Dinsdag 21 augustus 2018

We hebben eerder terloops de vraag gesteld wat het Bauxietinstituut Suriname (BIS) in de afgelopen periode allemaal gedaan heeft in het belang van de Staat Suriname. Dat deden we naar aanleiding van de mededeling van het besluit van de vp over het ontmantelen van de Suralco-raffinaderij. Het BIS zou ook een advies in die richting hebben gegeven. Gezegd moet worden dat het BIS geen rol van betekenis heeft gespeeld in het bauxietgebeuren in Suriname door ongepaste bescheidenheid en misschien zelfs een desinteresse en mogelijk ook nog tecnische incompetentie. Over dit laatste is door een burger uitgebreid een ingezonden stuk geschreven waaraan we straks zullen refereren. Het BIS werd in februari 1981 opgericht per Decreet E-9. Het BIS heeft in het kort als doel het kennen en begrijpen van het totale gebeuren in de bauxietindustrie zowel in als buiten Suriname, het voorbereiden van het bauxietbeleid ten behoeve van de regering, het verlenen van medewerking bij het uitvoeren van het bauxietbeleid van de regering (geen daadwerkelijke deelname aan exploratie en exploitatie) en het zelfstandig uitoefenen van controle op de activiteiten van de bauxietindustrie in Suriname. Het BIS heeft geen van deze taken naar behoren uitgevoerd, omdat uitvoeren van deze taken onmogelijk is met een anoniem bestaan en zich niet verenigt met bescheidenheid. Het BIS moet onder andere data verzamelen en verwerken over het gebeuren in en rond de bauxietindustrie. In de media is de
wijze waarop het BIS met zijn taken, werkzaamheden en doelstelling is omgegaan ‘triest’. Als oorzaak is genoemd ‘niet gekwalificeerde’ leiding, maar ook een incompetente voorzitter en rvc. De leiding van het BIS is publiekelijk beschuldigd van een incorrecte benadering van de sector, miscommunicatie met en niet betrekken van het personeel, het achterhouden van informatie en het bewust creëren van spanningen tussen de personeelsleden. Er waren strubbelingen eind jaren ’90, maar de leiding werd toch behouden, met als gevolg een verergering van de situatie. De waarde van het BIS is niet groot ingeschat, het instituut is nooit betrokken geweest bij deals en onderhandelingen. Het BIS is nooit betrokken, het BIS heeft ook nooit een rol voor zichzelf afgedwongen. Functionarissen zouden geen ruimte krijgen om bedrijven te controleren. Aan de vorming van het kader werd ook niets gedaan. Er is kritiek geuit dat de leiding in ruil voor privileges toestond dat het personeel niet in aanmering kwam voor werkmateriaal, maar dat de rvc wel luxe uitgaven mocht doen. Ook is publiekelijk gehekeld het inzetten van dienstvoertuigen door partners en voor kinderen, maar niet voor personeel. Er is ook publiekelijk kritiek geweest over het e-mailgebruik en manipulatie daarvan en het ontvangen van gelden van een bedrijf. Ook is in twijfel getrokken de aankoop van het organisatiepand en de correctheid van die deal. De kritiek is ook geweest dat het BIS is gefrustreerd en gesabboteerd, in het belang van kennelijk het (buitenlandse) kapitaal. De kritiek op het BIS is er wel geweest maar heel schaars. Het BIS heeft ruimte gehad om te wanpresteren en om geen rol van betekenis te vervullen. De teloorgang van de bauxietsector in Suriname, ondanks dat in het land er nog bauxietvoorraden zijn die rendabel kunnen worden gewonnen, is te wijten mede aan het mismanegement van het BIS. De vraag rijst inderdaad nu concreet hoe het BIS nooit heeft geweten dat er gifstoffen begraven zijn in Suriname en bovendien ook nog gif uit andere landen. En als het BIS er iets over wist, waarom heeft hij er niets over gezegd. Het is bekend dat de Suralco onder de noemer van ‘bijdrage aan de samenleving’ mijloenen donaties heeft gedaan door de jaren heen. De vraag rijst of de Alcoa/Suralco het maatschappelijk middenveld hiermee heeft afgekocht zodat ze hebben gezwegen. De Suralco heeft donaties gedaan, is dat ook ontvangen door het BIS en hun leidinggevenden? Zelfs kerkelijke organisaties zouden donaties hebben ontvangen. Die stemmen van deze organisaties zijn nu niet te horen. Het kan niet anders dan dat het BIS heeft geweten dat er gif in de grond was begraven en het Nimos ook. Het is opmerkelijk dat de Suralco-commissie advies heeft ingewonnen van het inactieve BIS en dat men daarnaar verwijst. De vraag rijst immers ook wat Nimos heeft gedaan om milieuschade in Suriname door Suralco bespreekbaar te maken. Nimos heeft geen wapenfeiten en dat komt door voorzichtigheid om de posities kwijt te raken. Dat is ook de verklaring van 20 jaar Ornamibo. Het is jammer dat goede instituten als Nimos en BIS zijn opgezet maar dat door incompetentie en misschien ook nog corruptie, deze instituten niet goed hebben gefunctioneerd. Kennelijk is dat in het belang geweest van corrupte multinationals en politici. De grote verliezer van deze verloop van zaken is Suriname.