Met Richelieu proclameert de overheid een ander woonconcept
Deel 2
GOB
Wat wordt nu bedoeld met een GOB- een Grond Ontwikkelings
Bedrijf? Het is een bedrijf dat aan grondexploitatie doet.
Het ontwikkelt een grondexploitatieplan van een gebied dat
door de overheid in haar ruimtelijk ordeningsbeleid als
woongebied is gemarkeerd. Het bedrijf maakt een ruimtelijke
indeling van het betrokken gebied en van de kosten van het
bouw- en woonklaar maken ervan. Dat levert bijvoorbeeld een
prijs per m2 op, die echter nader toegespitst kan worden op
diverse commerciële functies binnen het gebied.
Dat kan dan verschillende
grondprijzen opleveren: een hoge prijs voor de commerciële
functies, een lagere prijs voor de bouwkavels voor
minderdraagkrachtigen. Dit wordt verevening genoemd. Hoe
meer verdiend kan worden op de commerciële kavels des te
meer verevend kan worden met kavels voor
minderdraagkrachtigen. Dat wordt het terrein van
onderhandelingen met verschillende marktpartijen. De
overheid kan indien er te weinig verevend kan worden ook
apart daarbij een locatiesubsidie opvoeren voor lagere
inkomensgroepen.
Bij de onderhandelingen kunnen partijen ook inkomen met een
kwaliteitsfonds, bedoeld voor het permanente beheer en de
garantiestelling van de woonkwaliteit van het gebied.. Op
die wijze ontstaan woongebieden met een hoge woonkwaliteit
en met gegarandeerde geldstromen voor bouw, onderhoud en
verbetering ervan. Daarmee wordt huisvesting een instrument
van een geordende samenleving bedoeld om de kwaliteit van
leven van de bevolking te verbeteren.
Occupanten
De huidige occupanten of illegale bewoners van het
project-gebied, in dit geval dus Richelieu, zijn in zeker
zin de erfgenamen van het ontoereikende woningbouwbeleid van
de regering de laatste decennia. De erkenning daarvan noopt
de overheid een redelijke oplossing voor betrokkenen te
vinden. Niet noodzakelijkerwijs ter plaatse. Een
complicerende factor daarbij is niet de occupatie op zich,
maar het soms georganiseerde karakter ervan om onrust te
kweken in de samenleving. Voor de occupant wordt in het
kader van het MPH zeker een oplossing gevonden.
Illegale occupatie hoort niet in een georganiseerde
rechtsstaat thuis, maar past ook niet in de strategie die de
occupant voor zichzelf ontwikkelt om uit zijn onbevredigende
woonsituatie te geraken. Hij blijft namelijk binnen de
vicieuze cirkel van armoede gevangen. Hij trekt voor
zichzelf misschien een woning op, maar ontbeert alle
basisvoorzieningen als goed drinkwater, elektriciteit,
onderwijs, gezondheidszorg, andere overheidsdiensten,
winkels e.d.. Hij maakt hoge kosten voor transport
bijvoorbeeld, mist opvang van zijn kinderen, mist
recreatieve voorzieningen, en blijft in feite in een cirkel
van armoede en criminaliteit, waarop het MPH juist een
effectief antwoord wil geven. Het wil zeggen dat Richelieu
ook model zal gaan staan voor de oplossing van het
occupatieprobleem, en dat het ministerie daar veel
aangelegen is.
“We keren het verleden de rug toe”
“In de periode 1951-1996 bouwde de overheid 9000 woningen.
Net gemiddeld 200 per jaar. Maar om aan de woonbehoefte van
de bevolking te voldoen moesten er jaarlijks minstens 2000
woningen worden gerealiseerd. Dat werd in de jaren ’90 nog
eens als optie geformuleerd. Maar het werd nooit bereikt. En
waarom niet?
Daarvoor zijn verschillende
antwoorden te geven: er waren steeds onvoldoende bouwrijpe
kavels beschikbaar, geld ontbrak, vooral toen de
belangrijkste financieringsbron van volkswoningen, de
Nederlandse ontwikkelingshulp, opdroogde; en vaak genoeg
leverden toeleveringsbedrijven voor de nodige
stagnatie.”Minister Setrowidjojo van SoZaVo stelt dat de
regering volledig af wilde stappen van het traditionele
bouwsysteem, en over wilde stappen op een volledig nieuwe
aanpak.
Daarvoor werd in 2001 gekozen, wat het jaar daarop leidde tot de
ontwikkeling van een sectorplan huisvesting, het product
waarvan in 2003 goedgekeurd werd en verheven werd tot
beleidsdocument. Het was het Meerjaren Programma voor de
sector Huisvesting-MPH. Volkswoningbouw zal voortaan niet
meer projectmatig verricht worden, maar vanuit een breed
plan van stedelijke ontwikkeling. Waarbij woningen steeds in
samenspel worden gebracht met woonvoorzieningen als voor
kleine industrie, onderwijs, recreatie, e.d. Dit kan de
overheid niet alleen aan, vandaar dat het MPH in feite een
sterk document werd van PPP, Public Private Partnership.
Erkend wordt daarbij dat er al verschillende goede
bouwinitiatieven op de markt waren, denk aan het LISP, aan
activiteiten van woningbouwverenigingen als Sekrepatoe en
Caesarea en de 7% regeling van de Centrale Bank. Al deze
initiatieven moeten in een gezamenlijke aanpak van
volkswoningbouw geďntegreerd worden.
Alleen dan zijn successen te
bereiken. Binnen de PPP-aanpak stapt de overheid dan ook uit
haar traditionele rol als leverancier van volkswoningen; zij
treedt voortaan op als facilitator van de sector. De sterke
kant van het sectorplan is de lange termijn voorziening
ervan. Niet af en toe een project, maar een doorlopende,
duurzame stroom van bouwactiviteiten. Maar dat vereist ook
continue onderzoek naar woningnood, woningbehoefte en
woningvoorraad; het vereist de toepassing van een
ruimtelijk-planologisch kader; de toepassing ook van een
effectieve materiële, sociale, juridische en financiële
infrastructuur, waarvan elk element versterkt moet worden om
zijn diensten te kunnen leveren. Elke actor in de sector zal
kwaliteit moeten kunnen presenteren.
“De sleutel tot het succes van dit sectorplan,” benadrukt de
minister nog eens, “is dan inderdaad het effectieve
samenspel tussen alle actoren. Een open samenspel ook dat op
zo’n wijze wordt verricht dat de bevolking er vertrouwen in
krijgt en volgens de nieuwe geest ook haar medewerking aan
het programma zal geven.”
(Wordt vervolgd).
Bij overname Bron vermelding verplicht
/ Dagblad Suriname.
Om deze website te bekijken heeft u
Macromedia Flash player
7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de
Java
software te downloaden.