|
Bijgewerkt op: 18/01/08,
Waarom is het
cultuurprobleem van de overheid zo hardnekkig?
Paramaribo - Twee veelbelovende ministers uit het
kabinet maakten afgelopen week een belangrijk punt. De
minister van Plos dacht aan de opzet van een
monitoringsfunctie voor de begeleiding van de vele projecten
met de ontwikkelingspartners waarmee veel geld is gemoeid.
Tevens vroeg de minister van Justitie en Politie zich af
waarom zijn ambtenaren niet beter presteren. Ondanks zijn
inzet middels opleiding en training en coaching lukt het de
ambtenaren niet een raadsvoorstel in een of twee rondes of
zelf in een keer goed op te leveren. Achter deze opmerkingen
zit een verhaal. Achter het verhaal van de beide ministers
zit het element van de gebrekkige uitvoeringscapaciteit van
de ambtelijke organisaties.
Het is het probleem van de verschillende culturen binnen de
ministeries die jaren het slachtoffer zijn geworden van
uitzendbureaus van politieke partijen. Het vraagstuk van
bezuinigen binnen de overheid, minder ambtenaren, heeft
menig kabinet jaren bezig gehouden. Dat dit niet lukt, is
menig bedrijfskundige wel opgevallen. In de praktijk zullen
wij vaker worden geconfronteerd met de planontwikkeling en
implementatie van bezuinigen. Afdelingen en bureaus krijgen
een taakstelling en dienen ervoor te zorgen, dat de
afgesproken efficiencydoelstelling binnen een bepaalde
periode dient te worden gehaald.
Ons is opgevallen dat de planontwikkeling geen probleem is;
bezuinigingsplannen en programma’s worden namelijk makkelijk
op papier gezet. De overvolle archieven zijn hier getuige
van. ‘Sabotage’ van het proces begint tijdens het
besluitvormingstraject. Diverse interne autoriteiten zoals
de directeur, staf en de bonden, halen vaak de scherpte uit
de maatregelen. Dit alles gebeurt onder de noemer ‘het
belang van de medewerkers’. In de praktijk betekent dit
meestal, dat fluwelen handschoenen worden ingezet. Zaken als
gedwongen ontslag of toetsing van geschiktheid worden
omgezet in omslachtige maatregelen, waardoor het beoogde
effect minimaliseert. Daarnaast verlopen zaken vaak niet
gestructureerd, omdat systemen en processen niet aan elkaar
worden gekoppeld.
Als klap op de vuurpijl wordt door de creativiteit met cijfers
altijd weer ruimte gevonden om zaken toch maar weer bij het
oude te laten. Uiteindelijk constateert men na een bepaalde
periode opnieuw hetzelfde probleem en past men hetzelfde
kunstje toe. Als het kabinet dit probleem echt wil oplossen,
dan zouden de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
verplichte roulatie van bestuurders en topambtenaren
waardoor er geen neiging ontstaat tot zelfbehoud en
persoonlijke voorkeuren. Bezuinigingsoperaties laten
uitvoeren door externe projectteams die een
resultaatverplichting en deadline meekrijgen.
Introductie van prestatie – en dienstverleningsovereenkomsten
op basis waarvan medewerkers kunnen worden afgerekend. De
afrekening zou door een externe onafhankelijke commissie
(met bestuurders uit het bedrijfsleven) dienen plaats te
vinden. Bij het niet nakomen van de afspraken worden
subsidies en dergelijke gekort. Menig burger kijkt
machteloos toe, want als wij de boeken er op terugslaan,
lijkt het alsof de overheid al 40 jaar bezig is met
bezuinigen. Wij weten allemaal dat het voor een groot deel
gaat om cultuur, houding en gedrag van ambtenaren. Menig
ambtenaar erkent dit en wil dit oplossen, maar raakt
moedeloos en gefrustreerd omdat je als eenling die grote
politieke bestuurlijke machine niet kunt bewegen.
Kortom, wij denken dat bezuinigen bij de overheid pas
kan lukken als overheden worden bestuurd en ingericht als
organisaties in de zakelijke dienstverlening. Kijk maar naar
de Staatsolie en de Hakrinbank, die kunnen nu wel lean en
mean opereren. De belangrijkste vraag is dan: ’Zijn
Surinamers bereid om de overheid in de ‘uitverkoop’ te
gooien?’. Het antwoord zal in veel gevallen negatief zijn,
dus wij denken dat wij dit niet meer moeten beschouwen als
een probleem, maar als een gegeven waarmee wij moeten leren
leven. Van het vaak gehoorde geluid dat er veel te veel
ambtenaren zijn tot aan kritische observaties over
ambtenaren: ze vergaderen de hele dag, smijten geld over de
balk, verschuilen zich achter regels, doen aan
vriendjespolitiek en ze werken nooit op vrijdagmiddag.
De ambtenaar is niet populair en staat zowel van links als
rechts onder druk. Die tegenstanders hebben er baat bij
ambtenaren buitengewone macht toe te kennen. En bij
overheidsdiensten zou inderdaad heel wat minder vergaderd
kunnen worden. Bij de overheid vinden veel meer ‘rituele
vergaderingen' plaats dan elders. Dan is het ooit zo
afgesproken dat een afdeling eens in de twee weken bij
elkaar komt, maar valt er eigenlijk niets te melden.
Stroperigheid, nooit uitgevoerde plannen, intern overleg
over iedere scheet en tien hiërarchische lagen die allemaal
een plasje van drie maanden over een beleidsstuk of
vergunningaanvraag willen doen; dat is het stereotype beeld
van de werkzaamheden van de ambtenaar. Inderdaad zou de
expertise en energie van ambtenaren vaak efficiënter kunnen
worden ingezet, maar de dagelijkse realiteit is meer dan die
traagheid.
Een ambtenaar is een hardwerkende “hufter” met ambitie, dat
wel. Maar ja, dat ziet de burger niet. Ambtenaar worden is
voor velen een toeval, weliswaar per ongeluk, maar eigenlijk
is het enige negatieve aspect van het ambtenaar zijn de
beeldvorming over ambtenaren. En wie anders dan ambtenaren
zelf kunnen iets doen om die beeldvorming positief te
beïnvloeden?Alle bevooroordeelden nodigen we van harte uit
om een dag mee te lopen met ambtenaren op de verschillende
ministeries . Maar wees gewaarschuwd: succesverhalen over
ambtenaren slaan niet aan op feestjes...
|