|
Bijgewerkt op: 19/01/08,
Academische
misère of niet?
Paramaribo - Beter onderwijs in Suriname verdient
respect, omdat de kwaliteit van het onderwijs hoog op de
politieke en maatschappelijke agenda is gekomen. De zorg
over de kwaliteit van het onderwijs wordt door velen
gedeeld, maar de kwaliteit van het debat daarover komt maar
niet van de grond. De afgelopen week kwam onze universiteit
weer flink in het nieuws. Wat ons opviel is het verhaal rond
het wel of niet vervangen van het bestuur van de Anton de
Kom Universiteit (Adek). Verbazing alom zou je zeggen. Een
waarnemend voorzitter die naar zeggen van de minister van
Onderwijs en Volksontwikkeling goed functioneert en daarom
voorlopig niet vervangen hoeft te worden.
Wat een contrast? Zet je deze uitspraak af tegen wat er aan
ontwikkelingen gaande is op Adek dan zou je juist zeggen dat
er moet worden ingegrepen? Het is publiek geheim dat de
onvrede op de universiteit toeneemt. Het schijnt zo te zijn
dat de politiek er zich niks van aantrekt. Het is zelfs zo
erg dat naar onze informatie twee ministers in het huidig
kabinet nog lid zijn van het bestuur van Adek. Het schijnt
om de bewaking van de eigen belangen te gaan. Is dit niet
ongehoord? Je bent minister in het kabinet en je hebt het
druk genoeg en trek dus je handen af van de universiteit. De
problemen die zich thans aandienen op de universiteit hebben
alles te maken met volgens ons ondeugdelijk bestuur en
leiderschap op de universiteit.
Wanneer we niet ingrijpen en veranderen, blijft onze
universiteit middelmatig, worden we beslist niet the best
and the brightest en verliezen we de concurrentie met
universiteiten uit de regio en opkomende economieën. Ons
hoger onderwijs is van slechte kwaliteit die in
overeenstemming is met het overheersende beeld dat in het
buitenland over ons hoger onderwijs bestaat. Daar moet nu
iets aan gebeuren. Adek krijgt nu flink concurrentie van
particuliere onderwijsinstellingen. Het enige dat zich
verder moet ontwikkelen, is de differentiatie van
opleidingen. Veel hogere onderwijsinstellingen huiveren
klaarblijkelijk voor het idee om zich te onderscheiden van
hun collega’s en concurrenten.
De gemiddelde kwaliteit is onder de maat, en er bestaat weinig
neiging om de lat bewust hoger te leggen en zich te meten
met opleidingen in het buitenland. Dat lijkt ons
noodzakelijk om goed in te kunnen spelen op de behoeften en
verwachtingen van studenten en de (internationale)
arbeidsmarkt. Suriname moet het immers hebben van de
openheid van hun economie, regionaal en internationaal. Als
men over de soms wat al te gemakkelijke vergelijkingen
tussen de VS en het Europa van 45 landen heen leest, dan
hoor je behartenswaardige aanbevelingen over de noodzaak om
de instellingen een grotere autonomie te geven, een betere
bekostiging (vooral uit hogere collegegelden, met name in de
masterfase) en mogelijkheden om zich van elkaar te
onderscheiden. Met de komst van het IGSR (Institute for
Graduate Studies and Research) op Adek maken wij hopelijk nu
betere stappen.
Er is een nieuwe wet op het hoger onderwijs in de maak. Het is
zeer de moeite waard om op korte termijn te investeren in
discussies over de gewenste ontwikkelingen van het hoger
onderwijs in het licht van de kennis- en kaderontwikkeling,
maar ook over het nationale wetenschapsbeleid. Het belang
van goed onderwijs en onderzoek kan niet worden overschat.
Immers, ook onze universiteit is een
ontwikkelingsuniversiteit met ontwikkelingstaken van de
samenleving. Wellicht een absolute prioriteit voor een nieuw
verkiezingsprogramma? Laten wij kijken hoe de Europese
landen in Portugal (2000) een gezamenlijke visie hebben
ontwikkeld om binnen een paar jaar flink te gaan investeren
in kennis, vaardigheden en competenties om hun
beroepsbevolking klaar te maken voor een meer innovatieve en
concurrerende economie in 2010. De visie van de Europese
landen kreeg de naam van het Lissabon-akkoord.
Dit akkoord heeft betrekking op verschillende speerpunten:
innovatie, liberalisatie, werkgelegenheid, duurzame
ontwikkeling en milieu. Daarmee heeft men opgeroepen tot
ontwikkeling van de Europese economie door te investeren in
doelstellingen vanuit de speerpunten. Nu is er nieuwe hoop.
Wij kunnen en zullen binnen niet al te lange tijd wel een
beter oordeel krijgen van hoe onze universiteit
functioneert. Vorig jaar is de Wet NOVA (Wet Nationaal
Orgaan voor de Accreditatie) aangenomen door ons parlement.
Dit instituut zal moeten gaan waken over de kwaliteit van
ons hoger onderwijs en zal dus vlug operationeel worden
gemaakt. Het NOVA heeft bij wet de taak gekregen, een
uitspraak te doen over het al dan niet aanwezig zijn van de
basiskwaliteit van opleidingen in het Surinaamse hoger
onderwijs.
Het NOVA baseert straks zijn uitspraken op rapporten van
deskundigen, die de kwaliteit van de opleidingen moeten gaan
beoordelen. Vanzelfsprekend wordt door die deskundigen een
oordeel uitgesproken over het niveau van opleidingen, de
inhoud van het onderwijs, de toetsing en de kwaliteit van de
docenten. Daarnaast wordt onder andere ook een oordeel
gegeven over de kwaliteitszorg, de voorzieningen,
doelstellingen en de onderwijskundige benaderingen binnen de
opleidingen van Adek. Om tot beredeneerde en gemotiveerde
oordelen te komen, spreken de deskundigen uiteraard met
docenten en studenten, en ook met het verantwoordelijke
management.
Natuurlijk zullen in de beoordelings- en accreditatierapporten
kritische noten gemaakt worden over het onderwijs: er zal
zorg zijn over de tijdbesteding van studenten, er zal zorg
zijn over de kwaliteit van het in het onderwijs ingezette
personeel, er zullen kritische opmerkingen worden gemaakt
over de diepgang van het onderwijs en een gebrek aan contact
tussen gekwalificeerde docenten en studenten. Maar er worden
ook, hopen wij, positieve opmerkingen gemaakt over dezelfde
onderwerpen, over de inzet van docenten en studenten, over
de mate van zorgvuldigheid waarmee de kwaliteit bewaakt
wordt en over de wijze waarop bijvoorbeeld competenties
worden getoetst. Het beeld over Adek zal hopelijk dus
genuanceerd zijn. Niet omdat niets deugt, wèl omdat van
alles nog beter kan!
|