|
Bijgewerkt op: 03/03/08,
Meer macht dan
deskundigheid bij Minov
Paramaribo - Naar wij vernomen hebben heeft onze
president in zijn hoedanigheid als voorzitter van de NPS op
het laatstgehouden NPS-congres een nogal opmerkelijke
uitspraak gedaan inzake het ministerie van Onderwijs en
Volksontwikkeling (Minov). Nu weten wij dat de president in
zijn groene pak op zijn groene terrein vaker politieke
boodschappen doorgeeft die hij kennelijk niet durft te geven
binnen Front Plus. Op het Minov wordt meer macht dan
deskundigheid gedemonstreerd, is zijn nieuwste uitspraak
geweest.
Dit geldt ook voor bijvoorbeeld een ministerie van TCT.
Dit komt doordat je voor een bepaalde prijs in het
machtscentrum wil vertoeven en zelfs genoegen wenst te nemen
om leiding te geven aan een chantagekabinet. Als gewezen
minister van Minov en nu president moet een goede analyse
worden gemaakt van de achtergronden van het waarom van de
uitspraken van de voorzitter van de NPS. Bij de
kabinetsformatie van 2005 is het Minov toegewezen aan de PL
en er is een minister van PL aangewezen, waarbij de hele
coalitie akkoord mee is gegaan. Wanneer Front Plus het
belang van onderwijs op de voorgrond stelt, dan maak je ook
betere en duidelijke keuzes. Nu is het een gegeven dat een
PL-minister de leiding heeft op het Minov. Als je als
president het niet eens bent, dan kun je nog sturen als
executieve president. Nu weten wij dat het hele land bezorgd
is over de gang van zaken in het onderwijs in zijn
algemeenheid. Velen zien zelfs een verband tussen de
hardnekkige problemen in het land en de gebrekkige
vernieuwingen van de educatieve orde in het land. Onderwijs
en onderwijsbeleid zijn eigenlijk de hefboom van
ontwikkeling in ons land.
Daarom moet het onderwijsbeleid een belangrijke pijler zijn in
het ontwikkelingsbeleid van de regering. Nu kent men
allerlei kwalificaties toe aan de huidige minister van de PL
op Minov. De NPS heeft jaren de monopoliepositie gehad in
vele kabinetten om leiding te geven aan het Minov, met welk
resultaat? Zij heeft jaren een directeur van onderwijs
geleverd die tevens lid is van DNA. Tot de dag van vandaag
wordt deze ex-directeur gedoogd op Minov weliswaar in een
andere rol. Nu zijn er vele onderwijsvernieuwingen gaande in
ons onderwijs (primair, secundair en tertiair onderwijs) en
wij weten dat onderwijsvernieuwingen implementeren niet
eenvoudig is. In Nederland is een parlementaire commissie
zelfs met nogal opmerkelijke conclusies en een lijvig
rapport (“Tijd voor Onderwijs”) gekomen over bijkans 30 jaar
onderwijsvernieuwingen in Nederland. Nu weten wij dat men
binnen Nieuw Front Plus ontevreden is over het onderwijs en
onderwijsbeleid.
De vraag is: waar zit die ontevredenheid er in? Zit het in de
benoemingen die plaatsvinden op Minov, waarbij mensen die
lijken op de PL-achterban worden geselecteerd? Zit het in
het afpakken van gronden in verschillende districten die
oorspronkelijk waren bestemd voor onderwijsvoorzieningen?
Zit het in het niet eens zijn met de
onderwijsvernieuwingagenda, etc.? Bij de laatste
begrotingsbehandeling (2007) deed de president al een aantal
opmerkelijke uitspraken over met name het project dat de
vernieuwingen in het primair en VOJ-onderwijs moet
voorbereiden. Het ging om het Basic Improvement Education
Project (BEIP) waarbij de 11-jarige basisvorming wordt
voorbereid.
De opmerkingen van de president hadden voornamelijk
betrekking op de beoogde pilot dan wel landelijke invoering.
Goed beleid en goed onderwijs zijn van de lange adem en
vergen tijd. Dit beleid moet worden voorbereid en goed
onderwijs verdient constant aandacht en is een continu
proces. Wanneer er twijfel bestaat over de richting en de
agenda van ons onderwijsbeleid, dan raakt het ons allen.
Daarom moet dus een maatschappelijke discussie plaatsvinden.
Het moet een vingerwijzing zijn voor de voorzitter van de PL
en de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling om spoedig
aan tafel te gaan zitten om te gaan praten over het lopend
onderwijsbeleid met de Front Plus partners. Het is
onacceptabel voor een regering en zeker de persoon die
leiding geeft aan de regering om een gevoel te hebben dat je
geen vat hebt op je onderwijsbeleid.
De opmerking dat er meer macht dan deskundigheid wordt
gedemonstreerd op het ministerie van Onderwijs en
Volksontwikkeling moeten wij politiek interpreteren als het
onvermogen van de huidige regering om te communiceren met
elkaar. Dit geldt ook voor de president want door zijn
leiderschapsonvermogen is hij kennelijk niet in staat,
ondanks zijn executieve bevoegdheid vanuit de grondwet de PL
dan wel de PL-minister tot orde te roepen. Als
regeringsleider is de president hoofdelijk
medeverantwoordelijk, ook voor het onderwijsbeleid in
Suriname. Dan mag op onderwijs men macht demonstreren boven
deskundigheid, maar voor de president geldt ook
chantagepolitiek boven executieve macht van het ambt van
president.
|