Politieke benoemingen zelden in ‘s landsbelang. Men moet zich voorstellen wat
het zal betekenen voor het moraal van onze militairen en
politie wanneer iemand van buiten hun groep, dus een niet –
geuniformeerde, benoemd wordt tot bevelhebber van het leger
of korpschef van de politie. Wanneer dit ooit gebeurt, dan
is de kans groot dat het dak van de Memre Boekoe Kazerne en
van het Hoofdbureau van Politie als een komeet omhoog zal
schieten.
De meeste van onze politici liggen echter niet wakker van de
ondermijning van het moraal van de beroepsdiplomaten,
wanneer zij tot hoofden van de Surinaamse ambassades
merendeels personen benoemen, die geen enkele zichtbare
kwalificaties voor de functie van ambassadeur hebben
gedemonstreerd, terwijl ook niets in de achtergrond van deze
personen enige suggestie wekt dat zij een byzondere
affiniteit hebben voor buitenlandse zaken en voor het beroep
van diplomaat. De verontwaardiging van het publiek heeft
vooral betrekking op deze groep, over wie vele horror
verhalen uit de periode van hun verblijf op een buitenpost
verteld kunnen worden.
In sommige landen zoals de Verenigde Staten van Amerika,
vinden nog altijd politieke benoemingen van ambassadeurs
plaats, maar deze traditie heeft daar een historische
achtergrond. Toen de Verenigde Staten hun onafhankelijkheid
hadden verkregen, braken zij met vele Europese tradities,
waaronder ook de diplomatieke. Terwijl Europa al in de
negentiende eeuw zijn diplomatieke dienst aan het
professionaliseren was, sloegen de Verenigde Staten een
andere richting op. De Amerikanen hadden toen geen geloof in
professionele diplomaten, in hun conceptie waren deze
gecorrumpeerd door hun langdurig verblijf aan de Europese
hoven.
De Amerikanen
selecteerden zeer gerespecteerde personen uit verscheidene
segmenten van hun samenleving, die dan als ministers of
gevolmactigde ministers(niet als ambassadeurs) naar het
buitenland werden gestuurd. Niets symboliseert de uniekheid
van de Amerikaanse diplomatieke praktijk in deze periode
meer dan dat vijf van de eerste acht presidenten( John
Adams, zijn zoon John Quincy Adams, Thomas Jefferson, James
Monroe en Martin van Buren) als ministers in het buitenland
hebben gediend. Er bestaat geen parallel hiervan in de
wereld, in feite is dit nog steeds uniek in de diplomatieke
geschiedenis. Met zulke eminente personen in de diplomatieke
dienst, is het begrijpelijk dat de Verenigde Staten in hun
formatieve jaren geen behoefte hadden aan professionele
diplomaten.
De gewoonte van politieke benoemingen van ambassadeurs door
de Amerikaanse president, is onderdeel gebleven van hun
diplomatieke traditie, maar deze zijn tegenwoordig beperkt
tot een percentage van circa 25, de resterende 75% wordt
ingevuld door carrière diplomaten. Maar zelfs bij de
geaccepteerde praktijk van politieke benoemingen, heeft de
Amerikaanse president niet de volledige vrije hand. Artikel
II van de Amerikaanse grondwet geeft de Senaat een rol in de
benoeming van ambassadeurs vanwege de stipulering dat “de
President zal nomineren, en met toestemming van de Senaat,
ambassadeurs zal benoemen”. Deze werkwijze garandeert in
belangrijke mate dat mediocre en ondermaatse kandidaten niet
goedgekeurd zullen worden door de Amerikaanse
volksvertegenwoordigers.
In de afgelopen jaren zijn in Suriname politieke benoemingen
steeds meer regel aan het worden. De diplomatieke dienst, de
ambtenarij, overheidsbedrijven en de diverse raden van
commissarissen zijn “hit and run targets” geworden, waar
partijleden geaccomodeerd worden voor de periode gedurende
welke de partij in het machtscentrum verblijft.
Een zeer actuele vraag is thans, hoe een zwaar
verpolitiseerd ministerie van Buitenlandse Zaken
confidentiële secretaresses zal benoemen voor de ambassades?
Naar wie zal de confidentialiteit van de secretaresses
uitgaan? Naar de minister of naar de ambassadeur? En zal de
voortschrijdende verpolitisering van het ministerie het plan
om kanseliers naar de buitenposten te sturen niet tot gevolg
hebben dat ook zij –de kanseliers dus- een gekleurd politiek
jasje zullen moeten dragen ?
Heden ten dage is wereldwijd de trend dat politieke
benoemingen tot een minimum worden beperkt. De reden hiervan
is door de Amerikaanse top diplomaat Ellis O. Briggs als
volgt verwoord: “political appointments are generally made
for the good of the nominee, or the good of the dispenser of
the patronage, or the good of the party in power.
Professional appointments are made for the good of the
country”.
Bij overname Bron vermelding verplicht
/ Dagblad Suriname.
Om deze website te bekijken heeft u
Macromedia Flash player
7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de
Java
software te downloaden.