Donderdag 24 augustus 2017

Wanneer voormalige diplomaat, assembleelid en politicus Arnold Kruisland de taferelen van de politieagenten ziet, die protesterenden hardhandig in de laadbak van de politiewagen duwen, komt alles van de jaren ‘80 tijdens het dictatoriaal regime van Desi Bouterse weer in hem op. En dit bezorgt hem allesbehalve een prettig gevoel. Tegenover Dagblad Suriname deelt hij zijn ervaring mee. “Ik zag agenten alleen in hun onderbroek plat op hun buik liggen. Studenten werden door militairen zelfs tot in de leslokalen afgeranseld. Ook komt het beeld in me op van twee agenten die doodgeschoten lagen in hun pro-wagen aan de Highway.” Kruisland benadrukt dat het verschil er alleen in zit dat onlangs geen militairen, maar de politie is gebruikt om het vuile werk te doen. “De politie wordt gebruikt en misbruikt”, zegt de politicus.

Kruisland memoreert dat de politie gedurende het regime van toenmalige dictator en nu president Bouterse een hondenbehandeling kreeg. “En nu wordt de politie aangespoord om hetzelfde te doen wat de militairen in de jaren ’80 hebben gedaan”, aldus Kruisland fel. Toen werd druk gesuggereerd dat aan de militairen een drug werd toegediend om de moorden te kunnen plegen. Momenteel wordt ook beweerd dat de zogenaamde ‘zware’ manschappen hetzelfde hebben ondergaan alvorens zij naar hun missie zijn gestuurd. “Ik durf bijna te zeggen dat het waar is. Want meneer Valies bevindt zich niet op straat. Hij bevindt zich in Theater Uniqe waar bij bezig is te vergaderen met zijn leden, wanneer hij door deze mannen wordt opgehaald. Zelfs criminelen zijn nooit op deze wijze behandeld en opgehaald”, meent Kruisland.

Deze voormalige diplomaat attendeert de burgers erop dat gelet op de affaire met de politie, er extra voorzichtigheid betracht moet worden. Maar tegelijkertijd laat hij de regering weten dat indien burgers hardhandig worden aangepakt tijdens een vreedzame protestloop, zij nog meer van hun agressieve kant zullen laten zien. “Want hoe meer je de burgers tackelt, hoe meer ze tekeer zullen gaan.”

Asha Gajadien-Bhagwat