Maandag 20 mei 2019

Suriname is een land met een overvloed aan zoetwater per hoofd van de bevolking. Over het algemeen is er via het waterleidingnet beschikbaarheid van drinkwater voor een groot deel van de bevolking. Steeds worden gebieden die eerder verstoken waren van leidingwater, nu wel ontsloten. De vraag is of wij ooit vanwege klimaatsverandering klem zouden kunnen komen te zitten wat betreft bijvoorbeeld drinkwater. Die optie moet niet verwaarloosd worden, het behoort tot de mogelijkheden. Bij de klimaatsverandering horen namelijk ook de periodes van extreme droogte. Extreme droogte houdt in dat er over grotere periodes er geen regen valt. Dat zal van invloed zijn op de landbouw en gewassenteelt en de voedselvoorziening. Het kan ziekten en plagen veroorzaken die er eerder niet aanwezig waren. Droogte kan invloed hebben op de loop van de rivieren. Deze en hun vertakkingen kunnen droog komen te liggen. Op den duur kan ook het niveau van het grondwater gaan zakken en is er dan ook weinig drinkbaar water om te boren en naar boven te halen. Ook kan het zeewater het zoetwaterterritorium binnendringen en kan er verzilting gaan optreden met nadelige gevolgen voor de beschikbaarheid van drinkwater en voor de landbouw. Schelritsen zouden hierbij een belangrijke rol spelen en moeten worden beschermd. Het is van belang dat Suriname op de hoogte is van het toekomstperspectief wanneer het gaat om water. Hoe lang zullen we nog een overvloedige beschikking hebben over zoetwater? Er is voor droogtes gewaarschuwd toen in Suriname het plan werd opgevat om water te exporteren. Dit onttrekken van het water uit de rivieren zou van invloed kunnen zijn op de biodiversiteit en de late beschikbaarheid van zoetwater in het kader van de klimaatsverandering. Recent is een rapport verschenen waarin door de VN wordt gemeld dat de biodiversiteit op de wereld flink aan het uitsterven is. Dat komt door de enorme vervuiling en het menselijk ingrijpen in de natuur en het milieu. Zo zou driekwart van de wetlands er niet meer bestaan in de wereld. Deze wetlands (zwampgebieden) komen nog wel voor in Suriname, zoals in Coronie en Nickerie. Deze wetlands zijn een bron voor zoetwater en moeten worden beschermd. Onze wetlands behoren dus tot de kwart van de overgebleven wetlands in de wereld. De wetlands van Suriname zijn bij wet beschermd en ze behoren tot de beschermde natuurreservaten. Er is wel menselijk ingrijpen in deze wetlands, maar dat is op zich niet ongehoord. Alleen moet er worden gewaakt voor vervuiling en vernieling. De laatste tijd is ook toerisme in de wetlands opgekomen, maar ook hier moet gewaakt worden voor verstoring van natuurlijke processen en vervuiling. Buitenlandse toeristen met een Surinaamse wetgeving hebben wel eens de neiging om buiten de regels om activiteiten te ontplooien in de wetlands en daarvoor moet worden gewaakt. De wetlands worden aangehaald omdat ze belangrijk zijn voor de zoetwaterbeschikking. We halen deze zaak aan vanwege een bericht dat in de Caribische media is gelanceerd van het Caribbean Institute for Meteorology and Hydrology (CIMH). Dit orgaan heeft de Caribische landen gisteren opgeroepen om de watervoorraden heel nauwlettend te volgen en dit zoveel als mogelijk te conserveren in elk geval tot juni/juli. Deze oproep deed CIMH omdat de droogtesituatie in de regio aan het verslechteren is. Dit instituut geeft een publicatie genaamd de “Caribbean Drought and Precipitation Monitoring Network Bulletin” uit en daarin heeft het orgaan gesteld dat er bezorgdheid is voor de meeste Caribische landen op de korte termijn wat betreft de droogte en haar impact op de landbouw en de loop van de rivieren en kreken. Dit geldt niet voor Cuba, de Bahamas, Jamaica en de Cayman islands. Op de lange termijn ontstaan er ook problemen voor Jamaica en de Cayman Islands. Daarom worden de meeste Caribische landen aangeraden om hun watervoorraden nauwlettend te volgen op zijn minst tot juni/juli. De CIMH heeft het over een droogteprobleem dat gaande is en regelmatig terugkeert in Barbados, Martinique en St. Lucia, United States Virgin islands (USVI). Het gaat in deze gebieden steeds om droogte voor langere termijnen. Korte termijn droogte, die duurt tot eind juli jaarlijks, doet zich voor nu in Dominica, Frans Guyana, Grenada, Martinique, St Martin, St Lucia, Suriname en de USVI. Dus Suriname heeft met deze type van droogte te maken. De kans van korte termijn droogte kan zich ook gaan ontwikkelen op Aruba, Bonaire, Curaçao, Antigua, Barbados, Belize, Guadeloupe, Guyana, Hispaniola, Puerto Rico, St Kitts, St Vincent en Trinidad and Tobago. CIMH zegt dat een zwakke El Nino verwacht wordt bij te dragen aan afgelopen regenval tot mei. Het CIMH rapporteerde voor de eerste 3 maanden van het jaar normale tot onder het normale niveaus van regenval op de Caribische eilanden. De omstandigheden in de Guyana’s varieerden in deze drie maanden van ‘uitzonderlijk droog’ in noordelijk Guyana en bijna geheel droog in Frans Guyana tot ‘normaal’ in noordoost en zuidelijk Guyana en westelijk Suriname. Het is dus zaak dat Suriname de veranderde patronen en de vooruitzichten blijft volgen en onderzoekt. Het is zaak dat het NCCR ook hierin betrokken wordt. Het is een zaak van de volksgezondheid en ook de landbouw. Zo is al gezegd door de LVV coördinator uit het westen van het land dat het voorradig zijn van irrigatiewater voor de rijstsector in Nickerie afhankelijk zal zijn van de mate waarin boeren hiermee omgaan. Vanwege de aanhoudende droogte werd door hem aanbevolen dat overheid en boeren ervoor moeten zorgen dat er genoeg water is. Suriname is een gezegend land, wordt vaak gezegd, maar er is totaal geen reden om achterover te leunen. Het is zaak dat de regering deze zaak nauwlettend volgt en daarover ook rapporteert.