|
Banner pagina
Lees uw horoscoop online. [Meer]
|
eplaatst: 18/04/2008
Bijna 40 landen onrustig door voedselcrisis
Na de Wereldbank en het
Internationaal Monetair Fonds slaan ook de Verenigde Naties
alarm: volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN
(FAO) is er in 37 landen sprake van een “voedselcrisis”.
De stijgende voedselprijzen hebben recent al tot betogingen
en/of rellen geleid in Egypte, Kameroen (met een honderdtal
doden), Burkina Faso, de Filipijnen en Haïti, terwijl er ook
onrust was in Mexico, Indonesië, Ivoorkust, Mauritanië,
Mozambique en Senegal.
Maar de VN noemen nog een hele reeks andere landen. De FAO
somt eerst en vooral zes landen op met “uitzonderlijke
tekorten in de voedselproductie en voorraden”: Irak,
Zimbabwe, Somalië, Moldavië, Swaziland en Lesotho. In nog
eens zes landen hebben veel mensen onvoldoende toegang tot
voedsel: Eritrea, Liberia, Mauritanië, Sierra Leone,
Afghanistan en Noord-Korea.
Uiteindelijk maakt het duurdere eten bijna veertig landen
instabiel, allemaal landen waar meer dan de helft van het
gezinsinkomen opgaat aan eten. Daartussen zitten ook grote
landen als Pakistan, Indonesië en Egypte, en
Noord-Afrikaanse landen waar de onvrede islamistische
bewegingen kan versterken.
Waaier van oorzaken
De oorzaak van de onrust is een scherpe stijging van de
prijs van tarwe, rijst, sorghum, maïs en soja, de
belangrijkste voedingsmiddelen van een groot deel van de
wereldbevolking. Grote groeilanden als China en India
verbruiken steeds meer van die gewassen, terwijl maïs en
soja ook massaal gebruikt worden voor de productie van
biobrandstoffen. Daarnaast is het transport duurder geworden
omdat de brandstofprijzen stijgen, terwijl ook kunstmest
meer is gaan kosten. Het lijkt er ook op dat door de
klimaatverandering meer oogsten mislukken.
Anuradha Mittal, de directeur van het in voedselvraagstukken
gespecialiseerde Oakland Institute in San Fransisco, zegt
dat ook de liberalisering van de landbouw en de
specialisatie van ontwikkelingslanden in opbrengstgewassen
als koffie, cacao, katoen en bloemen fatale gevolgen hebben
voor de voedselzekerheid. Dat beleid werd aangemoedigd door
de VS, de Europese Unie en de Wereldbank. Tegelijk liepen de
investeringen in en de ontwikkelingshulp voor de
landbouwsector terug. Ontwikkelingslanden zijn daardoor
netto-importeurs van voedsel geworden. De
ontwikkelingslanden voerden in de jaren zeventig van de
vorige eeuw netto nog voor 1 miljard euro meer voedsel uit
dan in. In 2001 keken ze aan tegen een deficit van 11
miljard dollar.
Antwoorden
Relatief rijke ontwikkelingslanden kunnen wat ondernemen
tegen de onrust die de stijgende voedselprijzen met zich
meebrengen. In Mexico trokken begin vorig jaar al betogers
door de straten omdat de uit maïsmeel gemaakte tortilla’s
duurder werden. De regering besloot de maïsprijzen nog meer
te subsidiëren dan voordien al het geval was. Maar armere
landen zijn voor dergelijke maatregelen aangewezen op hulp
van buitenaf.
VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon heeft de donorlanden al
opgeroepen dringend meer hulp te leveren aan Haïti. Daar
hebben voedselrellen vorige week aan vier mensen het leven
gekost. De Wereldbank trekt tien miljoen dollar noodhulp uit
voor het armste land van het westelijk halfrond.
Volgens Mittal van het Oakland Institute is er veel meer
nodig dan noodhulp. In de eerste plaats moet er overal een
sociaal veiligheidsnet komen, en er zijn openbare
distributiesystemen nodig om hongersnoden te voorkomen. De
armste landen hebben daarvoor de hulp van donorlanden nodig.
Daarnaast zouden ontwikkelingslanden en donorlanden meer
moeten inzetten op de productie en consumptie van lokale
gewassen door duurzame landbouwbedrijven. Landen moeten ook
een beter prijs- en voorraadbeleid gaan voeren.
Thalif Deen en Peter Dhondt
(IPS)
Het Ambtenarenbezoldigingsbesluit geraadpleegd.
De verwarrende discussie die thans gevoerd wordt over de
positie van de landsdienaren en de met hen gelijkgestelden
op het aspect van de inpassing binnen de nieuwe
beloningsstructuur welke haar basisfilosofie ontleent aan
het Tjon-A-Hung rapport, is reden voor mij een bescheiden
bijdrage hieraan te leveren.
Laat mij voor op stellen, dat het zichtbaar is dat er thans
niet gestreden wordt voor het korps leerkracht op V.O.S
niveau, maar voor enerzijds de eigen groep (M.O-A) en
anderzijds lager kader dat men vertegenwoordigt. Concreet
komt de BVL op voor de MO-A bezitters en CLO meer voor het
zo populair genoemd lager kader bij de overheid.
Hoewel het
bij de uitvoering van het Tjong-A-Hung rapport primair niet
gaat om salarisverhoging zoals wij die traditioneel kennen,
worden groepen ambtenaren bij herwaardering van de functie
gekoppeld aan opleiding, diploma en verantwoordelijkheid,
goed tot zeer goed aangepast. Dit in tegenstelling tot
bijvoorbeeld lagere ambtenaren bij de overheid. Ik spreek
verder geen waarde-oordeel uit over het dit resultaat die op
basis van beoordelingscriteria zijn ontstaan. Het moet
gelijk opgemerkt worden dat de Fols geen behoefte heeft om
tegenstribbelende tendentie naar voornoemde resultaat toe te
etaleren, omdat behalve strikt genomen de bijdrage die deze
onderwijzersoverkoepeling geleverd heeft aan de tot
standkoming hiervan, er schijnbaar beter rekening wordt
gehouden met het groepsbelang.
Maar ik
zei u dat ik het ABB (Ambtenarenbezoldigingsbesluit), dat
nog vigerend is heb geraadpleegd om te zien wat er met
betrekking tot de schaalindeling van de diverse
onderwijsbevoegdheden gesteld is. Ik zal mij in dit stuk
slechts beperken tot de informatie over de M.O bevoegdheden.
Artikel 9 handelende over de omschrijvingen en betekenis
gebruikte afkorting zegt het volgende over de M.O
bevoegdheden: M.O is ongedeelde akte voor het geven van
Middelbaar Onderwijs in een vak, hetzij in Suriname als in
Nederland.M.O-A is akte voor het geven van middelbaar
onderwijs in een vak, hetzij in Suriname en in
Nederland.M.O-B is akte voor het geven van middelbaar
onderwijs in een vak, hetzij in Suriname en in Nederland.
In artikel 10 handelende over de schaalindeling staat het
volgende:”De indeling van een ambtenaar en een schaal
geschiedt naar het bezit van bevoegdheden op grond van de
door hem behaalde akten en diploma’s en naar het schooltype
waarbij hij dient. Bij het M.U.L.O/L.B.G.O en het L.N.O
geldt een M.O –A voor 2 L.O’s.
Ik sla enkele delen en leden van dit artikel(10) over omdat
ik zoals gesteld de focus wil houden op de kwestie van de
M.O-A bezitters en behandel derhalve lid 3 van dit artikel.
Artikel 10 lid 3 zegt het volgende:”De bezitter van een
M.O-A of een daarmee gelijkgestelde Bachelor of arts-degree
of een daarmede gelijkgestelde Kandidaat-getuigschrift, een
N-akte op tweedegraadsniveau, het diploma H.T.S, of een
daarmede gelijkgestelde Bsc-degree, beide met diploma
Logopedie, het Nederlandse Staatsdiploma Stenografie en
typen, de M.O –Boekhouden, de M.O-Staatsinrichting, de
M.O-Schoonschrijven, de M.O-Kleuterpedagogiek, het diploma
van een Sociale Academie op het niveau van Hoger
Beroepsonderwijs, worden bij het V.O.S ingedeeld in de
schaal van beperkt bevoegd leraar.
Met de voornoemde limitatieve opsomming van bevoegdheden die
ingedeeld is in schaal XII, lijkt het mij erg vreemd dat er
verschil van mening over de positie van M.O-A bestaat bij
groepen in deze samenleving. Bij limitatieve
opsommingprincipe behoeft men geen memorie van toelichting
te raadplegen om te begrijpen wat bedoeld wordt.
Het zal u zeker zijn opgevallen dat de wetgever geen
specifieke informatie heeft neergepend in het ABB tussen de
M.O-A en de M.O-B akte, omdat hij er van uitgaat dat de
logica voor wat betreft de differentie voor alfabeet evident
is. De wetgever heeft daarnaast met de limitatieve opsomming
helder gesteld dat de bevoegdheden die niet zijn genoemd en
lager zijn dan die bevoegdheden die wel genoemd, automatisch
tot categorie volledig bevoegd behoren (M.O-B, Drs, Msc
etc).
In Bijlage F afdeling Voortgezet Onderwijs op seniorenniveau
(V.O.S) zijn slechts 4 bevoegdheden beschreven en
ingeschaald, namelijk:1.Onbevoegden: de bezoldiging bedraagt
4 periodieken meer dan de bezoldiging waarop krachtens
bevoegdheden aanspraak bestaat bij V.O.J(Mulo/LBGO/LTO etc).
2.Beperkt bevoegden; ingedeeld in schaal XII. 3.Volledig
bevoegden; ingedeeld in schaal XIV. 4.Directeur V.O.S;
ingedeeld in schaal XVI.
Met deze informatie denk ik dat velen, vooral de studenten
zullen begrijpen dat er mijns inziens een absurde discussie
wordt gevoerd. Het grootste probleem wat ik persoonlijk heb,
is dat er niet correctief wordt opgetreden, met als gevolg
onwetendheid, frustratie en in het ergste geval onterechte
beknotting van het recht van het kind op onderwijs. Ik hoop
dat de overheid en andere ter zake deskundigen in
programma’s voorlichting geven over in casu onze
salarisordening. Er moet leiding worden gegeven aan
processen.
Bert Eersteling e-mail roeltje@sr.net
Voor reeds
verschenen
artikelen van Vrije Tribune, bezoek ons archief! |