Zondag 27 mei 2018

2Anthony Caram Stabiliteit in de geldsfeer een noodzakelijke conditieMonetair econoom Anthony Caram hield onlangs een lezing voor de Lions Club in Nickerie over het belang van financiële stabiliteit voor economische ontwikkeling. Een voor hem belangrijk en actueel thema. Elke fase van deze evolutie van geld is volgens Caram gepaard gegaan met een cumulatieve vergroting van de efficiëntie van het geldgebruik. Bovendien heeft de evolutie ertoe geleid dat geld niet langer wordt aanvaard, omdat het geld op zich materiële waarde heeft, maar omdat het publiek erop vertrouwt dat het geld zijn functie als algemeen aanvaard ruilmiddel zal blijven vervullen zonder dat zijn waarde in onacceptabele waarde daalt.

Er zijn echter risico’s verbonden aan het geldgebruik. Deze risico’s doen zich vooral gevoelen in een systeem, waarbij zowel de monetaire autoriteiten als de commerciële banken in principe in staat zijn onbeperkt geld in omloop te brengen via de drukpers en administratieve boekingen. De doorsnee burger ziet op straat alleen de koersen van SRD 7.55 voor een US-dollar en SRD 9.30 voor de euro. De werkelijkheid zit echter veel gecompliceerder in elkaar.

De technische mogelijkheid om onbeperkt geld te scheppen, leidt immers tot de neiging om geldschepping te gebruiken als instrument ter versnelling van de economische ontwikkeling. Caram nam het niet in de mond, maar precies deze gedachte heeft volgens andere critici de economie van Suriname aangetast, en ook zwaar. Met geldschepping is volgens Caram wel voorzichtigheid geboden. Geldschepping kan vier totaal verschillende effecten oproepen, te weten op de productie, de betalingsbalans, de prijzen en op de omloopsnelheid van het geld.

Een productie-effect treedt op als de technisch haalbare productieomvang nog niet is bereikt en er ruimte is voor uitbreiding van de productie. Indien geldschepping de vraag naar binnenlandse goederen doet toenemen, zal de nog beschikbare productiecapaciteit worden benut. Een betalingsbalanseffect treedt op als geldschepping leidt tot een relatief forse vergroting van de vraag naar buitenlandse goederen. Deze vergroting veroorzaakt dan vaak een daling van de internationale reserves, die op den duur de waarde van de nationale munt zal aantasten.

Een prijseffect treedt op als er sprake is van een te groot beroep op de binnenlandse technische productiecapaciteit en als de internationale reserves zodanig zijn opgedroogd, dat er onvoldoende ruimte is om de import van goederen en diensten te financieren. Een omloopsnelheidseffect treedt op als het publiek het in omloop gebrachte geld niet besteedt maar oppot, bijvoorbeeld omdat de werkloosheid toeneemt en mensen de toekomst met vrees tegemoet zien.

In de dagelijkse praktijk zullen de genoemde effecten van geldschepping simultaan optreden. Er ontstaat dan een mengeling van effecten. In een land als Suriname met een eenzijdige, beperkte productiestructuur zal echter het betalingsbalanseffect domineren, omdat een relatief groot deel van het gecreëerde geld wordt omgezet in valuta voor de aankoop van buitenlandse goederen. Voor landen met een grote importquote is het belangrijk dat een deel van het gecreëerde geld uit het buitenland komt in de vorm van schenkingen, leningen en directe investeringen. “Beleidsvoerders moeten echter verstandig omgaan met het aantrekken van buitenlandse leningen. Deze leningen moeten bij voorkeur in productieve sectoren worden ingezet, die voldoende inkomsten en deviezen genereren. Bovendien moet de schuldenaar er rekening mee houden dat hij valutakoersrisico loopt. Dit risico weegt extra zwaar naarmate landen meer lenen in vreemde valuta”, stelt Caram.

De omvang en structuur van het productieapparaat zijn dus van grote invloed op de mate waarin met behulp van geldschepping de productie en daarmee de welvaart kan worden vergroot. Een land met een lage importquote en omvangrijke internationale reserves heeft meer monetaire beleidsruimte. Een land dat minder een beroep kan doen op geldschepping, zal meer moeten vertrouwen op reële instrumenten om een evenwichtig groeiproces op gang te brengen. Men zal zich primair moeten richten op versterking van de aanbodkant van de economie, mede door het verlichten van de structurele en institutionele knelpunten die de productie en export belemmeren.

Onder deze geschetste omstandigheden is het dan ook noodzakelijk een voorzichtig budgettair en monetair beleid te voeren, dat bijdraagt tot een evenwichtige betalingsbalans. Op deze wijze ontstaat een klimaat dat bevorderlijk is voor de reële productie. “Kortom stabiliteit in de geldsfeer is een noodzakelijke conditie voor groei in de productiesfeer en daarmee voor bevordering van financiële stabiliteit en verhoging van de welvaart van de bevolking”, aldus Caram.

Kavish Ganesh

Meer Binnenlands Nieuws