vouwenrechtenverdrag (Convention on the Elimination of All forms of Discrimination against Women: Cedaw) heeft in de vorige week de Surinaamse regering aan de tand gevoeld omtrent de uitvoering van dit verdrag. Een delegatie was in het buitenland om face to face de uitvoering door Suriname te verdedigen en een ondersteuningsteam was hier te lande standby om de groep van informatie te voorzien. Het VN Vrouwenrechtenverdrag is een heel belangrijk verdrag in de ontwikkeling van de verschillende landen. Op nagenoeg alle continenten van de wereld worden de rechten van de vrouwen geschonden, maar er zijn continenten waar at meer gebeurt dan op andere. Het best is het gesteld met de vrouwen in de West-Europese landen en in Noord Amerika en in sommige delen van Azie. Een moderne en welvarende samenleving kan nooit bereikt worden zonder dat eerst de rechten van de vrouwen en de kinderen goed zijn geregeld. Het goed regelen van de rechten van deze groepen en hun bescherming is altijd het begin op weg naar welvarende en rijke samenlevingen. Welvaart wordt immers gemeten naar tevreden en de rust en geborgenheid die ervaren wordt door alle lagen en groepen van de bevolking. Het Vrouwenrechtenverdrag regelt enkele zeer belangrijke rechten van vrouwen. We kunnen zo opnoemen het recht van de vrouw om gezond te bevallen en in leven te blijven en het recht van het vrouwelijke kind om ter levend ter wereld te komen. Daarbij is belangrijk de zorg waarop de vrouw recht heeft en de rechten van de werkende vrouwen die in de verwachting zijn. Belangrijk is ook het recht van het meisje om haar kindfase te doorlopen en pas op volwassen leeftijd zelfstandig keuzes over een partner en kinderen te maken. Deze leeftijd moet niet te laag liggen, kindhuwelijken moeten worden verboden en overtreders moeten streng worden bestraft. Een andere zaak die afneemt maar toch wel op het Afrikaans continent voorkomt is de vrouwenbesnijdenis en het verminken van het vrouwelijk geslachtsdeel. Tot de regio’s waar de vrouwen onderdrukt worden, behoort het Midden Oosten. Vanwege een bepaalde interpretatie van de islamitische regels lopen vrouwen in zwarte tenten en is het ze bijna niet toegestaan om zich in het openbaar te tonen. Critici beweren dat deze onderdrukking afstamt uit eeuwenoude culturen en niet door de plaatselijke dominante religie. Zo zijn er landen waar het de vrouwen nu pas wordt toegestaan om zelfstandig in een auto te rijden. Een belangrijk recht van de vrouw is om betrokken te zijn in betaalde economische activiteiten aan de hand van hun opleiding, ontwikkeling en ervaring. In hun jonge jaren behoren ze de kans te krijgen om die opleiding en ontwikkeling te doorlopen. Er zijn in Suriname groepen vrouwen die een enorme opwaartse ontwikkeling hebben doorgemaakt en gerekend kunnen worden tot groepen burgers die de meeste ruimte krijgen om zich te ontwikkelen tot professionals op alle niveaus en alle richtingen. We kunnen noemen de Hindoestaanse vrouwen, al enkele decennialang, en nu ook de Marron-vrouwen. De achterstand die Surinaamse vrouwen ervaren heeft niet zozeer meer te maken met groepsattitudes, maar in een verzuim van de Surinaamse regeringen om het land beter in te richten en de rechten van vrouwen beter tot uiting te doen komen. De vrouw als kind, de vrouw als volwassene, de werkende vrouw, de ondernemende vrouw en de politieke vrouw dienen allemaal te worden ondersteund en daarvoor zijn wetgeving en overheidsprogramma’s nodig die landelijk worden uitgevoerd. In het internationaal mensenrechtensysteem zijn er 2 grote groepen verdragen namelijk de VN-verdragen en de IAO-verdragen (van de Internationale Arbeidsorganisatie). Jaarlijks wordt de gender pay gap gepubliceerd met de rangschikking van de landen. Deze rangschikking geeft aan hoe de Surinaamse vrouwen het op de arbeidsmarkt doen in relatie tot de vrouwen van de andere landen. De Surinaamse vrouwen doen het overall niet al te best, maar er zijn gebieden waar ze het beter doen dan de vrouwen van de landen die het overall beter doen. Het gaat dan om onderwijs en om de politieke participatie van de vrouw. De conclusies van de VN Cedaw-commissie zijn nog niet gepubliceerd, maar sinds de laatste conclusies in 2007 zijn er niet veel veranderingen geweest. Op het gebied van de economische participatie liggen, afgaande van de jaarrede van de president en de verklaringen afgelegd door de regering (minister Arbeid), wel belangrijke wijzigingen in het verschiet. Een van ze is een wet die discriminatie op het gebied van arbeid verbiedt, regels die geweld en seksuele molestatie verbieden en regelgeving die zwangerschapsverlof zal invoeren. Deze regels zullen de startpositie van vrouwen op het economische vlak verbeteren, als de werking ervan wordt bevorderd. Verder zijn er ondernemerschapsfondsen in het leven geroepen, waar het gebruik ervan is niet duidelijk. Crèchevoorzieningen voor werkende moeders moet ook beter geordend worden. De vrouwenrechtenorganisaties in Suriname zijn de laatste jaren enorm ‘silent’ geworden en triggeren de overheid en de samenleving niet met bijvoorbeeld rapporten.