Zondag 24 maart 2019

Terwijl het parlement een wet over belaging aan het behandelen was, vonden vijf DNA-leden het nodig om bedreigend, als kemphanen, voor de DNA-voorzitter te staan. Zo is het door de DNA-voorzitter gebracht. Ze heeft zich bedreigd gevoeld door vijf heren van de oppositie en moest hen uit de zaal laten zetten. Omdat het op een gegeven moment moeilijk werd voor het parlement om een onderscheid te maken tussen de aanpassing van het Wetboek van Strafrecht inzake belaging en de amnestiewet, was de voorzitter van de DNA genoodzaakt om de vergadering van gisteren tenminste een keer te schorsen. Op gegeven moment wilde de DNA-voorzitter duidelijkheid over het onderwerp waarmee een oppositielid bezig was. Het bleek toen dat waarmee het oppositielid reeds minutenlang bezig was, niets te maken had met belaging, maar met de amnestiewet. Er werd na een korte schorsing nog luidkeels geschreeuwd door DNA-leden, of de microfoon aan was of niet maakte niet veel uit. Het had er veel van weg dat delen van de DNA nog woest kwaad waren op andere delen, die de amnestiewet tot stand hebben gebracht. Onderhuids leeft de spanning nog in DNA, zelfs de vicevoorzitter geeft blijk van die spanning en de verwijten. Er is nog veel stress in het parlement. De openbare microfoons zijn aan en men laat dat niet voor niets aan zich voorbij gaan. De oppositie bleef doorhameren op de amnestiewet en artikelen daaruit, terwijl de DNA belaging op de agenda had staan. Hoewel de DNA-voorzitter tot 10 keren toe een bepaald DNA-lid aanmaande om voort te gaan lukte dat gewoon niet, omdat de fractieleider van het Nieuw Front schreeuwde alsof hij door een onzichtbare geest werd achtervolgd. De DNA-voorzitter schakelde op gegeven moment de politie in . ‘Uw show heeft u al gegeven, u kunt nu naar huis’. Vijf leden moesten het veld ruimen. Het oppositielid bleef praten over straffeloosheid. Misiekaba heeft het gedrag van de oppositieleden bestempeld als kinderachtigheid. Men probeert chaos en anarchie te creëren, vond dit lid. Hij ziet orde in de samenleving en bedankte de DNA-voorzitter dat ze de leden uit de zaal had gezet. In elk geval leeft er nog veel onderhuidse stress tussen de kampen in het parlement. Intussen is er een bericht in de media verschenen waarin de Inter-Amerikaanse  Commissie van de Rechten van de Mens over de zogenaamde decembermoorden wel een mening ventileert, nl. dat deze wel inhouden schending van mensenrechten evenals Moiwana. Op gegeven moment werd het heel rustig in DNA en kwam men wel tot de inhoudelijke bespreking van de Wet belaging. Deze wet is zeer belangrijk, vooral als gekeken wordt naar wat zich afspeelt wanneer een relatie kapot is gegaan of in een moeilijk vaarwater is terechtgekomen. Een punt dat aan de orde kwam, is de status van de belager dan wel degene waarover een gegronde vrees bestaat dat de persoon zich schuldig zal maken aan belaging. Belaging is kort gezegd het achtervolgen van personen en het zoeken van contact via brieven of via moderne telecommunicatiemogelijkheden. Het nieuwe strafbare feit belaging wordt alleen vervolgd wanneer er een klacht door de bevoegde persoon is ingediend. Een vrouwelijke coalitielid stelde voor om het te verbeiden dan wel onmogelijk te maken in de wet om klachten of aangiftes in te trekken. Het intrekken moet niet meer mogelijk zijn. Wij dachten dat er geen instituut van intrekking bestaat in het strafprocesrecht en althans dat er geen rechtsgevolgen verbonden zijn aan een intrekkingsintentie. Het vrouwelijke assembleelid riep vrouwen op om klachten niet in te trekken en standvastig achter een aanklacht te blijven. We hebben maatschappelijke werksters waar je kan aankloppen voor hulp. Schroom niet, deze wet is een goede oplossing, zegt een vrouwelijk assembleelid. Het moet wel gesteld worden dat dit assembleelid niet de durf heeft om na A ook B te zeggen. Deze wet is een oplossing van het probleem van belaging, maar covert niet het hele spectrum. Er moet ook gekeken worden naar vrouwen die economisch sterk afhankelijk zijn van daders voor het gezinsonderhoud. Waar de wet voor zorgt, is dat het belagingsprobleem in twee fasen wordt aangepakt. In eerste instantie wordt preventief opgetreden door de persoon tegen wie een gegronde vrees bestaat dat hij zich schuldig kan gaan maken aan belaging, te verbieden in de buurt van het slachtoffer te komen of contact met die persoon te zoeken. Gaat deze persoon toch overstag en pleegt hij het strafbare feit, dan wordt hij op klacht achtervolgd. De meeste belagers zijn mannen en de meeste slachtoffers vrouwen. Met deze aanpassing van de strafwet wordt dus gewerkt aan de positieverbetering van de vrouw. Gehoopt wordt dat de regering hiernaast ook aandacht besteedt aan de vrouwen die economisch afhankelijk zijn van de man.