|
Bijgewerkt op: 17/01/08,
Verdelings- of
ontwikkelingsdoelen?
Paramaribo - Duizenden ontwikkelingsdeskundigen,
ambtenaren en politici trekken al jaren intensief de wereld
rond om de Millennium Ontwikkelingsdoelen te regelen,
inmiddels een heuse bedrijfstak vormend. Waar overigens geen
vijandige of vriendelijke overnames plaatsvinden en gretige
en hebberige aandeelhouders de resultaten opjagen. En waar
geen raden van bestuur zitten die miljoenen incasseren bij
zgn. droomresultaten. Een bedrijfstak die wel tobt, kruimelt
en met weinig resultaat zich verzettende politici en
ambtenaren tracht te overtuigen om 75 miljard wereldwijd te
investeren in onrechtvaardige armoede, terwijl op hetzelfde
moment de met geld smijtende miljardairs als paddenstoelen
uit de grond schieten, echt onbeschaafd en schandalig.
Zo zullen we de Millennium Ontwikkelingsdoelen niet halen.
Inderdaad hebben steeds meer arme landen vrije toegang tot
de Europese markt. Ook is het waar dat de exportsubsidies op
landbouwproducten wellicht worden afgeschaft in 2013, omdat
ze handelsverstorend werken. Maar feit is ook dat de
exportsubsidies maar circa een tiende deel vormen van de 55
miljard euro die bijvoorbeeld de Europese landbouwsector dit
jaar aan subsidies ontvangt. Geld waarvan een behoorlijk
deel net zo hard als handelsverstorend kan worden
aangemerkt. Is er sprake van eerlijke handel en van eerlijke
kansen als Afrikaanse boeren moeten concurreren met Europese
boeren die zo’n grote voorsprong hebben? Vrijwillig
herverdelen om deze wereldwijde schande weg te poetsen zal
niet gebeuren, zo wijs zijn we wel geworden.
Een beschaafde samenleving moet toch de schaamteloosheid van
individuele verrijking aanpakken? Die samenleving heeft
hardwerkende, risiconemende politici met een visie nodig.
Een visie die ons helpt deze wereld tot een leefbare plek
voor mens en dieren om te vormen. Een wereld die voldoende
voort kan brengen voor de noden van iedereen, maar niet voor
de hebzucht van enkelen. Niet de zorgen van politici om
schaamteloze verrijking, maar maatregelen gebaseerd op
werkelijke beschaving brengen ons dichterbij dit doel: zeker
Millennium Ontwikkelingsdoelen, maar ook Millennium
Verdelingsdoelen. Arme landen en arme kwetsbare mensen
verliezen vaker dan rijke landen.
Rijke landen staan veel sterker in handelsonderhandelingen. In
Suriname is ook de EPA (Economic Partnership Agreements,
handelsovereenkomsten tussen partners) van kracht met de EU
en wij zullen de effecten merken. Zo gaan kleine
kippenboeren in Ghana ten onder door de druk vanuit het
Westen op landen om hun grenzen open te gooien. Goedkoop
kippenvlees uit rijke landen concurreert kleine producenten
weg. Zie ook de case in Suriname. Het onrecht van oneerlijke
handel houdt de gemoederen in de politiek en de samenleving
bezig . Dat kan toch niet de bedoeling zijn van
globalisering met een menselijk gezicht? Wij moeten bij onze
regering op aandringen dat zij bij de internationale
gemeenschap meer de druk opvoert om landen hun eigen keuzes
te laten maken, om hun markten tijdelijk te beschermen. Dat
kan betekenen dat deze landen zelf iets daarvoor moeten
inleveren.
De rijke landen kunnen zich enige speelruimte veroorloven. Zij
hebben alternatieven, de kleine producenten in Suriname en
andere ontwikkelingslanden niet. Ze zijn ondernemend genoeg,
maar ze moeten wel een kans krijgen. Wie zich aan het hoofd
stelt van een politieke beweging (onze politieke leiders)
mag ook verwachten op de woorden en daden van die beweging
aangesproken te worden. Zo gaat dat in een levendige en
sterke democratie. Ons pleidooi: koester mensen die het lef
hebben om positieve bewegingen op gang te brengen en het
parlementaire proces van een impuls te voorzien. Mensen die
staan voor een fatsoenlijke samenleving waar vrijheid,
tolerantie, medemenselijkheid, solidariteit en gastvrijheid
waarden zijn waarvoor wij ons in willen zetten en die we
niet willen laten verstieren door gebrek aan
evenwichtbrengende tegenbewegingen.
Zo moet dat gaan in een levendige en sterke democratie. Maar
dat is niet zo. De werkelijkheid is maar zelden een product
van maakbaarheid, van organisatie en planning.
Ontwikkelingssamenwerking is en blijft voorlopig een
ontdekkingstocht, een investering in het ongewisse, een
activiteit van mensen met een ideaal, een visie en lef. En
die mensen zitten in grote ontwikkelingsorganisaties en ook
bij kleine particuliere initiatieven. Ze zijn allemaal nodig
om in de barre werkelijkheid hoop te geven, mensen te
motiveren om in actie te komen en hun leven richting te
geven. Het laatste wat we daarbij kunnen gebruiken is dat we
naar elkaar kijken en elkaar verwijten maken. Samenwerken is
een veel beter antwoord op de kritiek. Neem bijvoorbeeld de
klimaatproblematiek.
De aarde neemt jaarlijks ongeveer 12 miljard ton kooldioxide
op. Als we die hoeveelheid eerlijk verdelen onder ongeveer
zes miljard mensen, dan komen we uit op een CO2-voetafdruk
van 2 ton per persoon per jaar: de duurzaamheidnorm. Bij die
hoeveelheid zou geen klimaatverandering plaatsvinden. De
gemiddelde CO2-uitstoot per wereldbewoner is ondertussen
bijna 4 ton CO2. De uitstoot in de industrielanden ligt ver
boven de duurzaamheidnorm; in ontwikkelingslanden meestal
eronder. 70 % van de consumenten in de rijke landen maakt
zich zorgen over de klimaatverandering, maar diezelfde
consument vindt in meerderheid dat hij of zij er al
voldoende rekening mee houdt.
De kloof tussen bewustwording en ander leefgedrag is groot. We
kijken graag naar de ander. ‘Ik’ heb het voor elkaar, maar
mijn buurman….. We zien dat we in de mondiale discussie over
klimaatverandering ook die kant opgaan. Wij moeten in
Suriname aanpassen, een stapje terugdoen misschien. Oké,
maar India en China kunnen ondertussen hard groeien.
Misschien is het tijd om het adagium ‘verbeter de wereld en
begin bij jezelf’ in het debat over klimaatverandering weer
van stal te halen.
|