Paramaribo - Met de dood van de Indonesische
ex-dictator Soeharto (86) is definitief een eind gekomen aan
een bijzonder tijdperk. Ruim vijfendertig jaar domineerde
hij het toneel, na zijn val zelfs nog bijna tien jaar vanuit
de coulissen. In zijn saaie autobiografie uit 1989 maakte
Soeharto, toen 25 jaar president van Indonesië, de
voorlopige balans op. Hij waande zich in goed gezelschap,
Gods zegen rustte immers op zijn werk. In 1998 bleek al dat
de Allerhoogste dat toch anders zag.
Het was afgelopen, weinig eervol nog wel, met de sterke man
die in zijn biografie niet nalaat met Javaanse nederigheid
te melden dat hij eigenlijk nooit president had willen
worden. Maar ja, het volk had hem nodig en wie was hij dan
om 'nee' te zeggen? Hij tilde het eilandenrijk uit het diepe
dal waar zijn voorganger Soekarno het achterliet en loodste
Indonesië de moderne tijd binnen. Daar wist de telg van
feodaal Java zelf de weg niet en ging ten onder, zijn
creatie jammerlijk met zich meeslepend. Uit zijn biografie
citeren wij hem: ''Ik heb mijn best gedaan. (...) Ik heb
nooit het idee gehad dat ik heb gefaald. Maar als er mensen
zijn die de door mij geboekte resultaten anders inschatten,
is dat hun zaak. (...) Ik geloof dat wat ik heb gedaan nadat
ik Zijn raad en leiding heb gevraagd, het resultaat van Gods
leiding is.'' Er is weinig reden om met groot respect en
bewondering terug te kijken op het bewind van de op zondag
gestorven Indonesische ex-president Soeharto.
Zijn machtsgreep in 1965 voltrok zich onder chaotische en nog
steeds niet opgehelderde omstandigheden, terwijl in de jaren
daarna honderdduizenden over de kling zijn gejaagd in een
gruwelijke heksenjacht op alles wat naar communisme riekte.
Soeharto volgde een Nederlandse militaire academie, werd
sergeant bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en in
de Tweede Wereldoorlog werd hij leider van zijn bataljon.
Generaal Soeharto speelde in het crisisjaar 1965 een nog
niet opgehelderde rol. De spanningen in de republiek namen
destijds hand over hand toe door de hysterische politiek van
confrontatie tegen Maleisië door Soekarno, de snel
instortende economie en de groeiende invloed van de
communisten. In augustus / september gonsde het van de
geruchten van een staatsgreep van links of een staatsgreep
van rechts. Soeharto, hoofd van de militaire
inlichtingendienst, heeft mogelijk bij een groep linkse
officieren het gerucht verspreid van een staatsgreep door de
legerleiding, waarna die officieren besloten die voor te
zijn.
Op 1 oktober 1965 werd bijna de hele legertop uitgemoord door
kolonel Oentoeng (hoofd presidentiële garde) en zijn mannen.
Soeharto bleef buiten schot, rekende de hele groep in en
begon in de volgende weken met een grote moordpartij onder
de verdachte communisten. Achteraf is het nog steeds de
vraag hoe hij als enige hoge generaal zo snel met zijn
eenheid (KOSTRAD -oftewel de Mobiele Strategische
Kommando-eenheid) op de hoogte had kunnen zijn en de andere
generaals niet. Soeharto nam de plaats in van de vermoorde
stafchef Dani en had feitelijk de macht in handen. Eind
februari 1966 probeerde Soekarno zich nog te doen gelden
door de minister van oorlog, generaal Nasution, te ontslaan.
Maar Soeharto maakte duidelijk wie voortaan de baas was in
Indonesië. In maart benoemde de president hem tot premier
met grote volmachten. In 1966 wordt hij de officiële leider
van Indonesië. Hij kondigt een nieuwe koers aan: de 'Orde
Baru'. Deze 'Nieuwe Orde' heeft twee pijlers: politieke
volgzaamheid en economische ontwikkeling.
Dertig jaar lang blijven dit de pijlers van de Indonesische
maatschappij. Indonesië maakt een economische en industriële
ontwikkeling mee, hoewel de welvaart niet gelijk wordt
verdeeld onder de bevolking. Economisch waren de eerste
twintig jaar van Soeharto's bewind succesvol. Wegen werden
aangelegd en ziekenhuizen en schooltjes uit de grond
gestampt. Het geboortebeperkingsprogram sloeg aan, al werd
ook gedwongen gesteriliseerd. De landbouw verbeterde zodat
het land in de eigen rijstbehoefte kon voorzien. De
stijgende levensstandaard legitimeerde in veler ogen het
snoeiharde bewind. Tegelijkertijd ontpopt Soeharto zich tot
een heuse dictator, die niet terugschrikt voor politieke
zuiveringen en de schending van mensenrechten. Tot 1998
houdt Soeharto Indonesië is zijn greep.
Als de Aziatische economische crisis uitbreekt, is zijn
positie onhoudbaar, de roep om democratisering steeds
heviger. Hij komt ten val in 1998. Zijn opvolger is Habibie,
de eerste democratisch gekozen president van Indonesië.
Soeharto wordt in binnen- en buitenland verguisd en gehaat.
Wegens zijn slechte gezondheid weet hij te ontkomen aan
processen die in 2000 tegen hem worden aangespannen. Het
einde van zijn regime betekent openheid en democratisering
in Indonesië. Maar Soeharto heeft een erfenis nagelaten van
corruptie, separatisme en een grote machtspositie van het
leger. Duitse rekenmeesters schatten het door corruptie
opgebouwde vermogen van de Soehartoclan op 10 tot 25 miljard
euro.
Straf- en burgerrechterlijke pogingen om restanten van dat
geld terug te halen bij hem of zijn kinderen, leverden
ondanks herhaalde pogingen niets op. Die erfenis zit
diepgeworteld in de Indonesische maatschappij en zal de
politiek nog vele jaren bepalen. Soeharto werd in 2000
aangeklaagd voor het verduisteren van zo'n 600 miljoen
dollar, zijn gezondheid was te slecht om voor te gaan. In
2005 leidt Soeharto aan ernstige interne bloedingen. De
omstreden ex-president stierf in het Pertamina Hospitaal in
de hoofdstad Jakarta, waar hij drie weken geleden al was
opgenomen wegens zijn slechte gezondheid. Gisteren is hij
begraven. Soeharto’s erfenis blijft een controverse voor
zijn eigen volk en land, maar Soeharto blijft een historisch
figuur voor de wereld.
Banner pagina
Bij overname Bron vermelding verplicht
/ Dagblad Suriname.
Om deze website te bekijken heeft u
Macromedia Flash player
7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de
Java
software te downloaden.