Maandag 11 december 2017

Er is in de samenleving een discussie op gang gekomen met betrekking tot de invoering van de belasting toegevoegde waarde (btw). In het Ontwikkelingsplan 2017-2021 komt het voornemen van de regering om een btw in te voeren niet voor. Deze belastingvorm is al een hele tijd door de Surinaamse regering aangekondigd en zou de belichaming zijn van de verschuiving van de belastingdruk van de directe naar de indirecte belastingen. Deze verschuiving zou het mogelijk maken dat de brede schouders de zwaarste lasten dragen. De Surinaamse regering is nu het dichtst bij het punt ooit om een btw in te voeren. Aanname van de wet zal veel voeten in de aarde kosten, maar de uitvoering zal een nog immense taak zijn. De omzetbelasting is in de jaren ’90 ingevoerd en is de laatste complexe belastingvorm door de Surinaamse regering ingevoerd. Het is bekend dat deze belastingvorm ingevoerd werd met veel steun vanuit Nederland. Veel kader uit Nederland is jarenlang actief geweest bij de Belastingen en Financiën om het omzetbelastingsysteem op poten te zetten. Op den duur werden de buitenladers ervaren als pottenkijkers en moesten ze opkrassen. Nu wordt door critici beweerd dat de Surinaamse regering niet over de capaciteit bezit om de uitvoering van deze wet te dragen. De btw heeft als grootste drijfveer dat het meer rechtvaardigheid moet brengen in het Surinaams belastingsysteem ten faveure van de kleine man. Er zijn contouren van een wet BTW in roulatie en deze zullen als basis dienen voor een aanstaande wet. De btw zal een belasting zijn die geheven wordt ter zake van het door ondernemers in Suriname onder bezwarende titel leveren van goederen en diensten en het invoeren van goederen in Suriname. Als levering van goederen wordt aangemerkt ook de eigendomsoverdracht van goederen ingevolge een overeenkomst, de afgifte van goederen ingevolge overeenkomst van huurkoop of financial leasing, de oplevering van onroerende goederen door de ondernemer die de goederen heeft vervaardigd en de eigendomsovergang van goederen ingevolge een overeenkomst tot het aanbrengen van die goederen aan een ander goed. Als levering van goederen wordt mede aangemerkt de vestiging en de overdracht van zakelijke rechten betreffende onroerende goederen, zoals vruchtgebruik, opstal en erfpachtrechten. Daaronder wordt grondhuur dus in de eerste versie niet genoemd. Voor de wet is het van belang dat de goederen en diensten in Suriname worden geleverd. Wanneer daarvan sprake is wordt in het wetsvoorstel uitgelegd. Deze uitleg is uitgebreid en gericht op de verschillende type diensten die geleverd kunnen worden en de goederen. De btw is een belasting die geheven wordt over de vergoeding die de consument of afnemer voor de goederen en de diensten betaalt. Onder de vergoeding verstaat het wetsvoorstel voorlopig het totale voor de levering of de dienst verschuldigde bedrag, de belasting zelf daaronder niet begrepen. Onder vergoeding wordt niet begrepen rente wegens het ter beschikking stellen van gelden. Het voorlopig voorstel van het tarief van de belasting bedraagt 17.5 %. Er is in enkele gevallen een nultarief van toepassing waaronder de diensten die geacht worden buiten Suriname te zijn verricht. De wet gaat gepaard met een bijlage van goederen en diensten waarover vrijstelling van belasting verleend kan worden. De belasting wordt geheven van de ondernemer die de levering van het goed of de dienst verricht. De in een tijdvak verschuldigde belasting wordt op aangifte voldaan. Het tijdvak is een kalendermaand. De manier van heffing en de wijze van heffing doen veel denken aan de wet omzetbelasting. Het tarief is echter veel hoger; waar de omzetbelasting uitgaat van 8% en 10% gaat deze wet uit van 17,5%. De vraag rijst of dit wetsvoorstel niet een verkapte vorm van verhoging is van de tarieven van de omzetbelasting. De belasting bij invoer wordt berekend over de douanewaarde, vermeerderd met bet invoerrecht, de accijnzen en de andere bij invoer verschuldigde heffingen, met uitzondering van de ter zake van die invoer verschuldigde btw. Ook bij de invoer is het tarief 17,5%. Er is een algemene vrijstelling voor ondernemers die per kalenderjaar in Suriname een omzet exclusief BTW behaalt van SRD 300.000 of minder. De wet verplicht de ondernemer een degelijke administratie te voeren en doorlopend genummerde facturen te hanteren. De facturen moeten aan een aantal criteria voldoen. In de versie die nu rouleert is niet expliciet aangegeven dat de Wet omzetbelasting zal worden ingetrokken, de toelichting zegt dat wel. De vraag rijst over een omzetbelasting of btw simultaan naast elkaar zullen worden geheven. In de bijlage van de vrijstelling zijn vooralsnog 15 goederen en diensten opgenomen die vrijgesteld moeten zijn van de btw-verplichting. De regering geeft aan dat met de btw een ‘algemene consumptiebelasting’ is met als voordeel dat de opbrengsten tegenover die van de inkomstenbelasting stabieler zijn en dat vanwege het grotere heffingsbereik de opbrengsten hoger zijn dan van overige belastingsoorten. De inning zou relatief gemakkelijk plaatsvinden en zou fraudebestendiger zijn. Ook worden als voordelen genoemd een grotere sturingsmogelijkheid in tijden van economische voor- en tegenspoed. Ook zou er geen cumulatie van belasting plaatsvinden, zoals bij de omzetbelasting. De businesswereld heeft zich in eerste instantie niet positief uitgelaten over deze wet. Naarmate de wet duidelijk wordt zal de discussie gerichter plaatsvinden en dan zal blijken in welke mate deze wet bijdraagt aan de sociale rechtvaardigheid.