Woensdag 19 september 2018

3. Herstel rechtsstaat 1987-1992
Rond 1984 begon het leger gesprekken met onder meer de traditionele politieke partijen die zij na de staatsgreep nog hadden getypeerd in termen als: ‘een kleine parasitaire bourgeoisie, die de parlementaire democratie tot een complete farce had gemaakt’. [13] In 1987[14] werd een grondwet goedgekeurd door een per decreet benoemd Assemblee.[15] De grondwet werd vervolgens aan een referendum onderworpen. Interessant is de volgende aansporing toen van Bouterse: ‘als de grondwet niet wordt aangenomen dan komen er geen verkiezingen’. [16] Met de aanname van de grondwet eindigt het constitutioneel vacuüm waarin Suriname vanaf 1980 heeft verkeerd. Er waren dat jaar vrije en geheime verkiezingen die met 41 van de 51 zetels glansrijk door de traditionele partijen werden gewonnen. Deze partijen beleefden een glorieuze heropstanding. Hun verklarende slogan voor de overwinning op de militair gelieerde NDP,[17] die slechts drie zetels behaalde was: oude schoenen zitten lekker, die gooi je niet weg. Het aantreden van een burgerregering die beschikte over een gekwalificeerde parlementaire meerderheid symboliseerde het proces van terugkeer naar de rechtsstaat. De grondwet bevatte evenwel in artikel 177 en 178 een aantal bekritiseerde bepalingen. Artikel 177 typeerde het leger ‘als de voorhoede van het volk van Suriname, dat tot taak heeft het beschermen van de hoogste rechten en vrijheden van land en volk en het dienen van de rechtsorde, vrede en veiligheid’. Tegen de achtergrond van de voortdurende en ernstige mensenrechtenschendingen in de periode 1980-1987 was het cynisch deze bevoegdheden aan het leger toe te vertrouwen.

Maar dit was de prijs die moest worden betaald om de aftocht van de militairen mogelijk te maken en verkiezingen te kunnen organiseren.
Dat de aftocht van de militairen niet van harte was bleek uit een hernieuwde ingreep die bekend is geworden als de ‘Kerstcoup’ of ‘telefooncoup’. Op 24 december 1990 werd namens het militair gezag met een telefoontje de regering naar huis gestuurd. Tijdens een persconferentie op 27 december dat jaar sprak de militaire woordvoerder van een op de artikelen 177 en 178 gebaseerde ‘constitutionele ingreep’. [18] In 1992 werden deze bepalingen geschrapt.

4. Ontwikkeling NDP
Het streven van Bouterse bleef gericht op het wederom verkrijgen van de staatsmacht, maar dan nu met steun van de kiezer. In 1987 mislukte dit plan, maar in 2010 werd zijn partij de NDP de grootste partij en ging coalities aan met andere partijen. Bouterse werd in 2010 gekozen tot president. Voor de tweede keer moesten de leiders van de traditionele partijen de regeermacht overdragen aan Bouterse. Dat de kiezer uitgerekend aan Bouterse vertrouwen schonk zegt veel over het oordeel van het electoraat over de traditionele politieke leiders. Die hebben de in 1987 verkregen herkansing verprutst. Het succes van Bouterse kan deels worden verklaard doordat de NDP zich manifesteert als een nationale – dus niet etnische – partij. Zijn retorische kwaliteiten spreken vooral jonge kiezers aan. De NDP is daarnaast doelbewust gericht op samenwerken met andere partijen, ook waar dat niet nodig is voor het verkrijgen van een meerderheid in het parlement.

Gewilde functies zoals ministersposten worden niet alleen, zoals gebruikelijk, aan het eigen kader als beloning toevertrouwd maar meer dan incidenteel ook aan gezichtsbepalende representanten van andere partijen. Talenten uit oppositionele kring worden voortdurend aangemoedigd over te stappen naar de NDP. Daarbij komt dat de traditionele politici er niet in geslaagd zijn hun verdiensten aan de kiezer over te brengen. Zoals de vreedzame transitie van militair naar burgerlijk bestuur en herstel van de rechtsstaat en het stopzetten van fundamentele schendingen van mensenrechten. Ook het gevoerde macro-economisch en monetair beleid is ondermeer door internationale organisaties als positief beoordeeld. In de jaren van de tot dusver langstzittende president Venetiaan (NPS) was er sprake van een gezonde economisch groei en een beheerste inflatie. Tegelijkertijd was zijn regering te passief in het adequaat faciliteren van de vervolging van de Decembermoorden – verjaring werd slechts door initiatieven van nabestaanden ternauwernood voorkomen –, alsmede in het vernieuwen van de grondwet, de aanpak van corruptie en de totstandkoming van wetgeving tegen witwassen, de anarchie in goudsector, enz.

5. Actuele staat van de democratie in Suriname
Enige maanden geleden verscheen de Democracy index 2017[19] die inzicht geeft in de ‘state of democracy ’ van 165 onafhankelijke landen. De gezaghebbende index verschijnt vanaf 2006 ieder jaar en is een initiatief van de Intelligence Unit van The Economist. Het meet vijf voor juristen herkenbare indicatoren: electoral process and pluralism; civil liberties; the functioning of governance; political participation and political culture. De score bepaalt of een land wordt ingedeeld in een der categorieën: full democracy; flawed democracy; hybrid regimes and authoritarian regimes. Landen in de categorie full democracy naderen het (onbereikbare) ideaal van een geheel volkomen democratie. In 2017 waren dat negentien veelal Europese landen die 4% van de wereldbevolking omvatten. Noorwegen voert deze lijst aan en Nederland staat op een elfde plaats. De landen in de categorie flawed democracy scoren duidelijk wat minder maar nog wel voldoende. Het betreft hier 57 landen, dat is 44,8% van de gemeten wereldbevolking. In deze categorie treffen we landen aan als Frankrijk, België en de Verenigde Staten van Amerika.

De zogeheten hybrid regimes scoren een onvoldoende, 39 landen of wel 16,7% van de wereldbevolking is ingedeeld in deze categorie. Authoritarian regimes scoren uitgesproken slecht op de democratische meetlat. Dat zijn nog altijd 39 landen die 16,7% van de wereldbevolking omvatten. Landen als Venezuela, Noord Korea en China vallen onder deze categorie. Suriname heeft een overal score van 6.76 en valt in de categorie flawed democracy. Het staat op plek 50 van de 165 gemeten landen. De organisatie van verkiezingen krijgt gelet op rapportages van internationale waarnemers een herkenbaar hoog cijfer te weten 9,17; het functioneren van de overheid 6,43; en civil liberties 7,65.[20] Politieke participatie en cultuur scoren onvoldoende; respectievelijk 5,56 en 5%. (wordt vervolgd)

Hugo Fernandes Mendes,
Vakgebied(en) : Staatsrecht / Algemeen en Staatsrecht (V)