Dinsdag 19 juni 2018

In de begrotingen is er geen planning wat de publieke sector zelf aan goederen en diensten voor zichzelf produceert en wat die noodzakelijk moet inkopen. Er wordt dus bijna van alles ingekocht Tijdens de voortzetting van de begrotingsbehandeling gisteren is wederom de aandacht gevraagd voor deze zeer krappe ruimte die is opgenomen om beleidsmaatregelen uit te voeren. Aangehaald werd dat er veel posten zijn in de begroting die gemotiveerd zijn, maar waarachter het geraamd bedrag 0 staat aangegeven. Veel subsidies zijn afgebouwd en achter veel beleidsprogramma’s staat een nul, hetgeen betekent dat er wel een noodzaak is op het beleidsprogramma uit te voeren, maar dat er geen geld is. Een groot deel van de begroting bestaat uit lonen en salarissen. Nu de regering geen beleidsprogramma’s kan uitvoeren die geld kosten, moet extra nadruk gelegd worden op de prestaties van de ambtenaren. De vraag moet nu wel gesteld worden – om te beginnen in grote lijnen – waar precies het geld van de beleidsmaatregelen gaat. Het geld kan gaan naar consultants, trainers, dienstverleners en leveranciers van goederen. In de totale uitgaven moet nagegaan worden hoeveel procentueel naar de verschillende types van bestedingen gaat. Goederen die noodzakelijke aangekocht moten worden van allerlei aard, kunnen niet in eigen beheer vervaardigd worden, maar de vraag moet wel gesteld worden of in ruil voor salaris, de ambtenaren niet de adviezen die consultants geven, kunnen schrijven. Kunnen ze niet elkaar onderling trainen en de diensten aan de regering verlenen die de regering van derden koopt? Het is wel zo dat het hoger kader en het technisch middenkader in Suriname niet tot het grootste deel van het ambtenarenapparaat behoort, maar dit deel moet nu in eigen beheer een groot deel van de beleidsmaatregelen uitvoeren, desnoods tegen een gereduceerd tarief. De regering besteedt teveel uit wat zelf door ambtenaren moet worden gedaan. Er moet nu in tijd kan krappe financiële middelen nagegaan worden wat de output is van de ambtenaren. Er wordt miljoenen betaald aan salaris en kunnen de tienduizenden ambtenaren niet actiever worden waardoor het overbodig wordt om bij de zogenaamde beleidsmaatregelen zoveel uit te geven. Bovendien wordt het tijd dat andere termen voor de begroting worden gebruikt. De vraag rijst of het mogelijk is om beleidsmaatregelen of overheidsmaatregelen uit te voeren zonder dat er geld tegenaan wordt gegooid buiten het salaris. Het antwoord is bevestigend, het is mogelijk en komt ook voor dat beleidsmaatregelen worden uitgevoerd zonder dat geld daarvoor is uitgetrokken onder de grote noemer ‘beleidsmaatregel’ op de begroting.

Een lid van de coalitie pleitte terecht ervoor om realisaties niet puur cijfermatig te benaderen, maar te kijken of aan het einde van het begrotingsjaar de beleidsmaatregel oftewel de output daadwerkelijk is bereikt of niet. Als het geld niet is uitgegeven maar het doel waarvoor het zou worden uitgegeven wel wordt bereikt, is het onterecht en onjuist om te praten van een onderrealisatie oftewel wanprestaties van de regering of een ministerie. Stel dat een half miljoen is uitgetrokken voor ‘capaciteitsversterking van overheidsvoorlichters’ door middel van een buitenlandse consultant/trainer. Als deskundige ambtenaren op gegeven moment ingezet worden om tijdens werktijd deze voorlichters in verschillende vakken te trainen, eventueel voor niets of bijvoorbeeld 20% van het bedrag. Als hetzelfde resultaat wordt bereikt dat met de dure buitenlandse consultants wordt bereikt, dan heeft het niet uitgeven van het geld niet betekend dat de beleidsmaatregel niet is uitgevoerd. In principe moeten beleidsmaatregelen in twee groepen worden verdeeld: de beleidsmaatregelen die door ambtenaren kunnen worden uitgevoerd in ruil dus door het salaris dat ze ontvangen en beleidsmaatregelen waarvoor uitgaven buiten de lonen onvermijdelijk zijn. Het moet duidelijk worden dat de ambtenaren niet betaald worden om alleen de presentie te tekenen, de kantoren te vullen men mensen en regulier werk te doen. Projecten bijvoorbeeld kunnen ook door de ambtenaren, soms in samenwerkingsgroepen worden uitgevoerd. De begroting en vooral de post ‘beleidsmaatregelen’ is door de jaren heen een njang patu geworden. In het belang van het uitgeven van geld aan vrienden en partijgenoten, zijn ambtenaren lui gemaakt. De Surinaamse ambtenaren zijn lui gemaakt, zodat geld kan worden uitgegeven aan vrienden, familie en partijgenoten. In een tijd van veel geld is veel geld over de balk gegooid aan vrienden en familie. Intussen is de ambtenarij door gestuurde inactiviteit kapot gemaakt. De begrotingen moeten nu anders worden opgesteld. De beleidsmaatregelen moeten opgesplitst worden in het aandeel van de ambtenaren daarin en de rest. Vooral bij diensten die de regering koopt moet de verhouding wat wij zelf produceren en wat wij inkopen duidelijk worden. De begrotingen van Suriname rieken voor degenen die een goed neus hebben, naar corruptie. Het wordt tijd dat de burgerij naar saneringen vraagt.