Open Brief aan de Minister van Openbare Werken "Geachte Minister,
Nadat voor de buurtbewoners na jaren wachten eindelijk de
Gongrijpsstraat vanaf de Flamingostraat naar de Ringweg
geasfalteerd werd, merken zij nu na een heel korte tijd
reeds dat een groot deel van de weg tussen de Moskee en de
Ponponstraat ineen zakt. Nadat Dagblad Suriname het
desbetreffende kantoor belde, werd dit “gerepareerd”. Na een
paar weken zakte op dezelfde plaats het weggedeelte van de
straat in zijn volle breedte weer in. Er is nog steeds een
grote verzakking. Ondanks het feit, dat er enkele keren naar
het desbetreffende kantoor is gebeld is er nog steeds
niemand verschenen om dit weer in orde te maken. Verder deel
ik U mede, dat vanaf de Flamingostraat tot de Ringweg het
gehele wegdek in een deplorabele toestand verkeert. Na de
eerste Chinese winkel links na de Flamingostraat richting
Ringweg is het wegdek ineen gezakt en je moet er heel goed
opletten, dat je met je auto niet in de met onkruid
overwoekerde en daardoor onzichtbare goot belandt. Ook de
Ringweg vanaf de Gongrijpstraat richting Tourtonnelaan is in
en gevaarlijke staat: er zijn verschillende grote gaten.
Deze kan je ‘s nachts niet zien, vooral als het regent en
ook vanwege de verblindende lichten van het tegemoet komende
verkeer, dat met onverantwoordelijke snelheden over de
Ringweg vliegt. Waarom werden deze verzakkingen en gaten
niet deskundig gerepareerd? Moeten voordien eerst weer een
paar verkeersslachtoffers vallen? Zijn er dan nog niet
genoeg verkeersdoden in 2007 en nu ook in 2008 geweest? Ik
zou U, geachte Minister, willen vragen waarom er geen
deskundige voor de stratenbouw ingehuurd is om erop toe te
zien, dat er een stevige fundering gemaakt wordt alvorens de
straten te asfalteren. Steeds weer ondeugdelijk prutswerk
verrichten en de straten te lappen is duurder dan wanneer
het in een keer goed en professioneel aangepakt wordt. Mocht
er geen Surinaamse deskundige op dit gebied te vinden zijn
dan mag de verantwoordelijke instantie niet te trots zijn om
een buitenlandse deskundige in dienst te nemen. Het is geen
schande, van iemand iets te leren, maar een eer. Het is wél
een schande te denken, alles beter te weten en niets te
willen leren, want dan kan dit mooie land Suriname niet
vooruit komen. Dezelfde misčre zien we bij de straten in de
binnenstad van Paramaribo. Hoe kunnen wij op deze manier het
toerisme ontwikkelen? Denkt U, de toeristen alleen naar het
binnenland te loodsen om hen de straten in de stad niet te
laten zien? Als de toeristen nog een of twee dagen vóór hun
vertrek de tijd hebben, gaan ze in de stad wandelen en dan
zien ze de treurige werkelijkheid toch! Met een juist en
correct financieel beleid kan dit alles goed en deskundig
gedaan worden. Maar dan moeten niet, zoals nu, grote
delegaties in luxueuze hotelsuites vertoeven, dure
telefoongesprekken vanuit of naar het buitenland voeren,
terwijl het nu mogelijk is per internet heel goedkoop te
bellen, of in het duurste hotel in te verblijven en
regerings- en parlementsleden moeten niet meer dan EEN
salaris ontvangen, en de dagelijkse autotoelagen moeten
behoorlijk omlaag! Ik hoop, geachte Minister, dat U mijn
opmerkingen ernstig in overweging wilt nemen en de passende
maatregelen,liever eergisteren dan gisteren wilt treffen.
Ik hoop, dat U mij middels uw daden hierp zult reageren.
Alsnog de beste wensen voor een beter jaar aan u en uw team.
Loekoe Ai
DE WIL OM
SAMEN TE WERKEN MOET ER OOK ZIJN
Hoewel het gebeuren van 13 december 2007 in De Nationale
Assemblee en de nasleep daarvan wel degelijk bijzonder
ernstig zijn – en laten wij bij deze nogmaals onze
hartgrondige afkeuring daarover uitspreken – mogen wij ons
als samenleving daardoor niet laten verlammen. Ervan
uitgaande dat DNA werkelijk bedoeld is om de belangen van de
gehele natie te dienen, behoren we een positievere
benadering te hebben. We zouden daarbij kunnen stellen dat
Suriname een jonge democratie is, waarin nog vele zaken,
zoals conventies vorm moeten krijgen, bijvoorbeeld dat de
DNA voorzitter niet zal aarzelen een reglementair
aangevraagde vergadering uit te schrijven, al zou het voor
hem of zijn coalitie een zware dobber worden. Dan moet men
zich daar maar gewoon goed op voorbereiden. Binnen de
huidige verhoudingen is het bijvoorbeeld ook ondenkbaar dat
de voorzitter van DNA uit een oppositionele partij komt, ook
al zou die ruimschoots de grootste zijn. In Nederland, waar
wij die democratie van hebben overgenomen, kan het kennelijk
wel. Maar in Suriname vertrouwen wij elkaar daarvoor (nog)
te weinig.
Indien wij dit (voorlopig) als een gegeven accepteren, is
het waarschijnlijk beter om de regels zodanig aan te
scherpen, dat ook de rol van de oppositie beter uit de verf
kan komen. Om uit de huidige impasse te geraken zouden wij,
naast andere acties, de mogelijkheden moeten nagaan om het
Reglement van Orde van DNA zodanig in te richten, dat het
niet voor meerdere interpretaties vatbaar is. Onder andere
betreft het nu het hachelijke punt dat de DNA-voorzitter
degene is die de vergaderingen uitschrijft. Volgens het
Reglement van Orde mag een vijftal leden ook een vergadering
aanvragen. Maar er is kennelijk nergens dwingend
voorgeschreven dat de voorzitter verplicht is die
vergadering ook uit te schrijven, nog minder op welke
termijn. Hiervoor zou een oplossing gevonden moeten worden.
Maar om de medewerking te
kunnen krijgen van zowel oppositie als coalitie om dit
gewijzigd te krijgen, zou bijvoorbeeld als bepaling kunnen
worden toegevoegd dat die nieuwe regel in werking treedt zes
maanden na wijziging, na een jaar of na de volgende
verkiezingen. Dit zal niet geheel bevredigend zijn voor de
oppositie, maar ook niet als zodanig bedreigend voor de
coalitie dat zij daar niet aan zou willen meewerken.
Integendeel, na de volgende verkiezingen zou de huidige
coalitie wel eens aan de andere kant van de zaal kunnen
zitten. Indien de nieuwe voorzitter dan in dezelfde traditie
voortgaat, dan krijgen we vast en zeker opnieuw een
verlamming van het Parlement, want in Suriname denken wij
nog teveel in termen van ‘macht’ en te weinig in termen van
‘verantwoordelijkheid’. Het Ordereglement bevat
waarschijnlijk veel meer van dit soort bepalingen waar
serieus naar gekeken moet worden.
Hoe zit het met het voortraject, waarbij de vereisten worden
vastgelegd van personen die kandidaat worden gesteld voor De
Nationale Assemblee, etc? Goede zaak om dat ook maar direct
na te gaan! Toch moet duidelijk zijn dat het ontbreken,
geheel of gedeeltelijk, van bepaalde regels ons natuurlijk
niet ontslaat van onze eigen verantwoordelijkheid voor de
mensen die wij afvaardigen naar DNA, voordragen voor
allerlei functies als voorzitter DNA, President, VP,
Ministers, directeuren, diplomaten etc. Wij dragen voor, wij
kiezen, wij zijn verantwoordelijk, als het goed gaat maar
ook als het minder goed gaat. En dan moeten wij die
verantwoordelijkheid ook op ons nemen en niet zitten hopen
dat het allemaal gewoon over zal gaan.
We moeten begrijpen dat het aanscherpen van regels alleen
maar een (tijdelijk) hulpmiddel kan zijn om met elkaar te
kunnen werken. Uiteindelijk zal het de drang moeten zijn om
samen iets van ons land en onze samenleving te maken die
ervoor moet zorgen dat wij ook samen met elkaar wěllen
werken ondanks dat wij misschien politieke rivalen zijn.
Bij overname Bron vermelding verplicht
/ Dagblad Suriname.
Om deze website te bekijken heeft u
Macromedia Flash player
7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de
Java
software te downloaden.