|
Bijgewerkt op: 12/01/08,
Zijn wij niet
beter af zonder politieke partijen?
Paramaribo - DDe misdragingen in ons DNA zijn
gesprek van de dag bij zowat iedereen. Na het incident van
het trappen en vechten van DNA - leden, hebben wij het
incident gekend van de schoen van de voorzitter van DNA en
sinds deze week de korte rok van een ander DNA - lid. Wat
wordt het verder met onze DNA? Alle plannen voor politieke
vernieuwingen ten spijt die de politieke partijen
voorstellen, zijn gebaseerd op het fundamenteel omgooien van
de huidige praktijk met het doel de afschuw van de burger
voor DNA tegen te gaan. Maar er hoeft geen enkele wet
doorgevoerd te worden om tegemoet te komen aan de wensen van
de burger. De politieke partijen zelf zijn het probleem en
moeten verdwijnen.
Een oplossing moeten we daarom ook niet verwachten van de
huidige politieke partijen, noch van de professionele
politieke critici die verwikkeld zijn in de huidige
Surinaamse politieke structuren. Geobsedeerd door de
verhoudingen tussen de huidige politieke partijen verliezen
alle betrokkenen het zicht op wat er onder de oppervlakte
aan de hand is. De burger weet zelf ook niet goed hoe het
dan wel precies verder moet. Men wacht de verkiezingen af en
kiest uit het aanbod van het moment. Als er dan eens de kans
is om op een individu te stemmen, grijpt waarschijnlijk een
aanzienlijk deel van de burgers die.
Omdat dit maar incidenten zijn die veel aandacht trekken
worden deze 'uitlaatkleppen' van het politieke systeem
disproportioneel groot, waardoor ze de verleiding niet
kunnen weerstaan zich tot een partij om te vormen om de
aanhang te kunnen vertegenwoordigen. Die situatie is
slechter dan een 'terug naar af' omdat ze onderontwikkelde,
zwakke partijen zijn zonder gedegen programma. De
verschuivingen per verkiezing ('het afrekenen') zijn nu
groot en zullen niet afnemen omdat de burger in dit systeem
bij onvrede met zijn politieke partij moet kiezen voor een
andere partij.
Er is weinig om uit te kiezen omdat er maar een beperkt aantal
partijen is, die ook nog eens samen een coalitie moeten gaan
vormen. Waar de burger voor stemt wordt door de afspraken in
de coalitie ook nog eens sterk afgezwakt. Maar als zijn of
haar stem voor de oppositie blijkt te zijn, dan is dat een
'verloren' stem, want de oppositie is verdeeld en
machteloos. Al met al weinig motiverend voor de burger.
Maximale keuze en een fijnmazige volksvertegenwoordiging
zijn goed mogelijk met een landelijk evenredige politieke
stelsel. Het enige wat moet veranderen zijn de spelregels in
het parlement. Aangezien die niet in de (Kies)wet zijn
vastgelegd kan dat vandaag nog veranderen.
Schaf de partijdiscipline af (de volksvertegenwoordiger moet
'zonder last en ruggespraak' beslissen). Schaf de
'lijsttrekker' af. Iedere volksvertegenwoordiger publiceert
een uniek verkiezingsprogramma. De volksvertegenwoordiger
onderhoudt zelf contact met de achterban. Ministers moeten
solliciteren en worden aangenomen en eventueel vervangen
door DNA. In ieder verkiezingsprogramma staan de profielen
van ministers. Het controleren van de macht van bestuurders
is moeilijk door de partijbanden tussen
volksvertegenwoordigers en ministersploeg. In de praktijk
kunnen alleen de oppositiepartijen goed inhoud geven aan de
functie van volksvertegenwoordiger omdat de
regeringspartijen onmondig zijn door een mix van
partijdiscipline (om de coalitie in stand te houden) en
individuele ambities om in 'vak K (Kiezer)' te komen. Het is
niet ingewikkeld dit te veranderen.
De laatste kabinetsformatie toont aan dat de manier waarop
ministers in het kabinet komen, niet deugt. Een minister
gedraagt zich als volksvertegenwoordiger, terwijl een
minister juist een goed bestuurder moet zijn. Dat zijn bijna
tegenovergestelde opdrachten! Daarom moeten de partijbanden
tussen minister en volksvertegenwoordiging doorgeknipt
worden zodat het voor zowel burgers als politici duidelijk
is wie bestuurt en wie het volk vertegenwoordigt. Niet de
regeringspartijen, maar de plenaire DNA geeft de regering
opdracht beleid uit te voeren (dualisme). Het initiatief
voor beleid ligt dan weer bij de volledige DNA.
Regeringspartijen en oppositie bestaan niet meer, iedere
individuele volksvertegenwoordiger is 1/51ste waard bij het
ondersteunen, tegenhouden of amenderen van beleid. Mooier
nog: ieder individueel lid kan ideeën omzetten in daden door
met goede argumenten en permanent wisselende coalities per
onderwerp een meerderheid te winnen om de minister een
opdracht te geven het beleid te wijzigen.
De 'wil van het volk' blijft niet langer steken achter de
huidige, onrepresentatieve structuren, maar levert een in
het openbaar doordacht en besproken stabiele uitkomst.
Alleen door per onderwerp op basis van argumenten in een zo
pluriform mogelijke vergadering met 51 leden te discussiëren
kan de 'wil van het volk' het beste benaderd worden. Als
duizenden kandidaat -volksvertegenwoordigers over de volle
breedte van het politieke spectrum opstaan, dan wordt het
aanvankelijk lastig om iemand de eerste keer te kiezen. De
huidige, ervaren DNA - leden zijn dan in het voordeel.
Maar als die nieuwe volksvertegenwoordigers daarna trouw
blijven aan het zelf opgestelde verkiezingsprogramma, zullen
burgers zich minder snel van ze distantiëren en zich beter
vertegenwoordigd voelen. Bij een half miljoen stemmers heeft
elke volksvertegenwoordiger enkele duizenden aanhangers.
Eens in de vijf jaar kan de kiezer dan evalueren of het
bevalt of niet. Het beleid zal minder stroperig en veel
levendiger zijn, waarbij de input van de achterban de
volksvertegenwoordiger zal sturen in plaats van de
machtspolitieke strategieën van de politieke partij.
Onbezonnenheid en populisme worden voorkomen doordat er 51
onafhankelijke DNA - leden zijn die continue onderling over
complexe afspraken moeten onderhandelen bij elke stemming in
DNA en bevlogen inhoudelijke betogen moeten houden om
daarmee anderen te overtuigen.
|