Woensdag 19 september 2018

5.1 Actuele staat van de rechtsstaat
De Rule of Law Index 2017-2018, onderdeel van het World Justice Project in Washington, publiceert jaarlijks een internationale rechtsstaatlijst. De lijst komt tot stand op basis van informatie verkregen van 110 000 huishoudens en 3000 experts. Behoudens juristen worden ook burgers en organisaties gevraagd naar hun oordeel over de rechtsstaat in een betrokken land. De index omvat 113 landen, gemeten worden 8 hoofdindicatoren en 44 subindicatoren. De hoofdincatoren omvatten: beperking van de overheidsmacht; afwezigheid corruptie; openbaarheid van bestuur; fundamentele rechten; orde en veiligheid; handhaving van wet en recht en civiel en strafrecht.

Op de rechtsstaat index van 2017 staat Suriname op plaats 69, dat is een forse verslechtering, gebaseerd op volgens de index onvoldoende openbaarheid van bestuur, ten opzichte van 2016 toen stond het op plek 59. Van de dertig gemeten Caribische en Latijns-Amerikaanse landen staat Suriname op plek achttien. Voor wie het nieuws volgt in Suriname en ook Nederland roept het wellicht verbazing op dat Suriname relatief het beste scoort op het item ‘afwezigheid van corruptie’. Het staat op plek 43 van de 113 landen. De laagste score is de mate van openbaarheid van bestuur, te weten plaats 104 van de 113.
Een eveneens interessante recente bron is de zo juist verschenen World Press Freedom Index 2018 index. Van de 180 landen staat Suriname op de 21ste plaats. Met deze plek scoort het land beter dan de VS (40%), Verenigd Koninkrijk (plaats 45) en Frankrijk (plaats 33). Van de ruim dertig landen in de Caribische en Latijns-Amerikaanse regio staat Suriname op plek vier. De motivering voor de score is als volgt: ‘Suriname gets fairly good marks these days for its respect of information freedom’.
Dit beeld sluit aan bij de ervaren werkelijkheid blijkend uit diverse uitspraken bijvoorbeeld van de politiek leider van oppositie partij Doe: ‘ik ervaar een redelijke vrijheid waarin de pers zich kan bewegen’.
De besproken van elkaar onafhankelijke en jaarlijks verschijnende indexen vullen elkaar aan en verschaffen een coherent beeld van de situatie in Suriname. Dit is waardevol, zeker omdat er thans geen alternatieve systematische informatiebronnen beschikbaar zijn.

6. Betekenis strafproces voor rechtsstaat
Het beeld dat uit de genoemde rapporten naar voren komt wordt gesymboliseerd in het lopende proces rond de Decembermoorden waarbij de zittende president een der hoofdverdachten is. Hiervoor is het functioneren van regering en parlement beschreven. De rechterlijke macht is functioneel van de drie staatsmachten relatief sinds 1980 het minst veranderd, en heeft zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de andere machten zo veel als mogelijk behouden. In de loop der tijd zijn er pogingen geweest de onafhankelijkheid aan te tasten door aan de politieke partijen gelieerde personen te benoemen tot rechters. Dat is niet gelukt. Met name rond de vervolging van de verdachten van de Decembermoorden hebben de rechters een moedige rol gespeeld door niet te zwichten voor intimiderende persoonlijke bedreigingen en andere pogingen om het proces te doen staken. Een der laatste pogingen daartoe was een op artikel 148 van de Grondwet gebaseerde opdracht van de regering aan de procureur-generaal om met onmiddellijke ingang om redenen van staatsveiligheid de vervolging te beëindigen van de verdachten van de Decembermoorden. De auditeur-militair heeft deze van de P-G ontvangen instructie ter zitting verwoord maar besloot zijn betoog met de volgende opvallende zinsnede: ’…maar als u zegt dat ik door moet gaan, dan heb ik een legitieme grond om mijn requisitoir te houden’. De vervolgingsambtenaar maakte met deze zin duidelijk dat de regering weliswaar aan de P-G de opdracht gaf het proces te staken, maar dat het aan de krijgsraad is of het proces niettemin wordt voortgezet. Hij was gereed om desgevraagd zijn requisitoir te houden indien de rechter de instructie van de regering zou negeren. Deze ‘botsing der staatsmachten’ draait om het principe van de scheiding der machten. Het proces werd voortgezet en de auditeur-militair heeft als gezegd twintig jaar geëist tegen de hoofdverdachten waaronder president Bouterse. Vanuit het perspectief van de rechtsstaat is de voortgang van het proces van grote symbolische betekenis. Fundamentele uitgangspunten van de rechtsstaat zijn in de praktijk getoetst op hun gelding. Te weten de gebondenheid van ook de staat aan de wet, en het zonder onderscheid naar persoon gelijkelijk toepassen van wettelijke regelingen. Dat laatste is niet vanzelfsprekend, de strafrechtelijke vervolging vaneen zittende president is ook in mondiaal perspectief een unicum.

7. Reconstructie constitutioneel bestel
Suriname is in 1975 onafhankelijk geworden. Maar over de grondslagen en het waarom van het staatkundig bestel, heeft tot dusver geen bezonken gedachtevorming in het parlement plaatsgevonden. De totstandkoming van de onafhankelijkheid was door interne politieke twisten turbulent. Slechts luttele dagen voor de onafhankelijkheid kwam een politiek compromis tot stand. De behandeling en goedkeuring van de ontwerp-grondwet moest toen in grote snelheid worden voltooid.
Eerder is aangegeven dat reeds vanaf 1977 het parlement tot de staatsgreep in 1980 niet of nauwelijks heeft gefunctioneerd. Bij de totstandkoming van de Grondwet in 1987 hebben ook geen diepgravende discussies over het staatsbestel kunnen plaatsvinden. Het eigenlijke doel in 1987 was overdracht van de staatsmacht van de militairen door middel van algemene en vrije verkiezingen. De noodzaak van een grote herziening van de Grondwet is onder president Venetiaan – die tot 2010, in totaal vijftien jaar, president is geweest – wel herhaaldelijk aangekondigd, maar om onbekende redenen uiteindelijk niet ter hand genomen.
President Bouterse heeft wel al in 2011 een Staatscommissie Grondwetsherziening ingesteld. Deze Commissie heeft in 2016 haar eindverslag aan de President overhandigd. Dit advies is tot op heden niet gepubliceerd.
Buiten de kring van de regering is de inhoud van het advies niet bekend. Onduidelijk is waarom het geheim wordt gehouden en of de regering hier nog iets mee gaat doen. ( wordt vervolgd )

Hugo Fernandes Mendes,
Vakgebied(en): Staatsrecht/Algemeen en Staatsrecht (V)