Vrijdag 22 maart 2019

De huidige regering hecht geen waarde aan het behoud van het bos. Men ontbeert de kennis om dat te doen. Het bewijs van de onwetendheid is de belofte aan de vervuilers en vergiftigers van Suriname bij de behandeling van het Minamata-verdrag, dat ze nog jaren ongestoord hun vernietiging kunnen voortzetten. Suriname houdt vol een van de groenste zo niet het groenste land ter wereld te zijn. Die claim maakt men niet op basis van een groen beleid dat ingebed is in het Ontwikkelingsplan bijvoorbeeld, maar puur op basis van het feit dat er een hoeveelheid bos op het Surinaams territoir voorkomt. Dus in percentages van de oppervlakte van het Surinaams territorium. Maar kloppen de cijfers wel? Behoort Suriname nog tot de landen met hoge bosgraad en lage ontbossing? Als we kijken naar de kaart waarop alle concessies voor de mijnbouw en houtkap zijn aangegeven, dan zien we dat minimaal 35% van het Surinaams territorium dat bewoond is, uitgegeven is. Dat betekent dat het cijfer van 93% straks kan blijken een grote leugen te zijn, waaraan enkele nationale en internationale milieuorganisaties bewust of onbewust meewerken. Hoe is het mogelijk dat zoveel Surinaams grond is uitgegeven in concessies voor exploratie en exploitatie en men blijft beweren dat Suriname voor meer dan 90% nog uit bos bestaat? Wie speelt de gegevens door aan de VN en haar milieuorganisaties? Het ministerie van NH en met name de minister is geen betrouwbare bron om zulke gegevens te rapporteren. Hij is verschillende keren betrapt op het niet vertellen van een consistent verhaal. We zien in Suriname een uiterst slappe houding van nationale instituten als Nimos, maar dat is een overheidsstichting waar er sprake kan zijn van broodvrees bij de directieleden. Die worden namelijk benoemd, geschorst en ontslagen door de regering. Het Nimos is dus geen onafhankelijk orgaan, het is meer een verlengstuk van de regering. Het Nimos gaat er waarschijnlijk van uit dat de samenleving niet al te hoge verwachtingen van dit instituut mag hebben. Hetzelfde geldt voor de SBB, die ook een overheidsstichting is en waar dezelfde broodvrees bij de directie bestaat. Het is de minister van NH die al de vergunningen en concessies uitgeeft aan binnenlandse en buitenlandse aanvragers. Heeft Suriname er belang bij om nog te horen bij de kleine lijst van landen met hoge bosgraad en lage ontbossing? Als Suriname gaat voor een groen beleid, dan is het een economische zaak en business om bos te behouden. Dat is voordelig voor de staatskas. Voor burgers die op oneerlijke wijze rijk willen worden, wordt het iets moeilijker maar niet onmogelijk om aan dat geld te komen. Maar veel gemakkelijker is het om direct aan het geld te komen dat het bos oplevert. Dat is door overal te graven naar goud, het milieu te vervuilen en de lokale bevolking te vergiftigen. Het is ook gemakkelijk om de bomen allemaal om te kappen en te verkopen. Het geld houdt men dan direct in zijn/haar zak. Het is opvallend dat de organisaties die verlengstukken van de overheid zijn of zaken met de overheid doen, een milde houding aannemen tegen de regering. Men is bang voor de agressieve toon die gezet is tegen personen en organisaties die kritiek hebben op besluiten en handelingen van de regering. Behalve broodvrees is er ook een angst om in het kamp van de vijanden te belanden. Er is daarom een verschil te zien in de toon die neutrale waarnemers aanslaan en de toon die officiële organisaties aanhouden. Dat maakt dat de regering, in deze NH, normaal doorgaat met de verkaveling van Suriname. Nu is er een dispuut over het water van de Irenevallen, is die nu vervuild of niet. De NH-minister is er heel snel bij om alles te ontkennen. Hij heeft dus het vermogen om heel snel alles in een lab te laten onderzoeken en te laten dubbel checken. De snelheid waarmee het antwoord van de NH-minister is gekomen, duidt erop dat het waarschijnlijk weer een verzinsel is. Precies zoals hij eens beweerde dat de scalians op de Surinaamse wateren zijn om wetenschappelijk onderzoek te doen en het water te zuiveren van kwik. In een recent uitgebreid interview op de radio heeft de minister tegenstrijdige verklaringen afgelegd en toegegeven dat in de natuurparken toegestaan wordt om naar goud te graven. Ook heeft hij toegegeven dat er nu in een groot gebied rondom de Brownsberg zwaar is aangetast en nu moet worden gerehabiliteerd. Dus eerst staat hij toe dat de vernietigingen plaatsvinden en daarna gaat men over tot het rehabiliteren van deze gebieden. De minister is heel snel in het verzinnen van de ene leugen na de andere. Zo heeft hij verklaard dat aan de lokale bevolking (een groep van ca. 50 man) een concessie is gegeven om op milieuvriendelijke wijze goud te winnen. Hij heeft in zijn interview ook aangegeven dat de regering er voorstander van is dat de lokale bevolking goud blijft graven. Verder heeft hij aangegeven dat goudzoekers steeds in het gebied inbreken om goud te zoeken, omdat er volgens de minister er veel goud in dit gebied voorkomt. Op de staatsradio is recent flink uitgehaald naar de bekende NF-minister, die na waarschuwingen hard optrad tegen illegale goudzoekers. Deze regering is dus niet bereid en er een tegenstander van om illegale goudzoekers aan te pakken. Volgens Conservation International kan de overheid de controle en het behoud van de natuurparken niet alleen aan. Nieuwe wetgeving is belangrijk, zodat andere partijen een rol in dit geheel kunnen vervullen, zegt deze organisatie, maar dat is niet haalbaar en niet realistisch. Particuliere initiatieven kunnen natuurparken alleen in beheer nemen als er sprake is van volledige privatisering. Ook daar gaat dan de corruptie intreden, omdat de corruptie ook voorkomt in het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven is de grote aandrijver van de corruptie. De verwachting dat ondernemers beter in staat zijn om het beheer van de parken uit te oefenen, is ongefundeerd.